CDA

Vervolgvragen IBR affaire (040200)

Den Haag, 4 februari 1999

Schriftelijke vragen van het lid Atsma (CDA) aan de staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij en de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

1. Heeft u kennis genomen van de uitspraak van de Haagsche Rechtbank aangaande het blokkeren van het melkveehouderijbedrijf Roozegaarde te Zelhem? 1 Hoe beoordeelt u de uitspraak van de rechter dat gezondheidsproblemen van het vee voldoende zijn om het bedrijf te blokkeren ?

2. Welke criteria worden door het ministerie van VWS en LNV gehanteerd om over ter gaan tot blokkade van een bedrijf? Welke ziekteverschijnselen kunnen aanleiding geven om over te gaan tot het instellen van een blokkade? Welke personen of instanties zijn bevoegd melding te maken ingeval van ziekteverschijnselen, hoe zijn de richtlijnen dien aangaande?

3. Hoe beoordeelt u de uitspraak van de LTO vakgroepvoorzitter melkveehouderij de heer Vogelaar dat, de gekozen aanpak lijkt op willekeur? Hoe interpreteert u de uitspraak van sectordirecteur de heer Benedictus van de gezondheidsdienst voor dieren, We hebben diverse onderzoeken gedaan op het bedrijf en geen risico gevonden. De blokkade is niet op feiten gebaseerd.?

4. Bent u met ons van mening dat het niet zo kan zijn dat de overheid eenzijdig de kosten van een blokkade bij de veehouders kan neerleggen?

5. Vindt u het rechtvaardig dat boeren die zelf melding maken van verdachte koeien, bij blokkade van hun bedrijf, geen recht zouden hebben op schadevergoeding of compensatie? Bent u met ons van mening dat het zeer onwenselijk zou zijn als het draagvlak onder veehouders om mee te werken aan het laten onderzoeken van verdachte koeien, zou afkalven als gevolg van het optreden van de overheid? Wat bent u voornemens hier tegen te ondernemen?

1 Zie ook Agrarisch Dagblad, d.d. 4 februari 2000

Deel: ' Vragen CDA aan Landbouw en Volksgezondheid over IBR affaire '




Lees ook