Socialistische Partij afdeling Utrecht

SCHRIFTELIJKE VRAGEN GEMEENTERAAD UTRECHT
Utrecht, 03 januari 1999.

SCHRIFTELIJKE VRAGEN
krachtens art. 23 RvO

Op 20 november 1998 heb ik het college van B & W schriftelijke vragen gesteld n.a.v. de brand in een flat aan de Euterpedreef op 6 november 1998. Inmiddels zijn 6 weken verstreken, maar ik mocht nog geen enkel antwoord of reactie op deze vragen ontvangen.
Het reglement van orde van de Utrechtse raad (art.23, lid 4) schrijft echter voor dat de vragen "zo spoedig mogelijk" worden beantwoord, doch in elk geval binnen vier weken na ontvangst der vragen. Kan die termijn niet worden aangehouden, aldus het reglement, dan delen B & W zulks schriftelijk mede aan de leden van de raad en volgt het antwoord zo spoedig mogelijk.

Op 1 januari jl. heeft er een zware brand gewoed in een winkelpand met bovenwoningen aan de Wittevrouwenstraat. Volgens berichten uit media waren er in de panden 14 kamerbewoners gehuisvest en kostte het blussen van de omvangrijke brand de grootste moeite omdat het niet bekend was hoe de panden er van binnen uitzagen.

Volgens de eigenaar van het pand zou het pand echter vorig jaar (1998?) nog door de brandweer zijn gecontroleerd en goedgekeurd.

Dat brengt mij tot de volgende vragen:


1. Waarom zijn mijn schriftelijke vragen van 20 november 1998 over de brand aan de Euterpedreef niet conform het reglement van orde binnen vier weken beantwoord en waarom is de voorgeschreven mededeling achterwege gebleven?

2. Wanneer kan ik het antwoord op mijn vragen van 20 november 1998 tegemoet zien?

3. Is het juist dat de brandweer niet bekend was met de feitelijke situatie van de panden aan de Wittevrouwenstraat?
Zo nee, waarom niet?
Zo ja, was het bericht in de media, dat het blussen werd bemoeilijkt door het ontbreken van kennis over de feitelijke situatie ter plaatse, dan onjuist?

4. Waarom heeft het blussen van de brand aan de Wittevrouwenstraat zo lang geduurd?

5. Zou het blussen minder tijd gekost hebben indien de brandweer wel op de hoogte was geweest van de feitelijke situatie ter plaatse?
6. Is het juist dat de brandweer, zoals de eigenaar van het pand heeft gesteld, het pand in kwestie nog vorig jaar (1997,1998?) heeft gecontroleerd en goedgekeurd?
Zo nee, wanneer is het pand voor het laatst gecontroleerd door de brandweer en wat waren de bevindingen van de brandweer toen?
7. Hoeveel vergunningsplichtige panden telt de gemeente Utrecht waarin kamersgewijze verhuur plaatsvindt en die door de brandweer gecontroleerd dienen te worden?

8. Worden alle panden die daarvoor in aanmerking komen, periodiek c.q. jaarlijks door de brandweer gecontroleerd en zo ja, hoeveel panden betreft het en wat is het resultaat van die controle over
1997 en 1988 geweest?

9. In hoeveel gevallen heeft de brandweer in 1997 en 1998 bij controle woonruimte afgekeurd wegens een onveilige situatie dan wel aanpassingen geëist?
Is er ook steeds door de brandweer achteraf gecontroleerd of de geëiste aanpassingen ook daadwerkelijke werden uitgevoerd?
10. Beschikt de brandweer over voldoende personeel om regelmatig alle betreffende woningen preventief te controleren? Inlichtingen: Bob Ruers tel: 030 - 288 38 67

Deel: ' Vragen SP Utrecht vanwege brand Wittevrouwenstraat '




Lees ook