Tweede Kamer der Staten Generaal

lijst van vragen en antwoorden inzake rapport internation ale mililtaire samenwerking

Gemaakt: 18-4-2000 tijd: 13:14


26 950 Internationale militaire samenwerking
Nr. 4 Lijst van vragen en antwoorden

Vastgesteld 11 april 2000

De commissie voor de Rijksuitgaven 1) en de vaste commissie voor Defensie 2) hebben een aantal vragen aan de minister van Defensie voorgelegd over het rapport «Internationale militaire samenwerking».

De minister heeft deze vragen beantwoord bij brief van 10 april 2000.

Vragen en antwoorden zijn hierna afgedrukt.

De voorzitter van de commissie voor de Rijksuitgaven,

Van Walsem

De voorzitter van de vaste commissie voor Defensie,

Valk

De griffier van de commissie voor de Rijksuitgaven,

Van der Windt

Vraag 1.

Wat is de reactie van de minister van Defensie op de uitspraak dat de «meerwaarde van het samenwerkingsverband Admiral Benelux (ABNL) niet aanwezig is vanwege het geringe voordeel voor de Nederlandse Marine» (blz. 6).

Structurele, militaire samenwerking met (Europese) bondgenoten is een uiting van het streven van de regering om de Europese veiligheidsidentiteit te versterken, en daarmee de veiligheid van het bondgenootschap te versterken. Samenwerking dient dus vooral ook een politiek doel, waarbij niettemin stapsgewijs steeds meer concrete synergie bereikt kan worden. Ook in het geval van ABNL is dat de meerwaarde.

Daarnaast heeft de Algemene Rekenkamer uitsluitend de gemeenschappelijke operationele commandostructuur onder ABNL onderzocht, terwijl de samenwerking met België veel breder is en bijvoorbeeld ook voordeel oplevert door de integratie van scholen. Voor een evenwichtig beeld is een bredere beschouwing nodig. Bovendien moet het criterium van wederkerigheid ten aanzien van voordelen bij de samenwerking beoordeeld worden tegen de achtergrond dat de Belgische zeemacht kleiner (1/7) is dan de KM, en het voordeel van samenwerking alleen daarom al voor een groot deel aan Belgische zijde zal liggen.

Er zijn geen contacten met andere landen om een dergelijke samenwerking aan te gaan. In het geval van België gaat het om het naaste buurland, waarmee in Benelux-verband ook al veel langer sprake is van verdergaande vormen van (politieke) samenwerking, en waarmee de KM ook al jaren intensief samenwerkt.

Vraag 2

Waarin ligt de meerwaarde van Admiral Benelux voor Nederland volgens de minister?

Zie antwoord op vraag 1

Vraag 3

Kan de minister berichten waarom hij geen behoefte heeft aan een integraal kosteninzicht, gezien het feit dat de minister een zo volledig mogelijk inzicht in de relatie «middelen-activiteiten-output» wilde hebben? (blz. 7 en 25)

Omdat voor IMS gebruik wordt gemaakt van bestaande eenheden, zijn de integrale kosten van IMS voor Defensie niet van belang. Wel van belang zijn de additionele kosten in relatie tot de veronderstelde meerwaarde van een (voorgenomen) samenwerking.

Vraag 4

De krijgsmachtdelen onderstrepen het belang van kritische succesfactoren. Hoe komt het dat zij, ondanks de mogelijkheid om deze voor de eigen organisatie nader in te vullen, deze mogelijkheid niet benut hebben? (blz 10).

Over het belang alsmede het gebruik van kritische succesfactoren is binnen de defensie- organisatie geen verschil van mening. Kritische succesfactoren vormen binnen de defensieorganisatie het toetsingskader voor zowel het defensiebeleid als de plannen van de krijgsmachtdelen. De kritische succesfactoren zijn nog niet voor alle onderdelen van het defensiebeleid, namelijk voor IMS, volledig ingevuld en de concrete uitwerking door de krijgsmachtdelen is nog niet volledig afgerond. Defensie is echter doende de uitgangspunten voor de uitvoering van het beleid inzake IMS verder te expliciteren. Onderdeel hiervan is het nader uitwerken van de kritische succesfactoren inzake IMS door de krijgsmachtdelen.

Vraag 5

Waarom is zowel bij de Koninklijke Marine (KM) als de Koninklijke Luchtmacht (KLU) de Internationale Militaire Samenwerking (IMS) niet in een geïntegreerd beleidsdocument verwoord? (blz 10)

Als integraal onderdeel van het defensiebeleid komt IMS als aspect in verschillende beleidsstukken aan de orde. IMS staat derhalve niet op zichzelf maar komt voort uit en maakt onlosmakelijk deel uit van het veiligheids- en defensiebeleid van de regering. Mede gelet op de vele directe contacten tussen kerndepartement en krijgsmachtdelen over deze materie alsmede de duidelijke uitgangspunten van de Minister voor de afzonderlijke beleidsterreinen op het gebied van IMS (de nota ´beleidsuitgangspunten voor IMS´, brief S97/079/1909 van april 1997), was een separaat beleidsdocument per krijgsmachtdeel niet strikt noodzakelijk. Wel bestaat het voornemen om de uitgangspunten voor de uitvoering van het beleid op het gebied van IMS meer expliciet te maken per krijgsmachtdeel en als zodanig vast te leggen.

Gelet op de constateringen van de Rekenkamer zal hiermee binnenkort een aanvang worden gemaakt.

Vraag 6

De Chef Defensiestaf (CDS) heeft de Sous-chef Internationale Plannen en samenwerking (SCIPS) belast met het formuleren van eisen voor de informatie-uitwisseling tussen de Centrale Organisatie en krijgsmachtdelen. Kan de minister weergeven waarom voor Internationale Militaire Samenwerking hier tot nu toe nog geen structurele invulling aan gegeven is? (blz 11)

Zoals ik in mijn reactie op het rapport van de Algemene Rekenkamer heb aangegeven, is IMS één van de vertrekpunten bij het maken en uitvoeren van het defensiebeleid. Als zodanig is het aspect IMS geen afzonderlijk beleidsdoel maar geïntegreerd in het totale defensiebeleid. Dat geldt ook voor de procedures voor informatie-uitwisseling. Deze maken deel uit van de rapportages in het kader van onder meer het Integraal Defensie Plannings Proces en van het Defensie Materieelkeuze Proces.

Vraag 7

De Algemene Rekenkamer is van mening dat de samenwerking met België een gering voordeel oplevert voor Nederland. Een noodzakelijke update van de Belgische fregatten is met ongeveer 10 jaar uitgesteld. Wat zijn dan de voordelen voor de Nederlandse krijgsmacht, ook gezien het feit dat het argument dat er door de samenwerking meer fregatten in het eskader zijn, door de Algemene Rekenkamer niet overtuigend geacht wordt, om alsnog deze samenwerking voort te zetten? Zijn er contacten met andere NAVO-landen om alsnog een dergelijke samenwerking voort te zetten?(blz 12)

Zie het antwoord op vraag 1.

Vraag 8

Hoe verhoudt de inzetbaarheid (in vaardagen) van de Belgische fregatten zich tot de Nederlandse fregatten? (blz 12)

De inzetbaarheid (in vaardagen) van Belgische en Nederlandse fregatten is gelijk.

Vraag 9

Wat is de stand van zaken met betrekking tot het Raamwerk Beleid Bedrijfsvoering Defensie 2000 (BBD2000)? Wanneer is dit plan gereed en wanneer volledig geïmplementeerd? Is de minister van mening dat met de voltooiing van BBD2000 de bezwaren die de Algemene Rekenkamer uit met betrekking tot doelgerichtheid en doelbereiking ondervangen zijn? (blz
24)

Met de implementatie van doelstellingen en kengetallen zullen de bezwaren van de Algemene Rekenkamer zijn ondervangen. Dit onderdeel van BBD2000 zal met ingang van de begroting 2003 zijn afgerond.

Vraag 10

Waar ontbreken nu nog databases «lessons learned»? Wanneer is dit gebrek gecorrigeerd?

Bij de Koninklijke Marine zijn databases `lessons learned' aanwezig die actief gebruikt worden.

Ook de Koninklijke Landmacht beschikt reeds enige tijd over een digitale database waarin operationele ervaringsgegevens (´lessons learned´) zijn opgeslagen. In november 2000 zal deze database volledig operationeel zijn en toegankelijk voor de hele Koninklijke Landmacht via het Intranet.

Bij de Koninklijke Luchtmacht zijn de verslagen en «lessons learned» op dit moment weliswaar toegankelijk maar nog niet in databases vastgelegd. Volgens de planning worden deze in 2001 gemaakt. Vanaf
2002 worden databases voor de Deployable Air Task Force (DATF), de ´Extended Air Task Force (EADTF) en de European Air group (EAG) in gebruik genomen.

Vraag 11

Is de minister bereid het nog deels uit te werken instrumentarium toe te spitsen op de bestaande en toekomstige samenwerkingsprojecten op de wijze die de Algemene Rekenkamer weergeeft? (blz 25)

Het door de Algemene Rekenkamer gegeven instrument voor de evaluatie van IMS- projecten zal door Defensie aan het evaluatie-instrumentarium worden toegevoegd. Per evaluatie zal worden bepaald, en in het plan van aanpak vastgelegd, welk van de beschikbare instrumenten zal worden gebruikt.

Vraag 12

Vinden er periodieke evaluaties van IMS-projecten plaats? Zo ja, met welke tijdsinterval? Zo neen, waarom niet? Is de minister bereid om deze projecten (inclusief de PfP-projecten) jaarlijks te evalueren? (blz 25)


6

De vier IMS-projecten die door de ARK zijn onderzocht worden twee maal per jaar geëvalueerd in ´steering group´ vergaderingen, aan de hand waarvan nadere verfijningen van het IMS-project worden gedefinieerd. De PfP-projecten, die overigens buiten de vier onderzoeksprojecten van de Algemene Rekenkamer vielen, worden periodiek geëvalueerd. Het separaat toetsen van de doelmatigheid van IMS is overigens moeilijk, omdat IMS een geïntegreerd deel is van de bedrijfsvoering van de commandanten van de operationele ressorts. Op ieder moment is een onderdeel van de eenheden op een of andere wijze betrokken bij internationale samenwerking, besprekingen met de staven van andere landen, het wederzijds volgen van cursussen, een incidentele of structurele oefengelegenheid of een project inzake materieelsamenwerking. Separate en kwantitatieve toetsing op basis van een vooraf geschreven en geaccordeerd beleidsplan behoort niet altijd tot de mogelijkheden.

In die zin kunnen dan ook niet alle activiteiten die voortvloeien uit IMS strak en op zinvolle wijze worden ingedeeld in separate projecten.

Vraag 13

De minister plaatst vrijwel alle voorgenomen maatregelen in het kader van de Defensiebrede verbetering van de bedrijfsvoering zoals die zal worden vormgegeven met het raamwerk Beleid Bedrijfsvoering Defensie
2000 (BBD2000). Kan de minister mededelen wat daar de meerwaarde van is, gezien de kritische kanttekeningen van de Algemene Rekenkamer bij dit punt? (blz 27)

Het concreet formuleren van doelstellingen voor IMS sluit aan op en is onderdeel van de defensie-inspanning om te komen tot transparante doelstellingen en doelbereiking. Het instrumentarium van doelstellingen en kengetallen dat in het kader van BBD2000 wordt ontwikkeld en deels is afgerond, is goed toepasbaar op bestaande en toekomstige samenwerkingsprojecten. Deze geïntegreerde benadering heeft meerwaarde voor Defensie.


1) Samenstelling:

Leden:

Plv. leden:

Rosenmöller (GL)

Van Zijl (PvdA)

Hillen (CDA)

Witteveen-Hevinga (PvdA), ondervoorzitter

Van Heemst (PvdA)

Hessing (VVD)

Giskes (D66)

Marijnissen (SP)

Crone (PvdA)

Van Dijke (RPF)

Bakker (D66)

Van Walsem (D66), voorzitter

Th.A.M. Meijer (CDA)

De Haan (CDA)

Wagenaar (PvdA)

Van den Akker (CDA)

Van Beek (VVD)

Duijkers (PvdA)

Verburg (CDA)

Vendrik (GL)

Remak (VVD)

Weekers (VVD)

Kuijper (PvdA)

Udo (VVD)

Blok (VVD)

Harrewijn (GL)

Van Zuijlen (PvdA)

Ross-van Dorp (CDA)

Koenders (PvdA)

Vacature (PvdA)

Voûte-Droste (VVD)

Lambrechts (D66)

Kant (SP)

Feenstra (PvdA)

Schutte (GPV)

Van der Vlies (SGP)

Schimmel (D66)

Stroeken (CDA)

Wijn (CDA)

Hindriks (PvdA)

Rietkerk (CDA)

O.P.G. Vos (VVD)

Hamer (PvdA)

Reitsma (CDA)

Rabbae (GL)

Van Blerck-Woerdman (VVD)

Geluk (VVD)

Smits (PvdA)

De Vries (VVD)

Balemans (VVD)


1) Samenstelling:

Leden:

Plv. leden:

Van den Berg (SGP)

Zijlstra (PvdA)

Apostolou (PvdA)

Hillen (CDA)

Valk (PvdA), voorzitter

Hessing (VVD), ondervoorzitter

Van Ardenne-van der Hoeven (CDA)

Hoekema (D66)

Stellingwerf (RPF)

Essers (VVD)

Verhagen (CDA)

M.B. Vos (GL)

Van 't Riet (D66)

Van den Doel (VVD)

De Haan (CDA)

Koenders (PvdA)

Van der Knaap (CDA)

Harrewijn (GL)

Niederer (VVD)

Timmermans (PvdA)

Van Bommel (SP)

Oplaat (VVD)

Albayrak (PvdA)

Balemans (VVD)

Herrebrugh (PvdA)

Dittrich (D66)

Swildens-Rozendaal (PvdA)

Arib (PvdA)

Leers (CDA)

Van Oven (PvdA)

Weisglas (VVD)

Eurlings (CDA)

Ter Veer (D66)

Van Middelkoop (GPV)

Passtoors (VVD)

Van der Hoeven (CDA)

Vendrik (GL)

Lambrechts (D66)

Blaauw (VVD)

Eisses-Timmerman (CDA)

Hindriks (PvdA)

Ross-van Dorp (CDA)

Karimi (GL)

E. Meijer (VVD)

Dijksma (PvdA)

Marijnissen (SP)

Van Baalen (VVD)

Van Gijzel (PvdA)

Wilders (VVD)

Apostolou (PvdA)

Copyright Tweede Kamer der Staten Generaal

Deel: ' Vragen en antwoorden over mililtaire samenwerking '




Lees ook