CDA

: Tweede Kamer : Leerlinggebonden Financiering (240699)

Leerlinggebonden Financiering (240699)

Den Haag, 24 juni 1999

Algemene informatie:

Dit AO betreft de voortgang van het beleidstraject. Na overleg met het georganiseerde onderwijsveld is de staatssecretaris tot de conclusie gekomen dat de wetgeving in twee trajecten uiteen moet vallen. Op korte termijn wordt voorzien in de wettelijke regeling van onafhankelijke indicatiestelling en de verplichte aansluiting van (v)so scholen bij Regionale Expertise Centra. De taken van de REC's passen in het kader van de indicatiestelling. In werkingtreding: schooljaar 2001/2002. De invoering van de REC's in volle omvang zal later geregeld worden. Eerst zal een experimenteerkader uitgewerkt worden waarbinnen scholen die een voorloperspositie innemen op basis van de Experimentenwet al op heel korte termijn kunnen overgaan tot volledige REC-vorming.

Inbreng op hoofdlijnen:

1. REC-vorming geen doel maar middel. LGF bedoeld om keuzevrijheid te vergroten. Moet zorgvuldig proces zijn: kwetsbare doelgroep. Uitstel t.b.v. zorgvuldig proces in overleg met "veld" is beter dan overhaaste invoering wet.

Indicatiestelling

2. Indicatiestelling moet zorgvuldig gebeuren. Sta dus niet persé negatief tegenover uitstel. Pilots indicatiestelling lopen nog. De uitkomsten daarvan moeten eerst bekend zijn voordat toetsingscriteria, procedures en de organisatie van de indicatiestelling in de wet worden opgenomen. Zonder geobjectiveerde criteria kan dat niet.

3. De indicatiestelling moet wat mij betreft een totaalbeeld geven van het kind. Op basis daarvan moet ook de huisvestingsnorm voor dat kind worden vastgesteld. Nu is het nog zo dat bij verstandelijk gehandicapten deze handicap als bepalend geldt voor de groepsgrootte. Als naast de verstandelijke handicap sprake is van een andere handicap, een meervoudige gehandicapt kind dus, dan valt deze leerling in groepsgrootte 12.
(dus: verstandelijke handicap met ernstige gedragsproblematiek, verstandelijke handicap met visuele handicap etc) Deze kinderen vallen onder de norm voor ZMLK scholen. Voor ZMOK-scholen geldt een groepsgrootte 7. Wat mij betreft moet de norm voor groepsgrootte gekoppeld worden aan het totaalbeeld van het kind en in ieder geval niet aan de schoolsoort. Ik vraag de staatssecretaris of zij ten behoeve van de discussie hierover ons een brief kan sturen waarin zij de relatie indicatiestelling, handicap, groepsgrootte en huisvesting helder maakt. Volgens de CDA fractie is het noodzakelijk dat voor meervoudig gehandicapte kinderen de groepsgrootte op 7 gesteld wordt.

4. De praktijktoetsing loop ver achter op schema. Rond 1 juni pas 133 dossiers, volgens de planning hadden dat er 550 moeten zijn. Is hier sprake van een wachtlijst en hoe schat de staatssecretaris het risico op het ontstaan van wachtlijsten bij één landelijke indicatiestelling in?

De staatssecretaris zegt in haar brief dat toetsing achteraf door de onafhankelijke commissie snel en efficiënt kan plaatsvinden. Daarnaast maakt zij alleen melding onder de hoofdlijnen dat een onafhankelijke commissie toelaatbaarheidsbepaling de toelaatbaarheid van de leerling bepaalt. Betekent dit dat de RECs wel mogen indiceren maar nooit de uiteindelijke beslissing kunnen nemen? In hoeverre kunnen ouders ergens voor een second opinion terecht?

De herindicatie vindt na één of twee jaar plaats. Hoe vaak moet dat herhaald worden en welke regels worden daarvoor gehanteerd? Hoe zit het dan met toegekende formatie en gebouwelijke aanpassingen in het regulier onderwijs?

5. Toelating voor slechts één of twee jaar wel erg kort. Hoe zit het met toekennen formatie? Overigens is binden aan formatie en niet aan geld een goede zaak. Op wiens verzoek wordt opnieuw geïndiceerd?

Bestuurlijke organisatie

1. De staatssecretaris geeft aan dat de positie van het onderwijs binnen het REC nog niet duidelijk is. Kunnen verschillende organisatievormen naast elkaar bestaan? Volgens het CDA moet ook het federatieve model ruimte krijgen. Op welke termijn komt hierover duidelijkheid?

2. Er is een proces van onderop gaande dat gestimuleerd moet worden. Samenwerking en aansluiting bij REC moet bekostigingsvoorwaarde zijn. Termijn stellen samen met het veld (1-8-2001?). Niet samenwerking in één, door het Rijk bepaald, model opleggen. Godsdienstige, levensbeschouwelijke en pedagogisch didactische verscheidenheid is voor veel ouders net zon belangrijke keuzefactor als nabijheid. Scholen moeten eigen Brin-nr. kunnen houden. Worden dwarsverbanden in samenwerking tussen clusters en WSNS gestimuleerd?

3. Wanneer schuift het regulier basisonderwijs aan bij het overleg? Daar zal toch heel veel gerealiseerd moeten worden. Waarom doen zij nog niet mee?

4. Overgangsregeling treffen voor voorhoede ouders en voorhoede scholen waar er nog knelpunten zijn. Zie motie Lambrechts c.s. Ambulante hulp moet in de tussentijd kunnen, ook wanneer er nog geen sprake is van een REC. Kan de staatssecretaris aangeven waarom er geen landelijk expertice Centrum voor Epilepsie is?
Komt dat er nog? Of is er volgens de staattsecretaris een volledig dekkende kennisinfrastrurctuur over alle RECs? En evenzo voor kinderen met Autisme?
5. Tot slot, is de staatssecretaris het met mij eens dat gezien de besparing op de AWBZ, meer geld naar onderwijs toe zou moeten?

Kamerlid: Clémence Ross-van Dorp

Deel: ' Vragen CDA over leerlinggebonden financiering '




Lees ook