Partij van de Arbeid


12 januari 2000

 

Vragen van de leden Oudkerk en Arib (beiden PvdA) aan de Minister van Volksgezondheid Welzijn en Sport

 

1.

Heeft de minister kennis genomen van het advies van de Raad voor de Volksgezondheid en Zorg (RVZ) inzake Europese ontwikkelingen die betrekking hebben op de houdbaarheid van het vigerende verzekeringsstelsel in de zorg in Nederland?

2.

Ziet de minister, gezien de uitspraken van de RVZ over de houdbaarheid van de huidige WTZ, afgezet tegen de uitspraken van de minister in haar brief over de WTZ dd 22 december, gezien de uitspraken van de RVZ over de compartimenten, de premieheffing, de Europese mededinging, het vrije verkeer van goederen en diensten en personen, gezien de uitspraken van de coordinator van het RVZ-advies1 dat we in Nederland nog twee jaar de tijd hebben om de financiering en inrichting van het stelsel te veranderen en dat voor het einde van deze kabinetsperiode een beslissing moet zijn genomen en gezien de afspraken in het regeerakkoord ter zake nu wellicht wel aanleiding de aangehouden motie Oudkerk (26801 nr 12), om nog dit jaar de contouren en richting van een nieuw verzekeringsstelsel te schetsen, uit te gaan voeren gezien de kwetsbaarheid van het vigerende stelsel?

3.

Is de minister met ons van mening dat de feitelijke toename van rechterlijke uitspraken van nederlandse en europese rechters bij blijvende politieke windstilte ter zake de facto betekent dat de zorg wordt gedirigeerd door de rechter in plaats van door de politiek verantwoordelijken? Vindt de Minister dat dat met ons een zeer onwenselijke ontwikkeling?

Deel: ' Vragen PvdA-kamerleden aan Borst over verzekeringsstelsel EU '




Lees ook