Vereniging Nederlandse Gemeenten

Persbericht

Investeringsbudget Stedelijke Vernieuwing

De bewindslieden van VROM en de staatssecretaris van EZ hebben op 29 januari 1999 een brief aan de Tweede Kamer gezonden over de nadere invulling van het Investeringsbudget Stedelijke Vernieuwing (ISV). De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) stemt in met de hoofdlijnen hiervan, maar heeft op een aantal punten bedenkingen. Zo pleit zij ervoor het aantal gemeenten dat het budget direct van het Rijk ontvangt vast te stellen op basis van de `objectief bepaalde problematiek'. Naast de 25 grote stedenbeleid (GSB) gemeenten behoren volgens de VNG in elk geval ook de gemeenten met vergelijkbare problematiek en de overige huidige rechtstreekse stadsvernieuwingsgemeenten tot deze categorie.

De brief spreekt over de vorming van een breed fonds waarin de VROM-subsidies voor de fysieke omgeving (zoals wonen, stadsvernieuwing en milieu) en EZ-subsidies voor het fysieke deel van de stadseconomie worden samengebracht. In hoofdlijnen is de VNG positief over deze bundeling, die de gemeenten de mogelijkheid biedt om een integraal beleid te voeren. Zij heeft daar destijds op aangedrongen. Ook spreekt ze waardering uit voor de meerjarige zekerheid en de beoogde grotere beleidsvrijheid voor gemeenten. Deze zijn noodzakelijk om het ingewikkelde proces van stedelijke vernieuwing lokaal vorm te kunnen geven en flexibel te opereren.

Daarnaast is de VNG niet geheel tevreden op de volgende punten:


- `Objectief bepaalde problematiek' moet het uitgangspunt zijn voor de verdeling. Het ministerie van VROM reserveert onder meer een relatief groot deel van het beschikbare budget voor beloning van innovatief gemeentelijk beleid. Het zou beter zijn de kwaliteit van de stedelijke vernieuwingsaanpak via een kenniscentrum te bevorderen.
- Voor elk beleidsterrein van het ISV moeten voldoende middelen beschikbaar zijn. Voor het fysieke deel van de stadseconomie is noch duidelijk noch met de VNG besproken hoe groot de opgave is en hoe deze zich verhoudt tot de beschikbare middelen. De Vereniging prefereert een apart fonds voor de ontwikkeling van de stadseconomie, waardoor het departement van EZ wordt gedwongen daarvoor beleid te maken.
- Belangrijk is dat de rijkssturing de noodzakelijke flexibele en integrale aanpak op lokaal niveau stimuleert.Te gedetailleerde (kwantitatieve) eisen aan gemeentelijke ontwikkelprogramma's passen daar niet bij. De procedures en kaders van ISV en GSB moeten op elkaar worden afgestemd, zowel qua planning als inhoud.
- Bij de integratie van het budget voor het bestrijden van geluidhinder door gevelisolatie ontbreekt de zekerheid dat de wettelijk vastgelegde financiële verantwoordelijkheid van de rijksoverheid voor de saneringsoperatie voor het gehele land in stand zal blijven. Er moet een oplossing worden geboden voor de verdeling aan gemeenten die de provincie als budgethouder zullen krijgen, zodat ook daar het afgesproken tempo kan worden gevoerd.


3 februari 1999

Deel: ' VNG investeringsbudget Stedelijke Vernieuwing '




Lees ook