expostbus51


Ministerie van Economische Zaken


https://www.minez.nl

EZ/Voortgang marktwerkingsoperatie benzine

Ministerie van Economische Zaken
Berichtnaam: persbericht.
Nummer: 031
Datum: 02-03-1999

VOORTGANG MARKTWERKINGSOPERATIE BENZINE

Minister Jorritsma van Economische Zaken, minister Zalm van Financiën en minister Netelenbos van Verkeer en Waterstaat hebben de Tweede Kamer een brief gestuurd over de voortgang van de marktwerkingsoperatie ten aanzien van de benzinemarkt. Tot deze operatie is door het vorige Kabinet besloten na een kritische evaluatie van de Werkgroep Benzinemarkt in het kader van de operatie Marktwerking, Deregulering en Wetgevingskwaliteit (MDW). In de brief aan de Tweede Kamer concluderen de betrokken bewindslieden dat de voortgang van de werkzaamheden zodanig is, dat de contouren van een nieuwe marktordening aan belanghebbende partijen kunnen worden voorgelegd in een zogenoemde consultatiefase. Deze zal tot en met mei .99 lopen.
De voorstellen van het kabinet hebben betrekking op een nieuwe wijze van veilen van locaties waar benzinestations mogen worden gevestigd, op het beëindigen van de thans eeuwigdurende looptijd van vergunningen en op de eisen die aan benzinestations worden gesteld.

veilen van nieuwe locaties
Een werkgroep, waarvan het eindrapport bij de brief aan de Tweede Kamer is gevoegd, heeft zich gebogen over de vraag hoe in de toekomst de uitgifte van locaties het beste vorm kan krijgen. Enkele aanbevelingen van deze werkgroep zijn:

- Nieuwe vergunningen worden uitgegeven voor een beperkte periode van
15 jaar en geven zowel recht op het verkopen van benzine als op het leveren van restauratieve voorzieningen;

- nieuwe vergunningen worden geveild met elementen van asymmetrie. Partijen die sterk zijn vertegenwoordigd langs het hoofdwegennet krijgen een biedhandicap. Hoe groter het aantal stations waarover een partij al beschikt, hoe hoger de biedhandicap;

- kleine/nieuwe partijen krijgen de mogelijkheid tot het uitbrengen van een bod op meerdere stations tegelijk;

- naast een betaling voor de vergunning, blijft ook een aparte gebruiksvergoeding voor
het gebruik van de grond van kracht. Daarbij zal rekening worden gehouden met
verkeersintensiteit, zichtbaarheid en kavelgrootte.

bestaande overeenkomsten
Het Kabinet is, hierin gesteund door de motie Hofstra, van oordeel dat een beperkte looptijd van vergunningen ook zou moeten gelden voor de huidige benzinestations. Hierdoor worden de toetredingsmogelijkheden tot de benzinemarkt permanent vergroot, wat ten goede zal komen aan de concurrentie en de dynamiek. Een werkgroep, waarvan het eindrapport bij de brief aan de Tweede Kamer is gevoegd, trekt over de juridische randvoorwaarden waaronder de eeuwigdurende concessies kunnen worden beëindigd onder meer de volgende conclusies:

- Het eindig maken van de duur van de vergunning vraagt om een wettelijke regeling. De werkgroep stelt voor om in de wettelijke regeling voor een nieuw uitgiftesysteem een overgangsbepaling op te nemen voor bestaande overeenkomsten;

- tenzij de wederpartij instemt met opzegging dient de privaatrechtelijke relatie te worden opgezegd door de kantonrechter;
- de staat dient bij de opzegging van overeenkomsten de belangen van de pomphouders op adequate wijze te regelen. Tegen deze achtergrond adviseert de werkgroep een lange opzegtermijn (10 jaar) in acht te nemen. Bij een dergelijke termijn hoeft naar het oordeel van de werkgroep slechts een beperkte schadevergoeding te worden geboden.

eisen aan benzinestations
De aanbevelingen van de MDW-werkgroep tot het opheffen van het verbod op onbemande stations en het opheffen van de verplichting tot het voeren van alle gangbare motorbrandstoffen zijn inmiddels verwerkt in een ontwerpbesluit tot wijziging van de Richtlijnen bewegwijzering. Voor het toestaan van .sobere. reclame voor motorbrandstofprijzen zal een wijziging van het aanduidingenbesluit worden voorbereid. Voor het twintig kilometer stramien (de regel dat er een afstand van 20 kilometer tussen benzinestations aasdligt) is afgesproken dat betere kriteria worden ontwikkeld, waarbij rekening wordt gehouden met belangen van ruimtelijke ordening en de verkeersveiligheid. Totdat die kriteria zijn vastgesteld, wordt de afwijking van het twintig kilometer stramien beperkt tot nieuwe locaties aan bestaande op- en afritten. De functiescheiding tussen benzinestations en wegrestaurants wordt opgeheven.

kritiek oliemaatschappijen
De brief gaat ook in op kritiek van de oliemaatschappijen op de aangekondigde voornemens. Zo wordt beargumenteerd dat in Nederland wel degelijk sprake is van relatief hoge brutomarges, wat duidt op de mogelijkheid van economische overwinsten of inefficiënties ergens in de bedrijfskolom, wat een indicatie is voor een gebrekkige marktwerking. Ook wordt aangetoond dat er in Nederland een exceptioneel hoge concentratiegraad op de benzinemarkt is. De bewindslieden constateren dat het volume-aandeel van de vier grootste merken sinds 1986 gestegen is van 58 naar 74 procent, een trend die zich bij ongewijzigd beleid waarschijnlijk zou voortzetten. Langs het hoofdwegennet is de concentratiegraad, met meer dan 90 procent voor de grote vier, nog aanzienlijk hoger.
Over de kritiek dat maatregelen als veilen van locaties leiden tot hogere kosten en dus hogere prijzen, merken de bewindslieden op dat ook hier sprake is van een verkeerde voorstelling van zaken. Zij wijzen op kostenverlagende maatregelen als het afschaffen van de assortimentsvoorschriften en de versoepeling van bemanningseisen.

Deel: ' Voortgang marktwerkingsoperatie benzine '




Lees ook