CDA

Transport splijtstofelementen (010200)

Den Haag, 1 februari 2000

Inbreng schriftelijke vragen van de CDA-fractie naar aanleiding van het algemeen overleg van 19 januari inzake verwerking en transporten van gebruikte splijtstofelementen:

1. De Afdeling Rechtspraak van de Raad van State heeft het verzoek tot schorsing van de vergunningverlening voor de transporten van radioactieve splijtstofelementen door Greenpeace toegewezen. Een van de redenen was dat de route van de transporten vooraf bekend moet zijn. Bij alle voorgaande transporten was de route wel degelijk bekend bij provincies, gemeenten, politie en andere bevoegde instanties. Betekent de uitspraak van de Raad van State dat de route vooraf publiekelijk bekend moet worden gemaakt in de media? En zo ja, wegen de nadelen van de mogelijkheid tot terroristische activiteiten niet zwaarder dan de tot nu toe gevolgde procedure die nooit tot problemen heeft geleid bij alle voorgaande transporten?

2. Door het tot stilstand komen van de productie van isotopen in Petten als gevolg van het niet meer kunnen opslaan van splijtstofelementen in de reactor zou de behandeling van miljoenen kankerpatienten in Europa en Amerika in gevaar komen. Nu terugsturen op korte termijn van splijtstofelementen naar Amerika niet mogelijk is wil de minister tijdelijk opslaan bij de Covra. Waarom dit niet eerder gedaan? Ofwel het is absoluut veilig, waarom is dat dan niet eerder gebeurd ofwel het is toch niet zo veilig en waarom gebeurt het nu dan wel? Hanteert de minister verschillende veiligheidsnormen?

3. Tijdens het overleg op 19 januari naar aanleiding van het uitblijven van de vergunningverlening voor de veilige insluiting van Dodewaard zei de minister dat in het kabinet de mogelijkheid wordt besproken eventueel versneld tot ontmanteling van Dodewaard over te gaan. Waarom dit niet eerder aan de Kamer meegedeeld? Wanneer wordt hierover een kabinetsbesluit verwacht? Hoe zal in geval van een snelle ontmanteling de extra kosten van circa hfl 130 miljoen worden bekostigd? Komt e.e.a. ten laste van het budget van Vrom of van EZ?

4. In de beantwoording van de kamervragen d.d. 30 november 1999 wordt gesteld dat de MER met betrekking tot de veilige insluiting impliciet aanvaard is. Heeft de minister daarmee niet te kennen gegeven dat de MER is opgesteld overeenkomstig de richtlijnen zoals gesteld door het bevoegd gezag? Of worden nu door de minister alsnog criteria aan de richtlijnen toegevoegd dan wel gewijzigd? En zo ja, welke nieuwe criteria zijn dat en waarop zijn die gebaseerd?

Deel: ' Vragen CDA over verwerking en transport splijtstofelementen '




Lees ook