Tweede Kamer der Staten Generaal

voortgangsrapp implementatie mdw I projecten

Gemaakt: 27-3-2000 tijd: 17:11

geactualiseerde planning t.b.v. Tweede Kamer 9

geactualiseerde planning tbv Tweede Kamer 2


24036 Marktwerking, deregulering en wetgevingskwaliteit
Nr. 154 Brief van de ministers van Economische Zaken en van Justitie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 27 maart 2000


1 Inleiding

Bijgaand treft u aan de voortgangsrapportage van de implementatie van

MDW I projecten. Deze bevat de stand van zaken per 1 maart 2000.

Bij de vorige voortgangsrapportage
Brief van minister van Economische Zaken en Justitie, Kamerstukken II, vergaderjaar 1999-2000, 24036, nr. 140 in oktober 1999 was het implementatietraject van tien MDW I projecten afgerond. Sindsdien zijn vier projecten afgerond. Voor de resterende projecten streeft, zoals in oktober is aangegeven, het kabinet naar afronding in deze kabinetsperiode. In lijn daarmee zijn bij een aantal projecten belangrijke deelresultaten geboekt. Hoewel er ook bij enkele projecten vertragingen zijn opgetreden, ligt de implementatie van de MDW I projecten op een zodanig schema, dat de projecten binnen de gestelde termijn van deze kabinetsperiode worden afgerond.

2 Huidige stand van zaken


2.1 Geïmplementeerde MDW I projecten

De volgende MDW I projecten zijn na de vorige rapportage afgerond:

Arbowetgeving
Per 1 november 1999 zijn een Arbowet, de bijbehorende besluiten en de Arboregelgeving in werking getreden. Hierbij zijn de rapportageverplichtingen voor bedrijven voor een belangrijk deel vervallen. De verplichtingen van bedrijven ten aanzien van de veiligheid van hun personeel zijn daarbij niet aangetast. Dit leidt op basis van een globale, voorlopige schatting tot een besparing aan administratieve lasten van ca. f 85 mln.

Assurantiebemiddeling
Per 1 januari 2000 is de Wet assurantiebemiddelingsbedrijven gewijzigd door het schrappen van artikel 16 (verbod op retourprovisie). Na een evaluatie zullen per


1 januari 2002 tevens de artikelen 13 en 15 worden geschrapt. Met de recente

wetswijziging is invulling gegeven aan het kabinetsstandpunt over dit project.

Taxivervoer
Met de inwerkingtreding van de gewijzigde Taxiwet per 1 januari 2000 is meer ruimte ontstaan voor ondernemersvrijheden en concurrentie in deze vervoerssector. De inwerkingtreding heeft in de gemeente Amsterdam tot ongeregeldheden geleid; in de rest van Nederland echter niet. Voor de Amsterdamse taxiwereld wordt thans een onafhankelijke bemiddelingspoging tussen de betrokken partijen ondernomen.
Per 1 januari 2002 (uiterlijk 1 januari 2004) zal ook het capaciteitsbeleid worden

losgelaten.

Wet toegang ziektekostenverzekeringen (WTZ)
Het kabinet heeft recent, in een brief aan de Kamer, aangegeven de problematiek van de introductie van risicodragendheid in de WTZ bij de voorbereiding van de stelseldiscussie te willen meenemen.
Bij de eerstvolgende voortgangsrapportage (september 2000) bestaat er uitzicht op afronding van de volgende projecten:

Makelaars
Afhankelijk van de feitelijke agendering van de behandeling door de Kamer van het voorstel tot wijziging van de Makelaarswet, kan dit project nog in de loop van de tweede helft van 2000 worden afgerond.
Normalisatie en Certificatie als alternatief voor overheidsregulering Ten aanzien van het implementatietraject van dit project heeft het kabinet besloten de na deze zomer nog openstaande departementale deelprojecten onder de eigen verantwoordelijkheid van de betrokken departementen te laten uitvoeren.

De betrokken departementen zullen hiertoe een verplichting opnemen in hun

begroting voor het jaar 2001. Dit maakt het mogelijk het implementatietraject van dit

project in de loop van het derde kwartaal van 2000 af te ronden met de evaluatie van

de reeds uitgevoerde projecten.

Stad en regels
Met de afronding van de evaluatie van het pilotproject in de gemeente Den Haag kan dit project per medio 2000 worden afgerond. Afronding van dit project in medio 2000 betekent op zich wel een vertraging van ca. 6 maanden. Deze vertraging hangt samen met de benodigde tijd voor de afstemming van de evaluatie met de

gemeente Den Haag.


2.2 MDW I projecten met belangrijke (deel)resultaten
Sinds de vorige voortgangsrapportage (oktober 1999) zijn er bij een aantal MDW I projecten belangrijke (deel)resultaten geboekt. In het navolgende wordt een aantal van deze (deel)resultaten beschreven. Daarbij zij aangetekend dat het bereiken van deze resultaten soms ook gepaard is gegaan met een vertraging ten opzichte van het tijdschema dat bij de vorige voortgangsrapportage is gehanteerd. Indien dat het geval is, wordt dat vermeld.

Benzinemarkt
In oktober 1999 werd gemeld dat naar aanleiding van de gehouden consultatie over de aanpak van de benzineverkoop langs het hoofdwegennet nog nader overleg gevoerd wordt over de mogelijkheden van een alternatieve route. Inmiddels heeft dit overleg geleid tot een convenant met zittende partijen. Hierbij is een veilingschema voor alle benzinevergunningen afgesproken, waarbij tevens op een termijn van drie jaar 50 stations langs het hoofdwegennet minder onder de vlag van één van de grootste vier oliemaatschappijen zullen opereren. Tevens is een aanzienlijke stijging van de domeinvergoeding voor benzinestations afgesproken. De opheffing van de functiescheiding zal nog aan een nader onderzoek worden onderworpen. Medio
2000 zal tevens het voorzieningenbeleid hoofdwegennet zijn gewijzigd door sobere reclame voor benzineprijzen toe te staan, onbemande stations toe te staan en de verplichting tot het voeren van een volledig assortiment motorbrandstoffen op te heffen. Het nadere overleg met zittende partijen en het wijzigen van het voorzieningenbeleid heeft wel enige maanden meer tijd gevergd dan in oktober jl. werd verwacht.

Beroepspensioenen
Het kabinet heeft besloten, de Wet betreffende de verplichte deelneming in een beroepspensioenregeling (Wet Bpr) in te trekken, tenzij uit consultatie van de beroepsbeoefenaren blijkt, dat er voldoende draagvlak is voor een Wet Bpr, die voldoet aan solidariteitscriteria en de aanbevelingen uit het MDW-project. Met de intrekking van de Wet Bpr hebben de beroepsbeoefenaars voor hun pensioenopbouw dezelfde mogelijkheden als andere zelfstandigen, die thans niet onder een verplichtstelling op grond van de Wet Bpr vallen. Bij de intrekking van de Wet Bpr zal in goed overleg met de beroepsbeoefenaars overgangsrecht worden vorm gegeven. Voor de zomer
2000 bestaat duidelijkheid over de uitkomst van de consultatie. Mocht de uitkomst zijn, dat een meerderheid van de beroepsbeoefenaren blijft hechten aan een zodanige Wet Bpr, dan zal alsnog een nieuwe Wet Bpr worden opgesteld.

Concurrentie en prijsvorming in de gezondheidszorg Per 1 januari 2000 is wat betreft de verzekeraarsbudgetten de verevening voor de categorie «overige verstrekkingen» afgeschaft. Daarnaast is het overleg met de betrokken partijen over de tarieven in de mondzorg afgerond. Een en ander leidt tot aanpassing van het besluit werkingssfeer WTG die medio 2002 gereed zal zijn. De notitie WTG zal vóór 1 mei 2000 aan de Kamer worden toegezonden.

Daarnaast is de tijdsplanning ten aanzien van het opheffen van het verbod op eigen instellingen nader ingevuld. In september 2000 zal de aan het College zorgverzekeringen en de Commissie toezicht uitvoeringsorganisaties gevraagde uitvoeringstoets beschikbaar komen. In de eerste helft van 2001 zal vervolgens een wetsvoorstel aan de TK worden aangeboden. De werkgroepen die de afbakening van de pakketten van de fysiotherapie moeten uitwerken, starten nog vóór de zomer.

Incasso auteursrechten
Hoewel meerdere maanden vertraagd, is inmiddels een wetsvoorstel voor het toezicht op de incasso van auteursrechten opgesteld en voor commentaar naar betrokken organisaties gezonden. Naar verwachting kan in september 2000 een wetsvoorstel aan de Kamer worden aangeboden.
Specifieke uitkeringen
In januari 2000 is aan de Kamer de tweede voortgangsrapportage over dit project toegezonden.


2.3 MDW I projecten met belangrijke (deel)vertragingen
Sinds oktober 1999 hebben een aantal MDW I projecten belangrijke deelvertragingen opgelopen. Ook hier geldt dat vaak niet alleen vertragingen zijn opgetreden maar ook enig resultaat is geboekt. Het betreft de volgende punten:

Accountancy

In verband met de noodzakelijke langere doorlooptijd van het externe onderzoek in het kader van de evaluatie van de accountantswet loopt dit onderdeel een vertraging van enkele maanden op. Dit heeft echter naar verwachting geen invloed op de geplande einddatum van dit totale project (medio 2002).

Bouwregelgeving
Het project heeft vertragingen opgelopen bij de standpuntbepaling ten aanzien van de toekomst van de bouwleges, de beleidsbrief bouw en de conversie van het bouwbesluit. De discussie over de toekomst van de deregulering van de bouw zal worden meegenomen in de nota Wonen, welke naar verwachting medio 2000 aan de TK zal worden aangeboden. Door de complexiteit van de materie en de in het pre-advies van de Raad van State opgenomen oproep tot grote zorgvuldigheid (in verband met het voorkomen van noodzakelijke mutaties nadien) heeft de conversie van het bouwbesluit een vertraging van ca. een half jaar opgelopen. Het geconverteerde bouwbesluit zal medio juni van 2000 beschikbaar komen. Na advisering door de Raad van State zal per 1 april 2001 het gewijzigde bouwbesluit worden gepubliceerd. In verband met een afgesproken gewenningstermijn zal het nieuwe bouwbesluit vervolgens op
1 januari 2002 in werking treden. Het implementatietraject zal evenwel worden afgerond met de publicatie van het gewijzigde bouwbesluit in april 2001.

Concurrentiebeding

De ambtelijke voorbereiding van het wetsvoorstel voor de regeling van het concurrentiebeding heeft een vertraging van 6 maanden opgelopen ten gevolge van het inwinnen van een advies bij de Stichting van de Arbeid. In het vierde kwartaal 2000 zal volgens de huidige planning een wetsvoorstel bij de Kamer worden ingediend.

Geluidshinder

Ten gevolge van de noodzakelijke nadere uitwerking van moties ingediend bij de behandeling in de Kamer van de nota Modernisering Instrumentarium Geluidbeleid (oktober 1998) loopt dit project een vertraging op van ca. een half jaar. Dit project zal volgens de huidige planning in de eerste helft van 2002 afgerond worden.

Loodsen

Dit project loopt vertraging op doordat de kamerbehandeling van het beleidsvoornemen

tot introductie van loodsdiensten-op-maat en concurrentie tussen aanbieders van navigatie ondersteunende diensten nog niet heeft plaatsgevonden. De behandeling van dit voornemen wordt thans in het tweede kwartaal van 2000 verwacht. Deze vertraging werkt door in het vervolg van het implementatietraject van dit project. Naar verwachting zal de afronding van dit project thans in het eerste kwartaal van 2002 kunnen plaatsvinden.

Markt en overheid

De voorbereiding van het wetsvoorstel Markt en overheid vergde meer tijd dan gepland. In het wetsvoorstel worden zowel de derde en vierde implementatielijn (het bestuurlijk overleg met VNG en IPO, de uitwerking van het toezichtvraagstuk) van het Markt en Overheid kader, als ook de bevindingen uit het advies van de SER meegenomen.

Naar verwachting zal in juni 2000 het wetsvoorstel aan de Raad van State worden gezonden. De einddatum van dit project verschuift hiermee naar 1 januari 2002.

Preventief toezicht vennootschappen

Dit project loopt in de parlementaire behandeling vertraging op. Het gaat hierbij om het maken van het verslag bij het wetsvoorstel. Het kabinet streeft er naar in de loop van maart 2000 de nota naar aanleiding van het verslag aan de Kamer te doen toekomen.

Produktwetgeving

Het wetsvoorstel voor een beperkte productwet is in verband met mogelijke complicaties voor de arbeidsomstandigheden voor advisering aan de SER voorgelegd. Hierdoor loopt het implementatietraject een vertraging van ca. een jaar op. Met het oog hierop heeft het kabinet besloten dat de stappen in het implementatieplan die losstaan van de nieuwe productwet, thans met spoed worden opgepakt.

Vergunningsprocedures bedrijfsvestiging

Onderzoek naar gebiedsgerichte vergunningen heeft een vertraging van ca. een half jaar opgelopen. Mogelijk kan het implementatietraject van dit project nog dit jaar worden afgerond.

Wet Verontreiniging Oppervlaktewateren

Het onderzoek naar kortdurende en kleine lozingen heeft een vertraging van ca.


6 maanden opgelopen ten gevolge van een recente uitspraak van het Europese Hof, waarin een ruimere interpretatie van het begrip lozing wordt gegeven. Dit onderzoek zal naar verwachting hierdoor pas in de eerste helft van 2000 afgerond kunnen worden.

Dan zal ook een beslissing worden genomen over de te treffen juridische maatregelen.


2.4 Overzicht feitelijke en verwachte realisatie MDW I projecten
Tabel 1 geeft een overzicht van het tijdstip van feitelijke en verwachte implementatie van de projecten. Het gaat hier om het moment waarop de laatste stap in de implementatie wordt gerealiseerd, vaak zijn al belangrijke deelprojecten gereed.

Tabel 1. Voortgang MDW I projecten

Thans gereed

(maart 2000)

Per 1-1-2001 gereed

Per 1-1-2002 gereed

Medio 2002 gereed

Arbowetgeving

Assurantiebe-middeling

Doorberekening handhavings-kosten

Eigen betalingen

Elektronische rechtshandeling- en

Hoger onderwijs

Kwaliteit EG-regelgeving

Levensmiddelen wetgeving

Rijtijden

Taxivervoer

Toezicht geprivatiseerde nutsvoorzienin- gen

Winkeltijdenwet

Wet toegang ziektekosten verzekering (WTZ)

Ziekenhuiswe- zen

(14 projecten)

Gerechtsdeur- waarders

Makelaars

Normalisatie en certificatie

Preventief toezicht ven- nootschappen

Specifieke uitkeringen

Stad en regels

Vergunnings-procedures bedrijfsvestiging

(7 projecten)

Accountancy

Benzinemarkt

Beroepspen-sioenen

Bouwregelge-ving

Concurrentie- beding

Incasso auteurs- rechten

Inrichtingen- en vergunningen- besluit milieu-beheer (IVB)

Markt en overheid

Productwetge-ving

Wet verontreiniging oppervlaktewateren (WVO)

(10 projecten)

Advocatuur

Concurrentie en prijsvorming in de gezondheids- zorg

Geluidhinder

Loodsen

Kinderopvang

(5 projecten)

Het kabinet streeft ernaar de MDW I projecten nog deze kabinetsperiode te implementeren. Op dit moment zijn 14 MDW I projecten geïmplementeerd. Volgens tabel 1 zal dit aantal aan het einde van dit jaar zijn opgelopen tot 21 projecten. Dat is dus iets meer dan de helft van het totale aantal projecten. In de loop van 2001 en de eerste helft van 2002 zal nog een flinke slag worden geslagen. Voor
2001 is daarbij de implementatie van 10 projecten voorzien en in de eerste helft van 2002 staat de implementatie van 5 projecten op de rol. Volgens deze planning kan het streven van het kabinet dus worden gerealiseerd. Dat neemt niet weg dat een zorgvuldige monitoring van de voortgang van de implementatie van de MDW I projecten noodzakelijk blijft.


3 Redenen voor vertraging

Het kabinet heeft in het Algemeen Overleg van 8 april 1999 aan de Tweede Kamer toegezegd om in de halfjaarlijkse voortgangsrapportage aan te geven wat de redenen voor opgetreden vertragingen zijn.

Tabel 2 bevat een overzicht van de redenen voor opgetreden vertragingen. Daarbij is uitgegaan van de indeling die ook in de vorige voortgangsrapportage is gehanteerd: uitwerking en nadere vormgeving van het kabinetsstandpunt, advisering door externe instanties, parlementaire behandeling van wetsvoorstellen en praktische invoering.

In tegenstelling tot bij de vorige voortgangsrapportage zijn in tabel
2 niet de vertragingen in de eindproducten van de projecten opgenomen, maar de vertragingen in de vervolgactiviteiten. De reden hiervoor is dat bij de projecten vaak vertragingen zijn opgetreden in vervolgactiviteiten, zonder dat deze hoeven te leiden tot vertragingen in eindproducten of zonder dat duidelijk is of en in welke mate er vertragingen optreden in de eindproducten. Het beeld in tabel 1 biedt derhalve een `scherper' beeld dan het beeld in de vorige voortgangsrapportage.

In bijlage 1 wordt voor elk MDW project dat nog niet is geïmplementeerd, de planning ten tijde van de vorige voortgangsrapportage en de geactualiseerde planning weergegeven. Tevens wordt voor de meest relevante onderdelen van de MDW projecten aangegeven wat de redenen van vertraging zijn. Een belangrijke aantekening daarbij is dat in veel gevallen de oorzaak van de vertraging inmiddels is weggenomen of opgelost.

Tabel 2. Redenen voor vertraging

Moment waarop vertraging optreedt

Oorzaken

Uitwerking en nadere vormgeving kabinetsstandpunt

meenemen in andere beleidsprojecten (bouwregelgeving, concurrentie en prijsvorming in de gezondheidszorg)

prioriteitsstelling (concurrentiebeding, produktwetgeving)

nadere uitwerking moties Kamer ingewikkeld (geluidhinder)

overleg betrokkenen in het veld (incasso auteursrechten)

nader overleg met betrokkenen in het veld (benzinemarkt inzake mogelijkheden alternatieve route; makelaars inzake de uitwerking certificering en geschillenregeling; stad en regels)

voorbereiding wetsvoorstel (markt en overheid)

jurisprudentie Europese Hof van Justitie, afstemming twee trajecten (WVO)

Advisering door externe instanties

advisering SER over implicaties arbeidsomstandigheden (productwetgeving)

Parlementaire behandeling

Kamerbehandeling duurt langer dan verwacht (gerechtsdeurwaarders, loodsen, kinderopvang, preventief toezicht vennootschappen)

Agendering wetsvoorstel (makelaars)

Praktische invoering

technisch ingewikkeld (conversie bouwbesluit)

uitwerking amvb's (inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer)

Wat is het beeld uit tabel 2? Een eerste constatering is dat er bij een flink aantal projecten wederom vertragingen zijn opgetreden. Sinds de vorige voortgangsrapportage is er bij 17 van de in totaal 26 MDW I projecten vertraging opgetreden. Daarbij is er in 11 gevallen ook sprake van nu reeds te voorziene vertraging in eindproducten.

De meeste vertragingen doen zich voor in de fase van de uitwerking en nadere vormgeving van het kabinetsstandpunt. De oorzaken hiervoor zijn divers. Het kan te maken hebben met de prioriteitsstelling van de departementen, het noodzakelijke overleg met andere departementen of betrokkenen, onvoorziene omstandigheden (bijvoorbeeld jurisprudentie van het Europese Hof van Justitie), nadere uitwerking van moties van de Kamer of met het betrekken van (onderdelen van) het MDW project bij andere trajecten. Het kabinet heeft waar nodig actie ondernomen om de redenen voor vertragingen weg te nemen. Daarbij gaat het onder meer om de interne prioriteitsstelling.

Voorts blijken er zich de nodige vertragingen in de planning voor te doen, omdat de parlementaire behandeling langer duurt dan verwacht.

Ten slotte wordt een aantal vertragingen veroorzaakt, omdat de praktische uitwerking technisch ingewikkeld is. Het kabinet doet er alles aan om het tempo van deze uitwerking zo hoog mogelijk te houden.


4 Ten slotte

Het kabinet heeft bij het begin van deze kabinetsperiode aangekondigd twee keer per jaar een voortgangsrapportage over de implementatie van MDW I projecten naar de Kamer te sturen. Dit is de derde voortgangsrapportage. Op dit moment zijn van de 36 MDW I projecten er
14 geïmplementeerd. Voorts worden er belangrijke deelresultaten geboekt, bijvoorbeeld bij de benzinemarkt. Aan het einde van dit jaar zal iets meer dan de helft van het totale aantal MDW I projecten zijn geïmplementeerd. De resterende projecten zullen in het jaar 2001 en de eerste helft van 2002 tot een afronding moeten worden gebracht. Het kabinet streeft er naar om alle MDW I projecten vóór het einde van deze kabinetsperiode te implementeren. Met een gezamenlijke inspanning van alle betrokkenen moet dat streven haalbaar zijn èn blijven.
Minister van Economische Zaken

A. Jorritsma-Lebbink

Minister van Justitie

A.H. Korthals

BIJLAGE TK-BRIEF
STAND VAN ZAKEN MDW-I PROJECTEN

Projecten:

Accountancy

Advocatuur

Arbowetgeving

Assurantiebemiddeling (Wabb)

Benzinemarkt

Beroepspensioenen

Bouwregelgeving

Concurrentiebeding

Concurrentie en prijsvorming in de gezondheidszorg

Geluidhinder

Gerechtsdeurwaarders

Incasso auteursrechten

Inrichtingen- en vergunningenbesluit Milieubeheer (IVB)

Kinderopvang

Loodsen

Makelaars

Markt en overheid

Normalisatie en certificatie

Preventief toezicht vennootschappen

Productwetgeving

Specifieke uitkeringen

Stad en regels

Taxivervoer

Vergunningsprocedures bedrijfsvestiging

Wet toegang ziektekostenverzekeringen (Wtz)

Wet Verontreiniging Oppervlaktewateren (WVO)


38

Toelichting: per project zijn weergegeven:

A: een korte typering van het project;

B: een schema met de planning voor de resterende activiteiten:

De projecten worden zoveel mogelijk uitgesplitst in nog te ondernemen deelacties. Daarnaast is steeds aangegeven wanneer het project als gereed kan worden beschouwd («eindproducten»);

Per deelactie is de planning weergegeven (uitgaande van de planning in brief aan de Tweede Kamer van oktober 1999) en daarnaast, in de gearceerde kolom, eventuele mutaties die zich nadien hebben voorgedaan in de planning, zoals aangegeven door het eerstverantwoordelijke departement.

In het Algemeen Overleg op 8 april 1999 heeft de Kamer verzocht in volgende rapportages meer expliciet de redenen van vertragingen te vermelden. De redenen van vertraging zoals aangegeven door het eerstverantwoordelijke departement zijn opgenomen in de kolom «toelichting mutaties».

Deelacties die na de vorige rapportage aan de Kamer zijn uitgevoerd, zijn in de navolgende planningen niet meer opgenomen als deze acties conform het voorgenomen tijdpad zijn uitgevoerd. Deelacties die wel zijn uitgevoerd, maar op een later tijdstip, zijn wel in het schema opgenomen. Het latere tijdstip is dan opgenomen in de kolom `mutaties'. Dit om opgetreden vertragingen zichtbaar te maken.

Accountancy

Vakdepartement: EZ (evaluatie accountantswet), Financiën (coördinatie doorlichting subsidie- en andere regelingen)

A. Korte typering project

In het rapport van de MDW-werkgroep Accountancy worden aanbevelingen gedaan om het domeinmonopolie van accountants af te bakenen, een scheiding tussen controle en adviesactiviteiten aan te brengen, en de publieke bevoegdheden van het NIVRA en de NOvAA te limiteren.

Het kabinet heeft deze aanbevelingen gedeeltelijk overgenomen. Concreet worden de subsidie- en andere regelingen waarin om een accountantsverklaring wordt gevraagd doorgelicht, wordt nader onderzoek van de Europese Commissie naar de mogelijkheid van een scheiding tussen controle en adviesactiviteiten afgewacht, en wordt de publieke status van het NIVRA en de NOvAA bij de reeds geplande evaluatie betrokken.

Deze voornemens zijn vertaald in een tweetal implementatielijnen. De eerste implementatielijn bestaat uit de doorlichting van subsidie- en andere regelingen waarin om een accountantsverklaring wordt gevraagd. Ten behoeve hiervan heeft werkgroep IODAD/IOFEZ een toetsingskader uitgewerkt. Deze doorlichting zal worden gecoördineerd door een interdepartementale stuurgroep (DOREAC, ingesteld januari 1999). Medio
2002 zal deze doorlichting worden afgerond. De tweede lijn bestaat uit de evaluatie van de accountantswetgeving. Deze is in november 1999 van start gegaan. De aanpak van de evaluatie is in overleg met de beroepsorganisaties NIVRA en NOvAA vastgesteld. De kwestie van de scheiding tussen controle en advies speelt ook op Europees niveau. Het kabinet heeft daarom besloten deze ontwikkelingen eerst af te wachten. Naar verwachting kan deze evaluatie einde 2001 worden afgerond.
De evaluatie zal bestaan uit drie fasen:

fase I: extern onderzoek Berenschot van november 1999 tot mei 2000.

fase II: extern onderzoeksrapport wordt in mei voor consultatie aan beroepsorganisaties en andere belanghebbende organisaties aangeboden.

fase III: na consultatie bereidt de minister van EZ een kabinetsstandpunt voor dat met het externe onderzoeksrapport aan de TK wordt aangeboden.

Na fase III volgt bespreking met de TK en voorbereiding van eventuele wetswijzigingen.

B. Planning

Vervolgactiviteiten

Accountancy

Planning

Oktober 1999

Mutaties

Maart 2000

Toelichting mutaties

Afronding doorlichting subsidie- en andere regelingen

Medio 2002

medewerking

Start evaluatie accountantswet

September 1999

November 1999

Opdrachtverlening extern bureau in november 1999

Evaluatie accountantswet afgerond, kabinetsstandpunt evaluatie

Voorjaar 2000tegenstand NOvAA

Medio 2000

Afstemming met beroepsorganisaties en andere departementen

Eventueel wetsvoorstel naar RvS

Eind 2000

Wetsvoorstel naar TK

voorjaar 2001

TK-behandeling gereed

Najaar 2001

publicatie staatsblad

Eind 2001

Belangrijkste eindproducten (wanneer het project als gereed kan worden beschouwd):

doorlichting subsidie- en andere regelingen gereed

Medio 2002

gewijzigde accountantswet wet in werking

Medio 2002

Eind 2001tegenstand

NOvAA/NIVRA

Afhankelijk van evaluatie en kamerbehandelingover


2. Advocatuur

Vakdepartement: Justitie

A. Korte typering project

Het MDW rapport Advocatuur beveelt aan de concurrentie in de advocatuur te vergroten door belemmeringen weg te nemen, zodat de stap naar de rechter voor de burger eenvoudiger wordt en met lagere kosten gepaard kan gaan. Het kabinet heeft de aanbevelingen uit dit rapport overgenomen.

Bij de implementatie van dit kabinetsbesluit zijn al de nodige resultaten geboekt:

Juristen in dienst van vakbonden, bureaus voor rechtshulp, de Consumentenbond e.d. mogen voortaan als advocaat worden ingeschreven. Zo zijn ca. 200 zogenaamde Cohen advocaten toegetreden. Besparing aan advocaatkosten wordt geraamd op f 70-75 mln. Regeling zal in 2000 worden geëvalueerd.

Toename tariefdifferentiatie door intrekking regelgeving adviestarieven.

Verhoging ondergrens voor wettelijk verplichte inschakeling van advocaat tot f. 10.000,- (was f. 5.000,-).

Nieuwe laagdrempelige Klachten- en Geschillenregeling Advocatuur, opererend onder auspiciën van de Stichting Geschillencommissies voor consumentenzaken.

Open staat nog het voornemen om de procuratieregels te schrappen en te bepalen dat een advocaat in het hele land mag optreden. In Groningen is hiertoe een eerste experiment gestart. Tevens wordt in het kader van de implementatie van de aanbevelingen omtrent dit project de advocatenwet herzien ten aanzien van de verordenende bevoegdheden.

B. Planning

Vervolgactiviteiten

Advocatuur

Planning

Oktober 1999

Mutaties

Maart 2000

Toelichting mutaties

Intrekken procuraat

Experiment electronische externe communicatie rechterlijke organisatie: pilots

Pilot gestart in Groningen

Ondersteuning landelijke uniformering verschillende rolreglementen (initiatief zittende magistratuur)

Afhankelijk van onderzoek CMG

Afronding van dit project zal plaatsvinden in het kader van het Project versterking rechterlijke organisatie

Starten projecten uitwerken en kwantificering werklasteffecten die voortvloeien uit afschaffing procuraat; verkenning van alternatieven

Afhankelijk van haalbaarheidsonderzoek

Brief naar TK met voorstellen

Afhankelijk van bovengenoemde stappen en financiële aspecten

Herziening advocatenwet

Start voorbereiding wetswijziging

pm

Pm

Belangrijkste eindproducten (wanneer het project als gereed kan worden beschouwd):

Intrekken procuraat

pm

Herziene advocatenwet in werking (verordenende bevoegdheden)

Medio 2002


3. Arbowetgeving (project gereed)

Vakdepartement: SZW

A. Korte typering project

De regels voor de arbeidsomstandigheden waren vrij gedetailleerd en onoverzichtelijk. De arbo-regels sloten ook niet meer echt aan bij de veranderde opvattingen over de rol van de overheid en die van werkgevers en werknemers.

Het MDW-project heeft geleid tot het kabinetsstandpunt dat goede arbeidsomstandigheden meer dan vroeger de verantwoordelijkheid van werkgevers en werknemers zijn en dat zij meer decentraal kunnen worden geregeld. Deze visie wordt vertaald in een nieuwe arbeidsomstandighedenwet en andere, daarmee samenhangende, wet- en regelgeving. De kamerbehandeling van de wet is inmiddels afgerond. De nieuwe arbo-wet is per 1 november 1999 in werking getreden.

B: Planning

Vervolgactiviteiten

arbo

Planning

Oktober 1999

Mutaties

Maart 2000

Toelichting mutaties

Arbowet

invoering wetswijziging


1-11-1999

Arbobesluit

aanpassing arbobesluit in staatsblad

September/oktober 1999


1-11-1999

Arboregeling

aanpassen arboregeling in staatscourant


1-11-1999

Belangrijkste eindproducten (wanneer het project als gereed kan worden beschouwd):

aangepaste arbowet, arbobesluit en arboregeling in werking


1-11-1999


4. Assurantiebemiddeling (project gereed)

Vakdepartement: Financiën

A: Korte typering project

Het MDW-project heeft geleid tot het kabinetsbesluit dat de wettelijke beloningsregels voor de assurantiebemiddeling zullen worden afgeschaft. Daarnaast heeft ook een evaluatie van de wijziging van de Wabb van 1991 plaatsgevonden. Daarbij ging het met name om de vakbekwaamheidseisen en de consequenties van het afschaffen van de beloningsartikelen voor andere bepalingen. Door deze maatregelen neemt de concurrentie tussen bemiddelaars toe, krijgen consument en zakelijke afnemer meer keuzevrijheid en ontstaat een betere prijs/kwaliteitsverhouding.

Een voorstel tot wetswijziging (intrekking van het verbod op retourprovisie (art. 16)) is op 3 september 1997 aan de Tweede Kamer gezonden. Een tweede wetsvoorstel (met daarin intrekking van de overige beloningsregels en overige aanpassingen van de Wabb) is op 12 mei 1999 aan de Tweede Kamer gezonden. De Tweede Kamer heeft beide wetsvoorstellen in november 1999 aanvaard. In de Eerste Kamer is dit in december 1999 gebeurd.

De intrekking van het verbod op retourprovisie is op 1-1-2000 in werking getreden. De inwerkingtreding van het vervallen van de overige beloningsregels (art. 13 en 15) zal afhankelijk van de uitkomsten van een evaluatie van de marktwerking en concurrentie in het tussenpersonenkanaal en van de effecten van het vervallen van artikel
16 op de verzekeringsmarkt geschieden. Deze procedure is het resultaat van een overeenstemming die in april 1999 tussen de ministers van Financiën en Economische Zaken, het Verbond van Verzekeraars (mede namens NVA en NbvA) en de Consumentenbond is bereikt over de verdere procedure voor de beide wetsvoorstellen.

B: Planning

Vervolgactiviteiten

Assurantiebemiddeling

Planning

Oktober 1999

Mutaties

Maart 2000

Toelichting mutaties

Kamerbehandeling art. 16 gereed

Najaar 1999

Kamerbehandeling art. 13 en 15 gereed

Begin 2000

Najaar 1999

evaluatie art. 16 gereed


1 augustus 2001

Belangrijkste eindproducten (wanneer het project als gereed kan worden beschouwd):

art. 16 ingetrokken


1-1-2000 of z.s.m. daarna

art. 13 en 15 ingetrokken

Gepland 1-1-2002, afhankelijk van evaluatie

compromis tussen overheid en marktpartijen


5. Benzinemarkt

Vakdepartement: Financiën (uitgifteregeling), VenW (voorzieningenbeleid), EZ (deelverantwoordelijkheid beide onderdelen)

A. Korte typering project

Op de benzinemarkt wordt geconcurreerd op basis van merknaam, loyaliteitssystemen en de tankshop, maar nauwelijks op de prijs. De maatschappelijke kosten van dit gebrek aan prijsconcurrentie bedragen enkele honderden miljoenen guldens per jaar.

De eerste fase van dit MDW-project (situatie op het hoofdwegennet) is gereed. Het kabinet heeft besloten om de verplichte minimale afstand tussen benzinestations van 20 km op te heffen, benzinestations toe te staan op parkeerplaatsen en bij wegrestaurants, de looptijd van bestaande en nieuwe vergunningen te beperken tot 10 tot 15 jaar, de assortimentsvoorschriften en de bemanningsverplichting op te heffen en sobere reclame voor benzineprijzen toe te staan. Feitelijke realisatie per specifieke (nieuwe) locatie is mede afhankelijk van de milieutechnische en ruimtelijke inpasbaarheid.

Door deze maatregelen ontstaan meer locaties langs de hoofdwegen, krijgen meer partijen kans op het verwerven van locaties (onder meer door alle locaties asymmetrisch te veilen) en zal de prijs/kwaliteitsverhouding voor de consument verbeteren.

Over de implementatievoorstellen is in de zomer van 1999 het veld geconsulteerd. Daarbij hebben zowel betrokken horecapartijen als ook zittende benzinepartijen om nader overleg gevraagd. Het kabinet heeft hiermee ingestemd. Dit overleg is in februari 2000 afgerond. Aangaande het overleg met de zittende benzinepartijen heeft dit geleid tot overeenstemming over de inhoud van een convenant, waarin een schema voor het veilen van alle bestaande vergunningen is afgesproken.

De inhoud van dit convenant is op 11februari jl. aan de Kamer gemeld (Handelingen TK 1999-2000, 24036, nr. 150). Daarbij zullen binnen een termijn van drie jaar 50 stations minder onder de vlag van de vier grootste vergunninghouders opereren. De looptijd van de vergunningen wordt in de veiling vastgesteld op 15 jaar. De domeinvergoeding voor de verkoop van motorbrandstoffen langs het rijkswegennet wordt daarbij fors verhoogd.

De opheffing van de functiescheiding wordt aan een nader onderzoek onderworpen.

De aanbevelingen omtrent het gevoerde assortiment motorbrandstoffen, het toestaan van reclame voor motorbrandstofprijzen en de bemanningsvoorschriften van benzinestations zal medio 2000 in werking treden.

In de tweede fase van het project zijn de provinciale en gemeentelijke wegen aan bod gekomen. Hoewel minder rigide, heeft ook buiten de snelweg de overheidsbemoeienis geleid tot een verstarring van de marktstructuur, een verdergaande concentratie, geringe toetredingsmogelijkheden voor nieuwe partijen en een gebrek aan (prijs)concurrentie. Het kabinet heeft derhalve besloten bij gemeenten en provincies een vergelijkbare herordening van de benzinemarkt te bevorderen. Hierbij gaat het met name om introductie van een vraaggestuurde benaderingswijze van de benzinemarkt door gemeenten en provincies, aanpassing gemeentelijke verplaatsingsregelingen, ruimte bieden voor branchevreemde verkoop en andere alternatieve bedrijfsconcepten en beperking looptijd vergunningen. Om dit te bevorderen zal in een bestuurlijk overleg getracht worden gezamenlijke targets af te spreken, zal een voorlichtingscampagne worden opgestart en zal instrumentarium voor gemeenten en provincies bij de andere benadering van de benzineverkoop worden ontwikkeld.

B: Planning

Vervolgactiviteiten

Benzine

Planning

Oktober 1999

Mutaties

Maart 2000

Toelichting mutaties

implementatie eerste fase

consultatie marktpartijen

Juli 1999

Februari 2000

Door zowel benzine- als horecapartijen is om nader overleg gevraagd. Overleg februari 2000 afgerond met een convenant met de benzinepartijen.

stand van zaken tweede fase:

afronding rapport tweede fase

Oktober 1999


21-10-1999 met kabinetsstandpunt naar Kamer gestuurd
Bestuurlijk overleg met VNG en IPO

Mei 2000

Doel afspreken gezamenlijke targets

Voorlichtingscampagne en toolkit

April 2000

Belangrijkste eindproducten (wanneer het project als gereed kan worden beschouwd):

Fase 1: gewijzigd Voorzieningenbeleid in werking


1-1-2000

Medio 2000

Betreft de opheffing reclameverbod, assortimentsvoorschrift en bemanningsverplichting.

Fase 1: gewijzigde Uitgifteregeling in werking


1-1-2001

Conform convenant met benzinepartijen

Fase 2: Bestuurlijk overleg afgerond


1-6-2000


6. Beroepspensioenen

Vakdepartement: SZW

A: Korte typering project

In het project Beroepspensioenregeling gaat het om de verplichting van sommige personen met een vrij beroep (denk aan huisartsen, fysiotherapeuten etc.) deel te nemen in een bepaalde pensioenregeling. Hierbij wordt aanbevolen de Wet betreffende verplichte deelneming in een beroepspensioenregeling in zijn huidige vorm aan te passen om de individuele keuzevrijheid te vergroten, marktconforme prikkels te introduceren en de concurrentie te vergroten. Hierdoor kan de pensioenvoorziening efficiënter worden.

De Wet Bpr zal worden ingetrokken, tenzij uit consultatie van de beroepsbeoefenaren blijkt, dat er voldoende draagvlak is voor een Wet Bpr met solidariteitselementen, die voldoet aan de aanbevelingen van het MDW-project. De uitkomst van die consultatie wordt voor de zomer
2000 verwacht. Bij intrekking wordt aandacht besteed aan overgangsmaatregelen.

B: Planning

Vervolgactiviteiten

Beroepspensioenen

Planning

Oktober 1999

Mutaties

Maart 2000

Toelichting mutaties

Start consultatie veld over intrekking Bpr.

Maart 2000

Consultatie veld gereed

Zomer 2000

Intrekking cq wijziging Wet Bpr

Ultimo 2001

Aan de hand van consultatie wordt bezien of overgegaan wordt tot uitvoering principebesluit tot intrekking wet Bpr dan wel tot wijziging wet overgegaan wordt. Bij intrekking kan termijn aanzienlijk worden verkort.

Belangrijkste eindproducten (wanneer het project als gereed kan worden beschouwd):

Intrekking/wiijziging

Wet Bpr

Ultimo 2001


7. Bouwregelgeving

Vakdepartement: VROM

A: Korte typering project

De bouwregelgeving is op onderdelen ondoorzichtig. Administratieve procedures kunnen minder complex en korter worden gemaakt. Besloten is deze knelpunten op te lossen door verbeteringen binnen het bestaande raamwerk van regelgeving. Het gaat daarbij met name om verbetering van de leesbaarheid en toegankelijkheid van het Bouwbesluit (conversie van de structuur bouwbesluit) en om aanpassingen van de Woningwet (vergunningen op hoofdlijnen, uniformering aanvraagprocedures, objectivering welstandstoezicht en wijziging categorie-indeling bouwwerken).

Een wetsvoorstel voor de gewijzigde Woningwet is in september naar de Tweede Kamer gezonden. Per 1-1-2001 kan de gewijzigde Woningwet in werking treden, waarna met de publicatie van het gewijzigde Bouwbesluit per 1-4-2001 dit implementatieproject kan worden afgesloten.

B: Planning

Vervolgactiviteiten

bouwregelgeving

Planning

Oktober 1999

Mutaties

Maart 2000

Toelichting mutaties

Overleg met VNG over bouwleges afgerond (voortouw BZK)

Oktober 1999

September 2000

Fundamentele discussie over toekomst bouwleges

Kabinetsstandpunt over rapport bouwleges naar Tweede Kamer

Januari 2000

September 2000

Beleidsbrief MDW-bouw naar Tweede Kamer

November 1999

Medio 2000

Wordt opgenomen in Nota Wonen (aanbieding aan TK medio 2000)

Woningwet:

TK behandeling gereed

Maart 2000

EK behandeling gereed

(niet in planning opgenomen)

Juli 2000?

Publikatie in Staatsblad

(niet in planning opgenomen)

Augustus 2000

Bouwbesluit:

Conversie Bouwbesluit

Naar RvS

Publikatie staatsblad

april/mei 2000

september 2000

zomer 2000

april 2001

Reden vertraging is vooral gelegen in complexiteit materie en preadvies Raad van State, die oproept tot grote zorgvuldigheid bij conversie.

Belangrijkste eindproducten (wanneer het project als gereed kan worden beschouwd):

Gewijzigde Woningwet in werking


1-1-2001

Publicatie gewijzigd Bouwbesluit


1-1-2001


1-4-2001


8. Concurrentiebeding

Vakdepartement: SZW

A: Korte typering project

De huidige, wettelijke regeling is nauwelijks normerend en leidt tot een toepassingspraktijk die onevenredig beperkend is voor de werknemer die van baan wil veranderen. De werking van het concurrentiebeding kan worden beperkt tot de arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd, opgeschort voor de duur van de proeftijd, en de geldingsduur kan wettelijk worden begrensd. De werkgever kan alleen een beroep doen op het beding indien hij aantoonbaar een zwaarwichtig belang bij het concurrentiebeding heeft. Hierdoor wordt onnodig beroep op concurrentiebedingen tegengegaan, neemt het beroep op de rechter af en kan de arbeidsmobiliteit toenemen.

Het kabinet heeft deze voorstellen voorgelegd aan de Stichting van de Arbeid (STAR). Het STAR-advies wordt meegenomen in het wetsvoorstel.

B: Planning

Vervolgactiviteiten

concurrentiebeding

Planning

Oktober 1999

Mutaties

Maart 2000

Toelichting mutaties

Wetsvoorstel naar RvS

begin 2000

Medio 2000

Wetsvoorstel naar TK

najaar 2000

Ultimo 2000

TK en EK behandeling gereed

Medio 2001

Publicatie staatsblad

Medio 2001

Belangrijkste eindproducten (wanneer het project als gereed kan worden beschouwd):

Wetsvoorstel in werking

Medio 2001


9. Concurrentie en prijsvorming in de gezondheidszorg
Vakdepartement: VWS

A: Korte typering project

In dit MDW project zijn factoren in kaart gebracht die de concurrentie bij fysiotherapeuten en tandartsen belemmeren en zijn voorstellen gedaan om deze belemmeringen op te heffen. Een belangrijk voorstel is dat wordt gekomen tot een herziening van het overeenkomsten stelsel, waarbij ook wordt bezien de mogelijkheid van een systeem van openbare inschrijving voor overeenkomsten tussen verzekeraars en zorgaanbieders over de te leveren zorg. Verder wordt invoering van een basistarief naast het huidige maximumtarief aanbevolen. Een ander voorstel is om de concurrentie in de mondzorg te bevorderen, door een grotere rol toe te kennen aan mondhygiënisten en tandprothetici en deze beroepsgroepen onder de WTG te brengen. Naar verwachting zullen de voor de grotere concurrentie in de mondzorg benodigde aanpassingen in de wetgeving in
2002 van kracht zijn.

B: Planning

Vervolgactiviteiten

prijsvorming en concurrentie gezondheidszorg

Planning

Oktober 1999

Mutaties

Maart 2000

Toelichting mutaties

Verzekeraarsbudgettering

Onderzoeken leiden mogelijk tot mutaties in verstrekkingenbudgettering per 1 januari 2000.

Per 1-1-2000 is verevening voor de categorie overige verstrekkingen afgeschaft.

WTZ

In loop van 1999 wordt andere wijze bezien voor realisatie doelstellingen.

Wordt betrokken bij stelseldiscussie

Protocollering

Diverse trajecten, continu proces

Revitalisering overeenkomstenstelsel

Notitie WTG in oktober naar TK

Notitie WTG vóór 1 mei 2000 naar TK

Opheffen verbod eigen instellingen

Standpunt in juli 1999 naar TK verzonden. Aan College zorgverzekeringen en Commissie toezicht uitvoeringsorganisaties zal uitvoeringstoets worden gevraagd.

Uitvoeringstoets in sept 2000 gereed

Ie helft 2001 zal wetsvoorstel aan TK worden gezonden.

Pakketafbakening fysiotherapie

Onderdeel meerjarenafspraken

Werkgroepen starten vóór zomer 2000.

Uitbreiding takenpakket mondhygiënist

Beslissing en implementatie deze kabinetsperiode

Tarieven mondzorg

Gevolgen worden geïnventariseerd

Overleg met partijen afgerond.

Belangrijkste eindproducten (wanneer het project als gereed kan worden beschouwd):

Mondzorg: aanpassing Besluit werkingssfeer WTG

Medio 2002

Tariefdifferentiatie

Medio 2002

Revitalisering overeenkomstenstelsel

Medio 2002


10. Geluidhinder

Vakdepartement: VROM

A: Korte typering project

Belangrijkste uitkomst van het MDW project is de decentralisatie van het geluidhinderbeleid naar gemeenten. Tevens wordt bundeling van de procedures in het geluidhinderbeleid mogelijk en wordt de ruimtelijke ordening in de besluitvorming versterkt. Voor rijksobjecten/projecten (zoals rijkswegen, spoorwegen, luchthavens, defensieterreinen en landaanwinningsprojecten) behoudt het Rijk de bevoegdheid om geluidsnormen te stellen. Voor regionale projecten (stiltegebieden, recreatiegebieden, provinciale wegen, regionale bedrijventerreinen) blijft dit de provincie.

De voorstellen zijn verder uitgewerkt in het kader van het project «Modernisering Instrumentarium Geluidbeleid». De beleidsnota MIG is in september 1998 in de Tweede Kamer aan de orde geweest. In de Tweede Kamer zijn enkele moties aangenomen (garanderen van rechtszekerheid individuele burger, conflictprocedure gemeente/provincie, opnemen van landelijke grenswaarden). Deze moties worden op dit moment nog uitgewerkt. In de eerste helft van 2000 zal een concept wetsvoorstel naar de Raad van State worden gestuurd.

Ter implementatie van de nota MIG is een aantal projectgroepen ingesteld:

project normstelling en dosismaat;

project wetgeving MIG;

project doelstellingen;

project AmvB rijksobjecten;

project monitoring;

project proefprojecten;

project handreiking.

B: Planning

Vervolgactiviteiten

Geluidhinder

Planning

Oktober 1999

Mutaties

Maart 2000

Toelichting mutaties

wetsvoorstel naar RvS

Voorjaar 2000

Zomer 2000

Nadere uitwerking moties Kamerbehandeling MIG uit oktober 1998

wetsvoorstel naar TK

Eind 2000

Medio 2001

TK-behandeling gereed

Medio 2001

Eind 2001

Belangrijkste eindproducten (wanneer het project als gereed kan worden beschouwd):

wijziging wet milieubeheer in werking

Pm

Afronding project in deze kabinetsperiode (afhankelijk van RvS en TK)

intrekken wet geluidhinder

Pm

wijziging BRO en bouwbesluit

Pm


11. Gerechtsdeurwaarders

Vakdepartement: Justitie

A: Korte typering project

Bij dit project staan de regelingen aangaande de kwaliteitseisen aan de beroepsuitoefening en het combineren van ambtsverrichtingen met commerciële activiteiten centraal.

Besloten is op termijn vaste tarieven te vervangen door vrijere prijsvorming met gemaximeerde wettelijke tarieven. Voor commerciële activiteiten komt de maximum tariefstelling te vervallen.

Het domeinmonopolie gerechtsdeurwaarders blijft gehandhaafd. Gezocht wordt naar vermindering van het aantal gevallen waarin gerechtsdeurwaarders ingezet moeten worden. Zal vertaald worden in wet.

Vrije vestiging gerechtsdeurwaarders.

Tevens zal een PBO worden ingesteld met een beperkte taakomschrijving.

Door deze maatregelen ontstaat keuze uit verschillende deurwaarders, tariefdifferentiatie en betere informatie over het aanbod van de deurwaarder.

Een nota van wijziging van de Gerechtsdeurwaarderswet is in maart 1999 aan de Tweede Kamer gestuurd. Na behandeling van deze wetswijziging in de Kamer wordt de liberalisatie van de standplaatsen ter hand genomen. De wet zal per eind 2000/begin 2001 in werking treden.

B: Planning

Vervolgactiviteiten

Gerechtsdeurwaarders

Planning

Oktober 1999

Mutaties

Maart 2000

Toelichting mutaties

TK behandeling gereed

Eerste kwartaal 2000

Eind 2000/begin 2001

Publikatie in Staatsblad

Eerste kwartaal 2000

Eind 2000/begin 2001

Belangrijkste eindproducten (wanneer het project als gereed kan worden beschouwd):

Gewijzigde wet in werking


1-4-2000

Eind 2000/begin 2001

Voor afbakening ambtshandelingen en bijbehorende tarieven is advies gevraagd aan aparte commissie. Advies wordt 1-10-2000 verwacht.


12. Incasso auteursrechten

Vakdepartement: Justitie

A: Korte typering project

Krachtens de Auteurswet en de Wet naburige rechten zijn vergoedingen verschuldigd voor het gebruik van beschermd materiaal. In de praktijk doen zich problemen voor bij de onderhandelingen over en de incasso van vergoedingen voor het gebruik van muziek. De problemen ontstaan doordat moet worden onderhandeld met twee verschillende organisaties (BUMA voor componisten en SENA voor musici en fonogrammenproducenten) en sprake is van afzonderlijke, op basis van twee verschillende parameters opgestelde facturen en verschillende betaaladressen. Beide partijen zijn op aandrang van de overheid thans met elkaar in gesprek over de mogelijkheden voor een samenwerking op deze terreinen. Dit overleg heeft vooralsnog een vrijwillig karakter. Er is inmiddels overeenstemming bereikt over de parameters bij de berekening van de tarieven. Dit overleg voor de zomer van 2000 de gewenste resultaten qua verbeterde samenwerking te hebben opgeleverd. Ook het toezicht is niet overzichtelijk geregeld, er zijn in totaal vijf verschillende toezichthouders. De bedoeling is een centraal college van toezicht in het leven te roepen.

Daarnaast is besloten de overheidsgoedkeuring van de reglementen aan de hand waarvan de beheerorganisaties de geïncasseerde vergoedingen uitkeren aan rechthebbenden, af te schaffen. Een wetsvoorstel zal in de loop van 2000 naar de Kamer worden gezonden.

B: Planning

Vervolgactiviteiten

Incasso auteursrechten

Planning

Oktober 1999

Mutaties

Maart 2000

Toelichting mutaties


1. Samenwerking

Samenwerking BUMA en SENA: afwachten eigen initiatief

Overeenstemming BUMA en SENA over parameters berekening tarieven

Overige punten, m.n. van belang vanuit oogpunt administratieve lasten, moeten nog worden opgepakt

Gesprekken afgerond

Zomer 2000


2. Toezicht

Wetsvoorstel toezicht naar RvS

Augustus/september 1999

Maart 2000

Conceptwetsvoorstel naar betrokkenen gestuurd. Hebben de ruimte gekregen om tot 1 maart 2000 te reageren. Reacties worden verwerkt in wetsvoorstel.

Wetsvoorstel naar TK

Eind 1999

September 2000

TK behandeling gereed

Mei 2000

Maart 2001

Risico vertraging/verwatering door tegenstand Buma/SENA

EK behandeling gereed

September 2000

Juli 2001

Belangrijkste eindproducten (wanneer het project als gereed kan worden beschouwd)


1. betere samenwerking BUMA en SENA

April 2001

Indien verbeterde samenwerking via wetsvoorstel moet worden afgedwongen. Zonder wetsvoorstel kan dit aanzienlijk eerder worden afgerond (zomer 2000)


2. wetsvoorstel toezicht in werking

Oktober 2000

Juli 2001


13. Inrichtingen- en vergunningenbesluit Milieubeheer (IVB)
Vakdepartement: VROM

A: Korte typering project

Kern van de voornemens is dat meer bedrijven onder de algemene regels voor milieubeheer vallen en daarom niet langer een vergunning hoeven aan te vragen. Dat scheelt in de administratieve lasten. Het milieu resultaat zal er niet onder lijden maar naar verwachting juist verbeteren. Voor 15 sectoren worden algemene regels opgesteld. Van alle bedrijven zal uiteindelijk meer dan 75% onder deze algemene regels vallen. Daarnaast wordt gewerkt aan het eenvoudiger maken van de algemene regels die al bestaan.

Voor drie sectoren zijn de regels in 1998 in werking getreden. Het gaat om de Horeca-, sport- en recreatie-inrichtingen (per 1-10-1998), de detailhandel en ambachtbedrijven en de woon- en verblijfsgebouwen (beide per 1-12-1998). Voor de overige 12 (geclusterde) sectoren zullen de regels in 2000/2001 van kracht worden.

Inmiddels is ook een wetsontwerp tot wijziging van de Wet milieubeheer aan de Tweede Kamer ingediend, om voor die inrichtingen die vergunningplichtig blijven meer veranderingen op basis van een melding mogelijk te maken.

B: Planning

Vervolgactiviteiten

IVB

Planning

Oktober 1999

Mutaties

Maart 2000

Toelichting mutaties

overige 12 sector- AmvB's in staatsblad

In 2000 tenminste 5 amvb's in werking.

In 2001 overige amvb's in werking.

B. wijziging Wet milieubeheer

wetsontwerp naar Tweede Kamer

vervolg


20 mei 1999

onderzoek implementatie in juni 1999 afgerond

Belangrijkste eindproducten (wanneer het project als gereed kan worden beschouwd):

A. sector-amvb's 8.40 Wm besluiten van kracht overige besluiten in werking

In 1998 3 amvb's in werking. In 2000 5 in werking, in 2001 rest.

B. wijziging Wet milieubeheer in werking

Wetsontwerp meldingenstelsel is op 20 mei 1999 naar TK gezonden. September 1999 nota n.a.v. het verslag naar TK.


14. Kinderopvang

Vakdepartement: SZW, VWS (gezamenlijk verantwoordelijk voor wet basisvoorziening kinderopvang), Financiën (fiscale aspecten)

A: Korte typering project

De MDW-werkgroep heeft het huidige stelsel van kinderopvang onder de loep genomen en alternatieven geschetst voor de toekomst. Aanpassing van het stelsel is nodig omdat er knelpunten zijn op het terrein van onder andere de capaciteit en beschikbaarheid, de efficiency en effectiviteit, de overzichtelijkheid en uniformiteit van de regelgeving etc. Tegen de achtergrond van bepaalde randvoorwaarden heeft de werkgroep de basiskenmerken geformuleerd waaraan een nieuw stelsel voor de kinderopvang zou moeten voldoen. Daarnaast is het kabinet een aantal keuzes voorgelegd rond de inrichting, financiering en faciliëring van de kinderopvang die om nadere politieke besluitvorming vragen. Voor een deel zijn deze keuzes gemaakt in het Regeerakkoord, voor een ander deel zullen ze nog gemaakt moeten worden bij de uitwerking van een nieuwe wettelijke regeling voor de kinderopvang.

In juni is een beleidsbrief naar de Tweede Kamer gestuurd over de verdere uitwerking van het Regeerakkoord op dit onderdeel. In deze beleidsbrief wordt voor de korte termijn een forse capaciteitsuitbreiding aangekondigd en voor de langere termijn de Wet basisvoorziening kinderopvang en verkenning van de mogelijkheden voor een uniform financieringsmodel.

De Wet basisvoorziening kinderopvang regelt de structuur van de kinderopvang, de verantwoordelijkheidsverdeling, de kwaliteit en het toezicht daarop en de financiering, waaronder de ouderbijdragen. Bij het uitwerken van het kinderopvangbeleid spelen uitgangspunten en aanbevelingen van het MDW rapport een rol. Het gaat dan onder meer om het vergroten van de transparantie van het kinderopvangbeleid, om gelijke condities en gelijke toegang voor alle aanbieders. In navolging van het MDW rapport stelt het Regeerakkoord dat de financiering van kinderopvang door de overheid concurrentie op commerciële basis niet in de weg mag staan.

De beleidsbrief kinderopvang geeft aan dat deze punten des te meer van belang zijn aangezien de komende jaren - in aanvulling op 26.000 reeds toegekende plaatsen buitenschoolse opvang - een extra capaciteit van ongeveer 45.000 opvangplaatsen door gemeenten onder kinderopvangorganisaties verdeeld gaat worden.

B: Planning

Vervolgactiviteiten

kinderopvang

Planning

Oktober 1999

Mutaties

Maart 2000

Toelichting mutaties

kaderstellende notitie naar TK

Tweede helft 1999

Eerste helft 2000

Beleidsnota kinderopvang van juni 1999 op 25 november 1999 in TK behandeld. Late behandeling beleidsnota werkt door in termijnen kaderstellende notitie.

implementatie via wetstraject Wet basisvoorziening kinderopvang:

wetsontwerp naar RvS

Mei 2000

Oktober 2000

advies RvS gereed

September 2000

Februari 2001

wetsontwerp naar TK

Eind 2000

Eerste helft 2001

TK en EK behandeling gereed

September 2001

Februari 2001

publicatie staatsblad

Oktober 2001

Maart 2002

Belangrijkste eindproducten (wanneer het project als gereed kan worden beschouwd):

nieuwe wet in werking


1-1-2002


1-5-2002


15. Loodsen

Vakdepartement: VenW

A: Korte typering project

Het generieke karakter van de loodsplicht en de loodsgeldtarieven en de hoogte van de loodsgeldtarieven, geplaatst tegen de achtergrond van de bestaande monopoliepositie van de Loodsenorganisatie, hebben tot een jarenlange onvrede geleid. Zo zijn de kostenbesparingen door een efficiëntere bedrijfsvoering van het Loodswezen niet doorgegeven in de vorm van lagere tarieven.

Het kabinet heeft zich n.a.v. het MDW rapport voorgenomen om met handhaving van het huidige veiligheidsniveau, het bestaande stelsel van generieke loodsplicht en aanbod van loodsdiensten door één private partij, ingrijpend te wijzigen waardoor de kosten van beloodsing voor schepen zullen afnemen. Centraal hierbij staan het introduceren van loodsdiensten-op-maat (afhankelijk van onder meer het veiligheidsrisico en de situatie) en het introduceren van concurrentie tussen aanbieders van navigatie-ondersteunende diensten.

De huidige regelgeving zal moeten worden aangepast om een zorgvuldige invoer van gedifferentieerde loodsplicht en concurrentie mogelijk te maken. Het derde kwartaal 1999 is het implementatieplan (in de vorm van een conceptbeleidsvoornemen) gereed gekomen en naar de kamer gestuurd. De kamerbehandeling van dit conceptbeleidsvoornemen heeft echter vertraging opgelopen. Naar thans verwacht wordt zal de kamerbehandeling in het tweede kwartaal van 2000 plaatsvinden. Deze vertraging werkt door in het vervolg van het implementatietraject.

B: Planning

Vervolgactiviteiten

loodsen

Planning

Oktober 1999

Mutaties

Maart 2000

Toelichting mutaties

Kamerbehandeling beleidsvoornemen


2e kwartaal 2000

Wetsvoorstel (incl. internationale afstemming) naar RvS


2e kwartaal 2000


4e kwartaal 2000

Wetsvoorstel naar TK


3e kwartaal 2000


1e kwartaal 2001

Behandeling TK gereed


3e kwartaal 2001


1e kwartaal 2002

Publicatie staatsblad


3e kwartaal 2001


1e kwartaal 2002

Belangrijkste eindproducten (wanneer het project als gereed kan worden beschouwd):

Nieuwe wet in werking


4e kwartaal 2001


1e kwartaal 2002


16. Makelaars

Vakdepartement: Justitie, EZ

A: Korte typering project

Op advies van de MDW werkgroep Makelaars heeft het kabinet zich voorgenomen om de wettelijke titelbescherming en beëdiging van makelaars per 1 januari 2000 af te schaffen. Dit voornemen betreft de makelaars in onroerende zaken (OZ) en de makelaars in roerende goederen en diensten (RGD). De makelaars in assurantiën vallen buiten de reikwijdte van het advies van de werkgroep.

Het kabinet heeft zich voorgenomen om een stimulerende en faciliterende rol te spelen bij de totstandkoming van alternatieve, `lichtere', privaatrechtelijke arrangementen. Een marktbrede certificeringsregeling en een onafhankelijke geschillencommissie voor makelaars in onroerende zaken (OZ) zijn naar verwachting effectiever dan de huidige wettelijke regeling.

Op verzoek van de Minister van Economische Zaken heeft de heer Brokx onderzocht hoe een certificeringsregeling kan worden opgesteld voor makelaars in onroerende zaken. Hij heeft daartoe gesprekken gevoerd met de betrokken brancheverenigingen en consumentenorganisaties. Op basis van deze gesprekken heeft hij op 12 februari 1999 zijn advies aan de brancheorganisaties en aan de Ministers van EZ en Justitie aangeboden. Het advies is begin maart door beide bewindslieden aan de Tweede Kamer aangeboden. NVM, LMV, VBO en VEH zijn door de minister van EZ gevraagd om in stuurgroep deel te nemen die de certificeringsregeling gaat uitwerken. Zij hebben allen positief gereageerd op dit verzoek. De stuurgroep certificering makelaars (SCM), onder leiding van een onafhankelijk voorzitter, de heer Van Klaveren (gedeputeerde Friesland), is in juli 1999 van start gegaan. Belangrijkste gesprekspunten zijn daarbij het gewenste kwaliteitsniveau voor certificering en het onderling vergelijken van bestaande opleidingen. In februari 2000 is de TU Twente in opdracht van de SCM begonnen met een onderzoek naar deze aspecten.

De brancheverenigingen zijn daarnaast inmiddels in gesprek met de Stichting Geschillencommissie Consumentenzaken (SGC) over de opzet van een geschillenregeling.

Voor wat betreft de makelaars in roerende goederen en diensten (RGD) is - gezien de uiteenlopende aard van de makelaars in deze categorie - eerst onderzoek verricht naar de mogelijkheden om tot een basis-certificeringsregeling te komen. Uit het onderzoek blijkt dat er onder de verschillende brancheorganisaties potentieel draagvlak bestaat voor een basiscertificeringsregeling en dat er inhoudelijk gezien voldoende overeenkomsten zijn om een
basiscertificeringsregeling te kunnen realiseren. In vervolg hierop hebben de brancheverenigingen afgesproken om een gemeenschappelijke aanpak te kiezen.

B: Planning

Vervolgactiviteiten

Makelaars

Planning

Oktober 1999

Mutaties

Maart 2000

Toelichting mutaties

TK behandeling gereed

November 1999

PM

Agendering plenaire behandeling moet nog plaatsvinden

Publikatie Staatsblad

(niet in planning opgenomen)

PM

Afhankelijk van behandeling door Kamer

Belangrijkste eindproducten (wanneer het project als gereed kan worden beschouwd):

wetswijziging in werking


1 jan. 2000

PM

geschillenregeling


1 jan. 2000

Pm

SGC begonnen met gesprekken branche

Inwerkingtreding certificatie makelaars (door branche)


1 januari 2000

Eind 2000

Afhankelijk van voortgang SCM. Aanname wetsvoorstel door TK zal proces bespoedigen.


17. Markt en overheid

Vakdepartement: EZ, Justitie, Financiën

A: Korte typering project

De laatste jaren is de overheid of daaraan gelieerde instellingen in toenemende mate markt activiteiten gaan ontwikkelen. Hierbij wordt regelmatig in concurrentie getreden met private ondernemingen. Doordat de overheid echter op bepaalde gebieden een voorsprong heeft ten opzichte van private aanbieders op dezelfde markt kan er sprake zijn van oneerlijke concurrentie met de andere marktpartijen (fiscaliteit, subsidie, klantenbestanden, e.d.).

Het MDW project Markt en Overheid heeft geleid tot de hoofdregel dat overheidsinstanties in principe geen marktactiviteiten dienen te ontwikkelen. In vier situaties geldt deze hoofdregel echter niet. Het betreft marktactiviteiten die onlosmakelijk verbonden zijn met de vervulling van een publieke taak, op het terrein van de kennisinfrastructuur liggen (onder voorwaarden), betrekking hebben op het beschikbaar stellen van restcapaciteit aan produktiemiddelen of waarvoor geldt dat reeds een beslissing is genomen de publieke taak onder concurrentie te plaatsen.

Op basis van deze regels is een doorlichtingskader ontwikkeld. In drie tranches zijn inmiddels specifieke terreinen en organisaties doorgelicht. Over de eerste twee doorlichtingslijnen is de Tweede Kamer reeds ingelicht. Op rijksniveau is het kader ook vastgelegd in de Aanwijzingen voor de rijksdienst, die per 1 juli 1998 van kracht zijn geworden. De derde en vierde doorlichtingslijn, het bestuurlijk overleg met VNG en IPO en de uitwerking van het toezicht, zijn inmiddels geïntegreerd in de voorbereiding rond het wetsvoorstel Markt en overheid. Conform de afspraken in het Regeerakkoord wordt met het wetsvoorstel aangegeven op welke wijze het toetsingskader op alle overheidsdiensten van toepassing wordt. Het advies van de SER over de contouren van deze wetgeving, dat in september 1999 is verschenen, wordt eveneens in de uitwerking van de wet betrokken. Het streven is het wetsvoorstel Markt en overheid in juni naar de Raad van State toe te zenden voor advies.

B: Planning

Vervolgactiviteiten

markt en overheid

Planning

Oktober 1999

Mutaties

Maart 2000

Toelichting mutaties

doorlichting tweede lijn:

implementatie aanbevelingen tweede lijns doorlichting

Medio 2000

doorlichting derde lijn:

kabinetsstandpunt naar TK

December 1999/januari 2000

Wordt meegenomen bij wetsvoorstel

kamerbehandeling gereed

Derde kwartaal 2000

Wordt meegenomen bij wetsvoorstel

fiscaliteit:

kabinetsstandpunt, publiceren concept-wetswijziging en starten overleg

Pm

Voortouw Financiën. Contourenschets Vpb aan TK op 12 mei 1999 gestuurd. Reacties worden geïnventariseerd. Daarna kabinetsstandpunt fiscaliteit.

wetsvoorstel:

wetsvoorstel naar RvS

Januari 2000

Juni 2000

Reactie VNG en IPO op concept wetsvoorstel in februari/maart

wetsvoorstel naar TK

Juni 2000

December 2000

TK behandeling gereed

Tweede helft 2000

Eerste helft 2001

EK behandeling gereed

Eerste helft 2001

Tweede helft 2001

Belangrijkste eindproducten (wanneer het project als gereed kan worden beschouwd):

Wet M&O in werking


1-7-2001


1-1-2002


18. Normalisatie en certificatie als alternatief voor overheidsregulering

Vakdepartement: algehele coördinatie project: EZ en Justitie; departementale projecten: EZ, VROM, BZK, OCW, VWS, SZW, LNV, VenW

A. Korte typering project

Veel wet- en regelgeving is erg gedetailleerd. Aanpassing van wet- en regelgeving kost relatief veel tijd waardoor de wetten en regels snel achterlopen bij de ontwikkelingen op de markt. Zelfregulering (regulering door marktpartijen zelf) kan vaak een aanvulling of alternatief zijn voor wet- en regelgeving. In dit MDW project is een stappenplan gemaakt om te beoordelen of de overheid gebruik kan maken van zelfregulering in de vorm van normalisatie en certificatie en op welke beleidsterreinen dat zou kunnen.

De implementatie van het MDW project bestaat uit drie delen:

juridische verankering van het gebruik van normalisatie en certificatie in de Aanwijzingen voor de regelgeving;

samen met bedrijfsleven opstellen van een normalisatiecode;

starten van deelprojecten bij diverse departementen. Daarbij wordt voor een groot aantal beleidsterreinen onderzocht hoe normalisatie en certificatie optimaal kunnen worden gebruikt.

De juridische verankering in de Aanwijzingen voor de regelgeving zal naar verwachting medio 2000 gerealiseerd worden.

Gesprekken met de betrokken partijen (overheid, NNi, marktpartijen) geven het beeld dat een gedragscode zoals die aanvankelijk werd voorzien vooralsnog niet haalbaar is. Echter, dit specifieke instrument is ook niet noodzakelijk om het beoogde doel te bereiken. Binnen een bredere discussie over normalisatie wordt nu gezocht naar overeenstemming tussen partijen over (1) het zorgvuldig betrekken van belanghebbenden bij normalisatieprocessen en (2) verbetering van de toegankelijkheid en kenbaarheid van normen. Het eindprodukt moet een plan van aanpak zijn om deze twee doelstellingen te realiseren.

Tot slot de deelprojecten. Het kabinet heeft besloten de na deze zomer nog openstaande departementale deelprojecten onder de eigen verantwoordelijkheid van de betrokken departementen te laten uitvoeren. De betrokken departementen zullen hiertoe een verplichting opnemen in hun begroting.

B: Planning

Vervolgactiviteiten

Normalisatie en certificatie

Planning

Oktober 1999

Mutaties

Maart 2000

Toelichting mutaties

Belangrijkste eindproducten (wanneer het project als gereed kan worden beschouwd):

normalisatiecode

Einde 1999

April 2000

NNi werkt thans aan het vergroten toegankelijkheid en kenbaarheid normen via mogelijkheden ICT. Verdere uitwerking wordt meegenomen in de voortgangsrapportage over de nota `Normen, Certificaten en Open Grenzen' (planning april 2000).

vervolg uitvoering departementale deelprojecten (nog ca. 15 projecten)

medio 2002

Medio 2000

Nog openstaande departementale deelprojecten zullen onder eigen verantwoordelijkheid van de betrokken departementen worden uitgevoerd. Betrokken departementen zullen hiertoe verplichting opnemen in hun begroting 2001. Uitvoering projecten wordt daarmee afgesloten met evaluatie welke thans wordt uitgevoerd.

wijziging Aanwijzingen voor de regelgeving verwerking als onderdeel van de 4e wijziging

Begin 2000

Medio 2000

Wijziging is onderdeel van groter pakket aanpassingen en zal gebundeld worden aangeboden. Door vertraging op andere onderdelen is de inwerkingtreding iets vertraagd.


19. Preventief toezicht vennootschappen

Vakdepartement: Justitie

A: Korte typering project

Aanleiding voor het project waren de (lange) wachttijden die voorkwamen bij preventief toezicht bij het oprichten van vennootschappen, alsmede het beperken van de rol van de overheid bij het opstellen van de statuten. Het project heeft geleid tot een aantal voorstellen tot wijzigingen in het toezicht waardoor, met behoud van de waarborg functie die het toezicht heeft in de criminaliteitsbestrijding, de wachttijden al aanmerkelijk zijn teruggebracht en nog verder worden teruggebracht (doel maximaal 48 uur).

Het juridisch toezicht in de huidige vorm op iedere individuele conceptakte van oprichting van een vennootschap bij het ministerie van Justitie, blijft achterwege. De bewaking van de kwaliteit van de conceptakte wordt overgelaten aan de notaris. Het preventief toezicht op vennootschappen concentreert zich op de toets van financiële en criminele antecedenten van beoogde beleidsbepalers van op te richten vennootschappen.

Het terugbrengen van de wachttijd tot de voorgestelde maximaal 48 uur is nu afhankelijk van verdere wettelijke aanpassingen en de overbrenging van departementale richtlijnen naar boek 2 BW. Het wetsvoorstel ligt thans in de Tweede Kamer.

B: Planning

Vervolgactiviteiten

preventief toezicht vennootschappen

Planning

Oktober 1999

Mutaties

Maart 2000

Toelichting mutaties

TK-behandeling gereed

TK behandeling medio oktober nog niet gereed

Pm

TK heeft na 1 jaar pas verslag bij wetsvoorstel gemaakt. Vakdepartement is thans bezig met Nota n.a.v. Verslag.

Publicatie staatsblad


4e kwartaal 1999

Pm

Belangrijkste eindproducten (wanneer het project als gereed kan worden beschouwd):

Wet toezicht in werking

Afhankelijk van TK

Verklaring van geen bezwaar binnen 48 uur: in werking (pas mogelijk na wetswijziging)

Eind 2000

Pm


20. Productwetgeving

Vakdepartement: VWS en SZW (samen verantwoordelijk voor wetsvoorstel beperkte productwet), VenW (doorlichten vaar- en voertuigen)

A: Korte typering project

De Nederlandse productwetgeving omvat veel wetten waarin vanuit verschillende invalshoeken op verschillende manieren eisen aan producten (non-food) worden gesteld. Aan de wetgeving kleven bezwaren: het geheel aan wetten is versnipperd en complex en daardoor ontoegankelijk geworden. Het bedrijfsleven ervaart de regels nogal eens als ingewikkeld en inadequaat. Daarnaast wordt de informatievoorziening aan het bedrijfsleven onvoldoende geacht.

Op korte termijn zullen verschillende wetten (de WGW, Stoomwet, WW en de productregels uit de Arbowet) worden geïntegreerd tot een (beperkte) productwet. Een wetsvoorstel daartoe zal tweede helft 2000 naar de Tweede Kamer worden gezonden.

Voor de langere termijn dient het perspectief van een brede algemene productwet open te blijven. Met het oog daarop dienen in de tussentijd voornemens over alle productregelgeving zo goed mogelijk te worden afgestemd.

B: Planning

Vervolgactiviteiten

Productwetgeving

Planning

Oktober 1999

Mutaties

Maart 2000

Toelichting mutaties

Wetsvoorstel (beperkte) productwet naar TK

Tweede helft 1999

Tweede helft 2000

Wetsvoorstel ligt i.v.m. implicaties voor arbeidsomstandigheden voor advies bij de SER (april 2000 verwacht). Na advisering door SER volgt nog advies door RvS, waarna wetsvoorstel aan TK zal worden aangeboden.

TK behandeling gereed

Medio 2000

Medio 2001

Doorlichten vaar- en voertuigen op integratievoordelen

Pm

Belangrijkste eindproducten (wanneer het project als gereed kan worden beschouwd):

Beperkte productwet in werking

Eerst helft 2001

Pm

Verbetering infovoorziening bedrijfsleven

Eerste helft 2000

Pm


21. Specifieke uitkeringen

Vakdepartement: BZK

A: Korte typering project

Departementen verstrekken aan provincies en gemeenten specifieke uitkeringen ter realisatie van specifieke doelen. Om de mate waarin die doelstellingen worden gerealiseerd en de verhouding tussen doel en middel te kunnen beoordelen, bevatten desbetreffende regelingen bepalingen over de te verstrekken informatie, controles en verantwoording. Het voldoen aan deze verplichtingen brengt voor provincies en gemeenten aanzienlijke administratieve lasten met zich mee.

In MDW kader worden de specifieke uitkeringen getoetst. De toetsing van de specifieke uitkeringen van Binnenlandse Zaken, Financiën en Volksgezondheid, Welzijn en Sport is afgerond. EZ, VROM, LNV, SZW en OCW hebben 10% van hun specifieke uitkeringen getoetst (voldoen daarmee aan kabinetsstandpunt).

In januari 2000 wordt een tweede voortgangsrapportage naar de Tweede Kamer gestuurd. De toetsing van de resterende specifieke uitkeringen zal eind 2000 gereed zijn.

B: Planning

Vervolgactiviteiten

Specifieke uitkeringen

Planning

Oktober 1999

Mutaties

Maart 2000

Toelichting mutaties

Tweede voortgangsrapportage naar TK

Eind 1999

Januari 2000

Belangrijkste eindproducten (wanneer het project als gereed kan worden beschouwd):

Toetsing alle specifieke uitkeringen gereed dwz. Getoetst en besproken in de visitatiecommissie


2000


10% van de regels van alle departementen zijn getoetst. Voorts hebben aantal departementen ook resterende 90% getoetst. Overige departementen ronden de toetsing van de resterende 90% af voor het einde van 2000.


22. Stad en regels

Vakdepartement: EZ (evaluatie vestigingswet, benchmark ondernemersklimaat), GSI (kansenzones, bedrijfsstimulering in Europees kader) , VROM (welstandstoezicht bouwvergunningen, toetsing bouwbesluit aan effecten milieu en bedrijven)

A: Korte typering project

Dit project is een samenwerkingsverband tussen het Rijk en de gemeente Den Haag. Op initiatief van de gemeente Den Haag wordt in dit project de gemeentelijke regelgeving onderzocht op mogelijkheden om de doelmatigheid en effectiviteit ervan te bevorderen. Achtergrond hiervan is dat de economie op lokaal niveau wordt beïnvloed door de gemeentelijke regelgeving terwijl de kwaliteit van de lokale regelgeving belangrijk is voor de effectiviteit en doelmatigheid van het openbaar bestuur. Aspecten waaraan met name aandacht is gegeven zijn: deregulering en herregulering (minder, maar betere regels), het kritisch doorlichten van voorgenomen regelgeving, mogelijkheden ter verbetering van de publieke dienstverlening, onder andere door de gemeentelijke dienstverlening te benchmarken.

B: Planning

Vervolgactiviteiten

Stad en regels

(voor het Rijk) **

Planning

Oktober 1999

Mutaties

Maart 2000

Toelichting mutaties

Welstandstoezicht bouwvergunningen:

Kamerbehandeling gereed

Gewijzigde wet in werking

juli 2000


1-10-2000

Wordt betrokken bij wijziging Woningwet. De hier weergegeven planning komt overeen met planning MDW-project bouwregelgeving.

Toetsing bouwbesluit aan effecten bedrijven en milieu:

Uitkomsten toetsing verwerkt in toelichting bij gewijzigd bouwbesluit, voorafgaand hieraan uitvoering milieu- en bedrijfseffectentoets

Per 1-1-2000 aanscherping energie-prestatie-coëfficiënt en invoering in utiliteitsbouw, tweede deel wordt opgesplitst: eind 2000/begin 2001 worden overige niet-materiaalgebonden maatregelen aan MR aangeboden en in 2001 de materiaalgebonden maatregelen.

Energie prestatiecoëfficiënt is aangescherpt. Begin 2001 worden overige niet-materieelgebonden maatregelen aan de MR aangeboden en in begin 2002 de materieelgebonden maatregelen.

Volgt traject herziening bouwbesluit (andere herziening dan bij MDW- project bouwregelgeving). Vertragingen doordat doorlopen traject meer tijd vergt.

Belangrijkste eindproducten (wanneer het project als gereed kan worden beschouwd):

Notitie kansenzones naar Tweede Kamer

Besluitvorming tot instellen van Wet op kansenzones is uitgesteld in afwachting van ontwikkelingsprogramma's van de GSB-steden (op
1-11-1999) ingediend

Bedrijfsstimulering in Europees kader

Verdeling van structuurfondsen over steden is nu bekend. Steden dienen najaar 1999 hun programma in bij de EC. Goedkeuring programma's moet binnen vijf maanden hierna plaatsvinden.

Eindrapportage werkgroep

Voorjaar 2000

Medio 2000

Reden vertraging: afstemming binnen Den Haag kost meer tijd dan verwacht


** Er is een werkgroep ingesteld voor coördinatie van de implementatie bij de gemeente.


23. Taxivervoer (project gereed)

Vakdepartement: VenW

A: Korte typering project

Voor taxi's gelden nu door de decentrale bevoegde overheden vastgestelde prijzen per vervoergebied. De vergunningverlenende instanties stellen per gebied verschillende nadere eisen aan de vergunningverlening, welke belemmerend werken op de toetreding op de taximarkt.

Het MDW-project heeft geleid tot kabinetsbesluiten om in de toekomst stapsgewijs het verlenen van vergunningen te centraliseren en de tariefiering over te laten aan de taxi-ondernemers zelf. Het is de bedoeling van het wetsvoorstel door minder regels en een open markt met meer ondernemersvrijheid en meer concurrentie, voorwaarden te scheppen voor een betere kwaliteit van het taxi-aanbod en een betere integratie in de vervoerketen.

De vaste tarieven vervallen, maar in het wetsvoorstel krijgt de overheid de mogelijkheid een landelijk maximumtarief vast te stellen. De huidige vervoergrenzen zullen worden opgeheven, zodat de taxi-ondernemers ook in andere gebieden werkzaam kunnen zijn. Er zal tijdelijk een landelijke capaciteitsnorm worden ingesteld. Op den duur wordt het capaciteitsbeleid afgeschaft. De verplichting om 24 uur beschikbaar en bereikbaar te zijn vervalt. Aan de toetreding op de markt worden landelijk uniforme eisen gesteld aan taxi-ondernemers en taxi-chauffeurs. Door de vraag van de klanten en de openstelling van de markt zullen ondernemers meer dan nu gestimuleerd worden zich te onderscheiden en zo de kwaliteit van het taxivervoer te verbeteren. Belangrijkste doel is om het gebruik van de taxi te vergroten, en de overstap vanuit auto, fiets of openbaar vervoer te vergemakkelijken. Een ruimer gebruik van de taxi kan het autoverkeer in de steden verminderen.

In februari 1998 is een wetsvoorstel naar de Tweede Kamer gestuurd, in maart 1999 gevolgd door een nota van wijziging en een nota naar aanleiding van het verslag. Begin juli 1999 heeft de Kamer ingestemd met een aangepast wetsvoorstel. Er is voorzien in een gefaseerde invoering van de nieuwe regelgeving naast de afbouw van oude regelgeving.

In oktober 1999 is de chauffeurspas ingevoerd. Per 1-1-2000 is de wijziging op de Wet Personenvervoer in werking (kwaliteitseisen ondernemersvergunning, kenbaarheid tarieven, geleidelijke afbouw van het capaciteitsbeleid door middel van een landelijke capaciteitsnorm, invoering maximumtarief en einde 24-uursverplichting) getreden.

De effecten van de getroffen beleidsmaatregelen zullen worden gemonitord in overleg met onder andere de branche en de bestuurders van de grote steden.

De minister van Verkeer en Waterstaat zal overleg voeren met de steden en de taxibranche over de effecten van de diverse beleidsmaatregelen. De hierbij vergaarde gegevens worden gebruikt voor het verslag over doeltreffendheid en effecten dat binnen 18 maanden na inwerkingtreding van de Wet Personenvervoer naar de Tweede Kamer zal worden gezonden.

Uiterlijk twee jaar na inwerkingtreding van de Wet Personenvervoer wordt het capaciteitsbeleid feitelijk losgelaten en wordt Nederland één vervoersgebied (2002). De minister houdt formeel wettelijk gedurende deze twee jaar na inwerkingtreding de mogelijkheid om terzake beleidsmaatregelen te hanteren, bijvoorbeeld indien de evaluatieresultaten hiertoe noodzaken.

Indien zwaarwegende redenen aanwezig zijn kan bij koninklijk besluit de termijn van twee jaar tot ten hoogste vier jaar worden verlengd. Een ontwerp van een dergelijk besluit moet aan het parlement worden voorgelegd.

B: Planning

Vervolgactiviteiten

Taxivervoer

Planning

Oktober 1999

Mutaties

Maart 2000

Toelichting mutaties

Invoering chauffeurspas


1-10-1999

Inwerking treding wijziging op de Wet Personenvervoer (o.m. centraal verlenen van vergunningen,uniforme kwaliteitseisen, geleidelijke afbouw capaciteitsbeleid door landelijke capaciteitsnorm, invoering maximumtarief, einde 24-uursverplichting)


1-1-2000

Besluit personenvervoer in werking


1-1-2000

Verslag over doeltreffendheid en effecten nar TK

Binnen 18 maanden na invoering Wet (2002)

Monitoring

Jaarlijks

Tot 2004 elk jaar een monitoring onderzoek, en vastlegging van gegevens. Doel is om beleidseffecten te kunnen relateren aan economische en conjuncturele ontwikkelingen.

Afschaffen capaciteitsbeleid, één landelijk vervoersgebied

Bevoegdheden blijven maximaal tot 2 jaar na invoering Wet (2002), kan tot 4 jaar (1/1/2004) worden verlengd.

Bij zwaarwegende redenen kan bevoegdheid capaciteitsbeleid en vervoersgebieden bij KB met 2 jaar worden verlengd

Belangrijkste eindproducten (wanneer het project als gereed kan worden beschouwd):

Gewijzigde wet in werking


1-1-2000 (eindbeeld in principe in Wet volledig gerealiseerd in
1/1/2002


24. Vergunningsprocedures bedrijfsvestiging
Vakdepartement: VROM (primair verantwoordelijk), VenW (medeverantwoordelijk vergunning op hoofdlijnen, coördinatie Wvo-Wm-vergunning), BZK (opzetten kwaliteitsnetwerk)

A: Korte typering project

In dit project zijn de mogelijkheden geïnventariseerd om de verlening van verschillende soorten vergunningen bij de vestiging van bedrijven beter op elkaar af te stemmen en te verbeteren wat betreft de administratieve lasten die daaruit voor het bedrijfsleven voortvloeien. Uitkomst is dat de verbeteringen in eerste instantie worden gezocht in het treffen van adequate organisatorische voorzieningen. Door een goede communicatie tussen overheid en bedrijf en tussen de overheden onderling, kan een beter verloop van het vergunningverleningproces worden bereikt. Daarnaast zijn procedurele verbeteringen mogelijk.

Het kabinet neemt de voorstellen om de procedures te harmoniseren op hoofdlijnen over. Over de organisatorische verbeteringen zal bestuurlijk overleg worden gevoerd om tot afspraken tussen de verschillende betrokkenen te kunnen komen over de werkwijze.

Daarnaast is in het Regeerakkoord afgesproken dat meer zal worden geïnvesteerd in de kwaliteit van de wetgeving, een duidelijke normstelling en de verdere harmonisatie van procedures via de Awb. Voorbeeld van dit laatste spoor is het binnenkort uit te brengen wetsontwerp voor een uniforme openbare voorbereidingsprocedure.

B: Planning

Vervolgactiviteiten

vergunningsprocedures bedrijfsvestiging

Planning

December 1998

Mutaties

Oktober 1999

Toelichting mutaties

Mogelijkheden vergunningtypen:

onderzoek gebiedsgerichte vergunning afgerond

in de loop van 1999


2e kwartaal 2000

Theoretische verkenning afgerond. Nog vertaling en toetsing aan praktijk nodig

Belangrijkste eindproducten (wanneer het project als gereed kan worden beschouwd):

in overleg met VNG, IPO en UvW kwaliteitsnetwerk opgezet


1999

Voortgangsrapportage via project OL 2000

afronding experimenten 1-loket functie Groningen

brief TK over vervolgacties

medio 2000

medio 2000

Wordt opgenomen in project OL 2000.

Harmonisatie en stroomlijning procedures:

wetsvoorstel parallelschakeling m.e.r. en Wm-vergunning van kracht

implementatie verdergaande harmonisatie en stroomlijning procedures in m.e.r.

Eind 2000

Gekozen is voor gecombineerd wetsvoorstel

Stroomlijning informatie verplichtingen; nader onderzoek Wm

Instanties geïnformeerd over wijzen omgaan met veranderingsgevoe

lige informatie

Voortgangsrapportage via OL 2000


25. Wet Toegang Ziektekostenverzekeringen (WTZ) (project afgerond)
Vakdepartement: VWS

A: Korte typering project

In de Wet Toegang Ziektekostenverzekering (WTZ) zit ca 15% van de particulier verzekerden, samen goed voor bijna 35% van de kosten van alle particulier verzekerden. 65-plussers vormen de belangrijkste groep in de WTZ. Een groot deel van de stijging van de zorgkosten die het gevolg is van de vergrijzing drukt derhalve op de WTZ. De invoering van risicodragendheid in de WTZ beoogt de verzekeraars aan te zetten doelmatiger met de contractering van zorg voor WTZ-verzekerden om te gaan en draagt daarmee bij aan het in stand kunnen houden van de WTZ als volwaardig vangnet voor de particuliere markt.

In het MDW project is een aantal mogelijkheden voor invoering van risicodragendheid in de WTZ geanalyseerd. Gezien de taakopdracht is deze analyse beperkt tot ingrepen in de WTZ zelf en zijn andere mogelijkheden, zoals overheveling van groepen verzekerden naar het ziekenfonds of sluiting van de WTZ niet in beschouwing genomen. De werkgroep heeft de voorkeur uitgesproken voor het invoeren van een risicovergoeding (vergoeding vooraf op basis van het gezondheidsrisico van verzekerden) met daarnaast een vergoeding voor gemaakte kosten boven een grensbedrag achteraf. Een vergelijkbare risicodragendheid is ook in de ziekenfondsverzekering ingevoerd.

In het Regeerakkoord is gekozen voor een combinatie van sluiting van de WTZ voor nieuwe 65-plussers, ophoging van de inkomensgrens van de ziekenfondsverzekering en het invoeren van risicodragendheid voor de
65-plussers die thans al WTZ-verzekerde zijn via een systematiek van vergoeding van gemaakte kosten boven een grensbedrag achteraf.
B: Planning

Het kabinet heeft recent besloten de introductie van risicodragendheid in de WTZ mee te nemen in de stelseldiscussie.


26. Wet Verontreiniging Oppervlaktewateren (WVO)
Vakdepartement: VenW

A: Korte typering project

In dit project is gekeken naar de knelpunten die zich in de praktijk voordoen bij het instrumentarium van de Wet verontreiniging oppervlaktewater. Conclusie is dat degenen die met de wet werken er redelijk tevreden over zijn, maar binnen het bestaande raamwerk zijn wel verbeteringen mogelijk.

Het kabinet heeft op advies van de werkgroep besloten tot de volgende maatregelen:

Algemene regels voor kortdurende en kleine lozingen.

Meldpunt voor uitvoeringsproblemen.

Informatieverstrekking en rapportageverplichtingen.

Evaluatie van de AMvB-inrichtingen.

Afschaffing van de leges voor lozingen op Rijkswateren (uitgevoerd).

Flexibiliteit en meer maatwerk bij algemene regels.

Afstemming Wvo en Wet milieubeheer-vergunning. Bestuurlijk overleg over de coördinerende rol van de provincie vindt plaats in de Commissie Integraal Waterbeheer (CIW).

B: Planning

Vervolgactiviteiten

WVO

Planning

Oktober 1999

Mutaties

Maart 2000

Toelichting mutaties

Onderzoek kortdurende lozingen en evaluatie kleine lozingen

Onderzoek zal einde 1999 worden afgerond.

Medio 2000 besluitvorming over te treffen juridische maatregelen.

In recente jurisprudentie (29-9-1999) van Europese Hof van Justitie wordt het begrip lozing ruim geïnterpreteerd, waardoor problematiek groter en complexer is geworden.

Onderzoek rapportage en info-verplichtingen gereed

Eind 1999, afhankelijk van de conclusies verder bezien

VROM zal gebruik ICT bij informatieverplichtingen bevorderen

Afstemming Wvo- en Wm- vergunning


- Brief naar TK over coördinatie WVO en Wm


- Bestuurlijk overleg coördinerende rol provincie afgerond
Via regulier overleg in CIW

Afwachten uitkomsten regulier overleg in CIW

Belangrijkste eindproducten (wanneer het project als gereed kan worden beschouwd):

Akkoord afstemming Wvo en Wm-vergunning

Zie afstemming WVO en WM-vergunning

Implementatie in regelgeving (ook amvb's in werking)

Maatwerk en flexibiliteit wordt in nieuwe amvb's uitgewerkt (open teelt en veehouderij, glastuinbouw, scheepsafvalstoffen); en bij herziening van bestaande amvb's meegenomen..

Evaluatie amvb Inrichtingen in 2001

Amvb open teelt eind 1999 in werking getreden.

Amvb glastuinbouw wordt in voorjaar 2000 aan MR aangeboden.

Amvb scheepsafvalstoffen in najaar 1999 naar RvS gezonden

Evaluatie amvb inrichtingen eind 2001 gereed

Copyright Tweede Kamer der Staten Generaal

Deel: ' Voortgangsrapportage MDW I projecten '




Lees ook