Partij van de Arbeid


28 september 1999

Vragen van het lid Kalsbeek (PvdA) aan de staatssecretaris van Sociale Zaken

1. Heeft u kennis genomen van de uitspraak van de arrondissementsrechtbank te Zutphen in het geschil tussen H. Voskamp en Sociale Verzekeringsbank te Amstelveen, vestiging Deventer (Reg. nr. 98/1044 ANW 06 en 98/1045 ANW 06) betreffende de (te lang bestaande) onduidelijkheid rond het begrip "samenwonen"?

2. Is bekend hoeveel vergelijkbare situaties zich voordoen waarbij de SVB op een zelfde of vergelijkbare wijze heeft gehandeld? M.a.w. voor hoeveel mensen zou deze uitspraak analoog gevolgen kunnen hebben?

3. Hoe lang is momenteel de termijn waarop nabestaanden zekerheid krijgen over (de herziening van) de hoogte van hun uitkering? Hoeveel nabestaanden van het totaal hebben nog geen zekerheid? Wanneer is die zekerheid te verwachten?

4. Is de SVB in staat de hoogte van de uitkeringen tijdig en adequaat vast te stellen? Hoeveel klachten zijn er binnen gekomen over onduidelijkheid van begrippen en toepassingen van de wet? Wat is de aard van deze klachten en welke onderwerpen betreffen ze? Hoe reageert de SVB op deze klachten?

Deel: ' Vragen PvdA over uitkering bij samenwonen '




Lees ook