Partij van de Arbeid


Den Haag, 8 september 1999

VRAGEN VAN DE LEDEN WITTEVEEN-HEVINGA (PVDA), VÔUTE-DROSTE (VVD) EN GISKES (D66) AAN DE MINISTERS VAN FINANCIËN EN VAN JUSTITIE

1.
Kent u het bericht met betrekking tot de fraude door assurantietussenpersonen? (1)

2.
Klopt het dat er in opdracht van de ECD en de FIOD een 'criminaliteits-analyse' van verzekeringsfraude gepleegd door assurantietussenpersonen is gemaakt? Bent u bereid de uitkomst van die analyse zo spoedig mogelijk aan de Kamer te doen toekomen?

3.
Klopt het in het bericht1 genoemde aantal van 2000 assurantietussenpersonen, 20% van het totaal aantal intermediairs, die fraude zouden hebben gepleegd?

4.
Kunt u inzicht geven in de aard van de gepleegde fraudes?

5.
Kunt u inzicht geven in welke mate de frauderende assurantietussenpersonen aangesloten zijn bij een brancheorganisatie voor assurantietussenpersonen?

6.
Hoe hoog is bij benadering het bedrag waarvoor jaarlijks door assurantietussenpersonen wordt gefraudeerd? Kunt u inzicht geven wie door deze fraude worden gedupeerd?

7.
Zijn de resultaten van het bovengenoemde onderzoek aanleiding voor u om de eisen ten aanzien van deskundigheid en betrouwbaarheid van assurantietussenpersonen aan te scherpen?

(1) Telegraaf 8-9-1999

Deel: ' Vragen PvdA over fraude door assurantietussenpersonen '




Lees ook