Partij van de Arbeid


Den Haag, 18 november 1999

VRAGEN PVDA-FRACTIE OVER HET MEERJARENPROGRAMMA INFRASTRUCTUUR EN TRANSPORT 2000-2004 (MIT)

1. (p.18) Kan een overzicht gegeven worden van hoe de in het Regeerakkoord overeengekomen middelen voor de diverse categorieën (wegennet, lokaal / regionaal openbaar vervoer, etc.) uiteindelijk verdeeld zijn over de diverse projecten, in de tijd gezet per jaar?

2. (p. 18) A. Welk bedrag is voor investeringen in totaal beschikbaar voor de periode 1999 - 2010? En kan worden aangegeven welk bedrag tot en met 2004 beschikbaar is? En welk bedrag voor de resterende jaren? B. Voor welk bedrag hadden in 1999 verplichtingen mogen worden aangegaan en voor welk bedrag is dat gelukt? C. Wat gebeurt er met projecten waarvoor in de periode tot en met 2010 verplichtingen mogen worden aangegaan, maar die een dusdanige vertraging oplopen dat ze pas na 2010 uitgevoerd kunnen worden? En maakt het nog een verschil of met de uitvoering van deze projecten nog gedeeltelijk een uitvoering kan worden gemaakt voor 2010?

3. (p. 19) In hoeverre is er reeds geld gereserveerd voor projecten in de categorie 1a? Op welke wijze is de genoemde 3,6 miljard gulden ten behoeve van de 1a projecten, zoals genoemd bij beantwoording vragen begroting 2000 V&W (vraag 22) zichtbaar gemaakt?

4. (p. 18) Kan in percentages van het MIT-jaarbudget worden aangegeven welk deel in de afgelopen periode (bijv. 10 jaar) en in de voorliggende planperiode is c.q. wordt toegekend aan de diverse vervoersmodaliteiten en aan de afzonderlijke regio's c.q. provincies?

5. (p. 19) Welke railwegen (personenvervoer) bevinden zich in categorie 1?

6. (p. 20) Leidt het niet meer opnemen van de doortrekking van de A-15 bij Ressen tot het heroverwegen van de verdeling in het kader van de Wet Herziening Wegenbeheer? Dit geldt meer in het bijzonder het terug/overgaan van de A-325 en de Pleyroute naar het Rijk? Er is nu immers geen sprake meer van parallelliteit.

7. (p. 20) A. Voor welke projecten is in het bestuurlijk overleg vorig jaar afgesproken dat de mogelijkheid van voorfinanciering wordt onderzocht? B. Zijn er inmiddels over voorfinanciering concrete afspraken gemaakt en zo ja, voor welke projecten? C. Heeft de provincie Utrecht inmiddels een aanbod gedaan om door middel van voorfinanciering de realisatie van Randstadspoor te versnellen? En zo ja, wat is uw reactie op deze voorstellen?

8. (p. 21, 2.2.2.) Kan worden uitgelegd hoe "het totale programma binnen de daarvoor gestelde termijn is uit te voeren" als een project wordt geschrapt om de kostenstijging van een ander project op te vangen?

9. (p. 22) Tot welke procedurele of andersoortige voorzieningen noopt de opmerking over de noodzaak om politieke beslismomenten eerder in te bouwen?

10. (p. 23, 2.2.3.) Waarom is het gewenst of noodzakelijk contracten af te sluiten op basis van de verkenning nieuwe stijl?

11. (p. 23, 2.2.4) Welke wettelijke eisen gelden voor inpassing? Vallen onder wettelijk ook maatregelen op basis van de PKB Structuurschema Groene Ruimte?

12. (p. 28, 2.2.8.) Waarom is de toegezegde afzonderlijke brief over de openbaar vervoer ontsluiting van Vinex locaties, die er zou zijn voor de behandeling van V&W 2000 nog steeds niet beschikbaar?

13. (p. 28, 2.2.9) Waarom is het in het Regeerakkoord aangekondigde Uitvoeringsplan sneltrams/light Rail nog steeds niet beschikbaar?

14. (p. 31) Wanneer heeft de doorstroom van de Verkenning De Zaan naar het Planstudieprogramma nog niet plaats gevonden? Wat zijn de belemmeringen en de kosten? Wanneer kan doorstroom worden verwacht?

15. (p. 34, Toelichting Verkenningen programma) Hoever is de opstelling van het kader, inclusief criteria, waaraan een verkenning moet voldoen inmiddels gevorderd en kan de Kamer hierover ter zijner tijd geïnformeerd worden?

16. (p. 34, Toelichting Verkenningen programma) Wat wordt bedoeld met een omgevingsbrede verkenning?

17. (p. 34, Toelichting Verkenningen programma) Liggen alle verkenningen op hetzelfde tijdschema als in het vorige MIT, waar zitten de eventuele vertragingen en waaraan zijn deze te wijten?

18. (p. 35) Kan van elk van de drie nieuw in het programma opgenomen projecten worden aangegeven in welk jaar de verkenning vermoedelijk beschikbaar komt?

19. (p. 35) Op welke wijze wordt voorkomen dat de realisatie van de Hanzelijn niet zal worden vertraagd vanwege het onderzoek naar de vraag in hoeverre de Zuiderzeelijn en de Hanzelijn rivaliseren en welke gevolgen daaraan verbonden worden, mede gelet op de actuele discussie over Noordtak Betuweroute en Hanzelijn?

20. (pp. 38 - 39, Planstudieprogram rijkswegen) Is inmiddels geregeld dat ook VROM een bijdrage daadwerkelijk gaat leveren aan de aanleg van de A9 Badhoevedorp-Velsen? En betekent de voetnoot onder 5 dat V&W in het geheel geen geld beschikbaar stelt als de VROM bijdrage niet geregeld is? Zo ja, kan worden uitgelegd waarom de ene bijdrage op die manier aan de andere is gekoppeld?

21. (p. 39) Kan van elk van de op deze pagina genoemde projecten worden aangegeven of en in welke mate de genoemde kostenraming van dat project afwijkt van die uit het vorige MIT?

22. (p. 40, Toelichting Planstudie Program Rijkswegen) Is voor de in Limburg uit te voeren projecten de regiobijdrage van 100 miljoen gulden inmiddels toegezegd?

23. (p. 44) Is de minister bereid haar eerdere toezegging van ƒ 800.000 gestand te doen voor het uitdiepen onder de klep van de brug, dit gezien het feit dat nieuwbouwschepen van Scheepswerf Peeters 24 meter hoog zijn en het vaste gedeelte boven de huidige vaargeul slechts 13 meter bedraagt?

24. (p. 46, Toelichting Realisatieprogram Rijkswegen). Wie heeft de aanvullende eis gesteld m.b.t. Rijksweg 20 Giessenplein reconstructie? En wat is de aard van deze eisen en leiden zij tot hogere kosten? Om welke gronden gaat het en waaruit bestaat de belemmering?

25. (p. 46) Wat zijn de redenen van de vertraging grondverwerving bij Rijksweg 44? Waarom levert dat twee jaar vertraging op en wie heeft zich op het tempo van de grondverwerving verkeken?

26. (p. 46) Door wie heeft de prioriteitverlegging met betrekking tot Rijksweg 9 Heiloo Alkmaar plaatsgevonden? En wat is daarvan de reden?

27. (p. 49, Toelichting Studieprogram Vaarwegen) Zijn de kosten van het project Zeepoort IJmuiden in beginsel de kosten die het Rijk bereid is te vergoeden?

28. (p. 49) Kan van alle projecten waarvoor de uitvoeringsperiode na 2004 is gesteld preciezer worden aangegeven wat het vermoedelijke jaar is waarin de uitvoering start?

29. (p. 49) In hoeverre belemmert de hoogte van de Spoorbrug Sauwerd de doorvaart van vierlaags containervaart, high cube containers en beroepsrecreatievaart op de Vaarweg Lemmer Delfzijl? In hoeverre wordt hier rekening mee gehouden bij de studies naar de overige bruggen? Zijn beweegbare bruggen mogelijk een oplossing?

30. (p. 55, Realisatieprogram Vaarwegen) Kan een concrete reactie worden gegeven op de knelpunten die het Centraal Overleg Vaarwegen heeft geïnventariseerd? (Brief aan Vaste Kamercommissie V&W, d.d. 26 oktober 1999)

31. (p. 55) Waarop is de raming van 1325 miljoen gulden gebaseerd die nodig is om BB 21 / 25 kV implementatie te gaan uitvoeren?

32. (p. 55) Wanner komt de reactie op het plan Van Gijzel / Van Heemst voor sneller en veiliger personenvervoer per spoor?

33. (p. 55) Is het praktisch gezien mogelijk station Tilburg Reeshof en aanleg van een extra spoor eerder dan 2005 aan te leggen? Wat is de reactie van de Minister op het voorstel van voorfinanciering door de Gemeente Tilburg?

34. (p. 58) Wanneer kan de een en andermaal toegezegde Nota over te realiseren Voorstadstations worden verwacht?

35. (p. 63) Hoe zijn de uitgaven van 460 miljoen voor stationsstallingen opgebouwd en waar zijn deze begrotingstechnisch terug te vinden, o.a. in het MIT?

36. (p. 64, Realisatieprogram Railwegen personenvervoer) Treden min of meer systematisch meevallers op bij aanbestedingen en valt te verwachten dat deze trend zich zal voort zetten of moeten wij zo langzamerhand rekening gaan houden op tegenvallers bij aanbestedingen?

37. (p. 69) Kan de minister de onderlinge relatie tussen de Betuweroute Hoofdtak en Noordtak c.q. Hanzelijn en de projecten Betuweroute Zuidtak, Brabantroute, IJzeren Rijn en de goederenspoorlijn Rotterdam-Roosendaal-Antwerpen aangeven? In hoeverre is een studie naar de onderlinge samenhang wenselijk en is verbreding van betreffende studies en verkenningen wenselijk? Hoe beoordeelt u in dit kader voorstellen m.b.t. de zogenaamde A-27 lijn of Deltalijn?

38. (p. 76 - 77, Planstudieprogramma Lokale / Regionale infrastructuur) Kan een uitsplitsing worden gegeven van de plannen die betrekking hebben op autoverkeer enerzijds en openbaar vervoer anderzijds?

39. (p. 77, voetnoot 3) A. Waarom is er pas vanaf 2005 geld beschikbaar voor de drie light rail projecten?
B. Wanneer kan in principe aangevangen worden met de aanleg van light rail Limburg, gezien het feit dat de procedures reeds in 2000 rond zijn?
C. Hoeveel geld is gereserveerd voor de Rijn Gouwe lijn? Wanneer kan de Planstudie aanvangen en worden afgerond, en onder wiens verantwoordelijkheid? Kan door eerdere inzet dan van 2005-2010 van de gereserveerde middelen een gefaseerde exploitatie mogelijk worden gemaakt? Zo ja, wanneer zouden deze middelen beschikbaar dienen te zijn?

40. (p. 88) Is van de tabel onder 3.3.3. ook een indicatief overzicht te geven van de uitgaven in 2005, 2006, 2007, 2007, 2008, 2009 en 2010?

41. (p. 83) Hoeveel geld is nodig in welke jaren om te kunnen voldoen aan alle aanvragen van wegbeheerders voor het instellen van 30 km en 60 km zones, gezien het totaal aan aanvragen van in totaal 400 miljoen op een totaalbudget van 135 miljoen? Hoeveel bedraagt het totaal aan eigen bijdragen van de aanvragers?

42. (p. 94) Hoeveel is in de jaren tot en met 2010 gereserveerd voor ontsnipperingsmaatregelen uit het Beheer en Onderhoud budget? In welke gevallen is naar zover nu bekend sprake van compensatiemaatregelen?

43. (p. 96) Wat is de stand van zaken met betrekking tot de motie Verbugt/Van Heemst (26 500 012, d.d. 29 juni 1999) over verkeersmaatregelen die nodig zijn om de overlast/onveiligheid in de kernen Valkenswaard en Aalst-Waalre weg te nemen na het schrappen van de A 69 Eindhoven-Belgische grens?

Deel: ' Vragen PvdA over plan infrastructuur en transport 2000-2004 '




Lees ook