den haag, 24 juni 1999

inbreng pvda-fractie t.b.v. het verslag wetsvoorstel inhoudende een aantal wijzigingen van de wet bijzondere opneming in psychiatrische ziekenhuizen op technische punten, onder meer naar aanleiding van de evaluatie (26 527) woordvoerder: willie swildens-rozendaal


1. inleiding
de leden van de fractie van de pvda hebben met belangstelling kennis genomen van de voorstellen tot wijziging van de wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (bopz). zij heeft waardering voor de voorstellen, die tegemoet komen aan de evaluatie van de ingestelde evaluatiecommissie en de in de praktijk gerezen behoefte op bepaalde punten. wel vragen de leden van de pvda-fractie zich af waarom er zoveel tijd zit tussen de voorgestelde wijziging en het uitbrengen van het rapport van de evaluatiecommissie (1996). voorts vragen de leden zich af, of de alle voorgestelde wijzigingen inderdaad van technische aard zijn, zoals de indieners aangeven. met name de wijziging van art. 41 bopz lijkt meer inhoudelijk dan technisch te zijn.


2. onderdeel g wijziging art. 41
de leden van de pvda fractie vragen zich af wat de consequenties zijn van beslissingen door de klachtencommissie in plaats van het bestuur. bestaat er na de voorgestelde wijziging een beroepsmogelijkheid door het bestuur tegen het besluit van de klachtencommissie? staat tegen een dergelijk besluit beroep open op grond van de algemene wet bestuursrecht? stel de volgende praktijksituatie: een patiënt krijgt onder dwang medicatie toegediend. het besluit hiertoe is genomen door de behandelend psychiater, na overleg met de geneesheer-directeur. bij het indienen van de klacht kan de klager de klachtencommissie verzoeken gedurende de behandeling van de klacht de beslissing op te schorten c.q. te schorsen. in het vigerende art. 41 bopz is het bestuur (in de praktijk de geneesheer-directeur) bevoegd tot schorsing van de dwangmedicatie. in de voorgestelde wijziging komt de schorsingbevoegdheid te liggen bij de klachtencommissie. volgens de wet bopz (art. 1 lid 3) is de geneesheer-directeur verantwoordelijk voor alle medische zorg in de instelling. het bestuur (c.q. de geneesheer-directeur) kan op grond van dit artikel voor de civiele rechter en voor de tuchtrechter ter verantwoording worden geroepen. hoe verhoudt zich deze verantwoordelijkheid ten opzichte van de voorgestelde wijziging, waarbij de bevoegdheid bij de klachtencommissie ligt?

ook wanneer de voorgestelde wijziging wordt doorgevoerd en na aanvaarding van het onderhavige wetsontwerp, regelt art. 41 niet de rechtskracht van een genomen beslissing. immers, het zesde lid van art. 41 geeft louter aan dát het bestuur (na wijziging: de commissie) een beslissing geeft, het zevende en het elfde lid geven slechts aan dát de beslissing van de rechter kan worden ingeroepen en het veertiende lid houdt uitsluitend in dát de rechter op de klacht beslist. (zie ook opmerkingen hierboven). met betrekking tot het onderscheid tussen (a) een klacht over een beslissing die gevolgen heeft en (b) een klacht over een beslissing waarvan het gevolg al is komen te vervallen, hebben de leden van de pvda fractie de volgende opmerkingen:

ad. a:
de enkele beslissing dat een klacht gegrond is helpt de klager niet in een geval dat de beslissing nog gevolg heeft (bijvoorbeeld er vindt nog dwangbehandeling plaats), indien niet óók door de commissie c.q. de rechter aangegeven kan worden wat er verder moet/mag gebeuren (vgl het hier niet toepasselijke art. 8:72 algemene wet bestuursrecht), eventueel onder toekenning van een schadevergoeding voor hetgeen al voorgevallen is (vgl de hier niet toepasselijke artt 28 en 35 bopz).

ad. b:
indien het gevolg is komen te vervallen zou de commissie c.q. de rechter bij gegrondbevinding van de klacht, tot schadevergoeding moeten kunnen beslissen (vgl de hier niet toepasselijke artt 28 en 35 bopz).

als de indieners menen dat de wet nu al met zich meebrengt dat de behandelaar zich moet richten naar de uitspraak van de commissie, c.q. rechter: uit welk wetsartikel blijkt dit? de strafbepaling van art. 70 bopz geeft geen deugdelijke regeling terzake: lid 1, het zevende gedachtenstreepje, vermeldt wat betreft beslissingen van de rechter het verkeerde lid, namelijk het zevende lid van art. 41 (in het zevende lid wordt weliswaar aan de rechterlijke beslissing gerefereerd maar die beslissing zelf is pas geregeld in het veertiende lid van art. 41) . terwijl art. 70 in het geheel geen melding maakt van de uitspraak van de commissie.


3. toevoeging
de leden van de pvda-fractie stellen voor aan artikel 78 de volgende zin toe te voegen: "kosten van getuigen en deskundigen die voorvloeien uit een door de rechter gegeven opdracht, komen ten laste van 's Rijks kas."

De BOPZ kent via art.8 lid 6 het recht van de patiënt om gehoord te worden als deze het niet eens is met een rechterlijke machtiging om gedwongen te worden opgenomen. Één van de rechten van een patiënt is dat hij de rechtbank kan vragen getuigen of deskundigen te horen en kan verzoeken opdracht te geven voor een deskundigenonderzoek. De rechter mag zo'n verzoek slechts afwijzen als daar goede gronden voor zijn. Deskundigenonderzoek vindt in de praktijk zelden plaats, met name omdat de kosten daarvan door de patiënt zelf gedragen moeten worden. In feite zouden uitgaven waarover het hier gaat in een beschaafd rechtssysteem door de Staat gedragen moeten worden. De Officier van Justitie wil gedwongen opneming, hij legt aan de rechtbank een verklaring over van psychiater, politierapporten en wat verder nodig is om zijn vordering toegewezen te krijgen. De 'gerekestreerde' wordt niet een misdrijf, maar een geesteszieke aangewreven. Zou deze dan op eigen kosten verweer moeten voeren? In tegenstelling tot het strafrecht is hier géén sprake van een strafbaar feit. De gemeenschap heeft hierin verantwoordelijkheid en het dient ook de doelmatigheid, gelet op het feit dat het destijds ingebrachte amendement Van Es (kamerstukken II 1983/84, 11 270, nr. 127), dat beoogt om deze rechten te waarborgen, in de praktijk nauwelijks waarde heeft. In de wijzigingsvoorstellen is niets opgenomen over dit feit. Daarom stellen de leden van de PvdA deze toevoeging voor.

Deel: ' Vragen PvdA wet opneming psychiatrische ziekenhuizen '




Lees ook