expostbus51


Ministerie VROM
https://www.minvrom.nl

VROM-raad: andere energiehuishuishouding

Dit persbericht is afkomstig van de VROM-raad

Klimaatbeleid: op weg naar een andere energiehuishouding

De geïndustrialiseerde landen moeten de uitstoot van broeikasgassen, zoals CO2, uiteindelijk met 80% verminderen. De Uitvoeringsnota Klimaatbeleid die minister Pronk dit voorjaar uitbrengt, zal structurele stappen naar een fundamenteel andere energiehuishouding moeten zetten. Deze moeten prioriteit krijgen boven incidentele successen. Deze lange termijn aanpak wordt gekenmerkt door het benutten van het zelfsturend vermogen van de economie. Verhandelbare emissierechten zijn hiervan een onderdeel. Dit schrijft de VROM-raad in het advies .Transitie naar een koolstofarme energiehuishouding..

In de EU is overeengekomen dat in 2010 de uitstoot van broeikasgassen in Nederland 6% lager moet liggen dan in 1990. Met het huidige beleid lukt dat niet, aangezien door de economische groei in feite een forse stijging optreedt. De Uitvoeringsnota Klimaatbeleid, die dit voorjaar naar de Kamer gaat, moet aangeven hoe deze ombuiging wordt gehaald. ECN en RIVM hebben mogelijkheden in kaart gebracht gericht op minder uitstoot in 2010 in het zogenoemde Optiedocument. De VROM-raad vindt dat deze inventarisatie onvoldoende gericht is op de ingrijpende verandering van de opwekking en het gebruik van energie, die uiteindelijk nodig is.

De vraag is welke maatregelen moeten worden ontwikkeld. De inzet van duurzame energie, efficiëntere energieopwekking en industriële productie, energiezuinigere gebouwen en auto.s zijn allemaal nodig, maar samen nog niet genoeg. Daarnaast zijn er goede mogelijkheden om van andere broeikasgassen dan CO2 minder uit te stoten. Afvang en opslag van CO2 zijn ook nodig. Dat lijkt symptoombestrijding, maar als die worden gecombineerd met waterstoftechnologie, passen ze uitstekend in de noodzakelijk verandering van de energiehuishouding.

6% minder uitstoot in 2010 is pas een eerste stap. Om verder te komen in de richting van 80% zijn fundamentele veranderingen nodig, zodat bij productie en gebruik van energie veel minder CO2 vrijkomt. De kosten van deze veranderingen zullen sterk oplopen. Klimaatbeleid dat het onderste uit de kan wil halen, zal de markt in staat moeten stellen te kiezen voor het ontwikkelen en inzetten van de meest efficiënte innovaties zowel binnen Nederland als internationaal. Dat kan omdat het voor het broeikaseffect niet uitmaakt in welke landen of in welke bedrijfstakken de uitstoot vermindert. Er moet nu reeds fors geïnvesteerd worden in dergelijk langetermijnopties.

Tot dusver hebben vooral de mogelijkheden in ontwikkelingslanden en Midden- en Oost-Europa de meeste aandacht getrokken. Maar ook binnen de Europese Unie zijn de kostenverschillen groot. Nederland moet daar gebruik van maken omdat dit armslag geeft om tijdig nieuwe technologie beschikbaar te maken.

Vernieuwing van het instrumentarium is de sleutel om het klimaatbeleid in de toekomst betaalbaar te houden. Het verhogen van de regulerende energiebelasting (REB) en uitbreiding daarvan tot grootverbruikers is een mogelijkheid. De opbrengst moet worden teruggesluisd, maar omdat deze geldstroom via de overheid loopt, is de verdeling ervan onzeker. De VROM-raad vindt daarom dat de mogelijkheid van verhandelbare CO2-emissierechten nu moet worden onderzocht. Bedrijven hebben dan een soort vergunning om een bepaalde hoeveelheid van dit broeikasgas uit te stoten. Maar ze zijn vrij een deel van die ruimte te verkopen of juist extra ruimte van andere bedrijven bij te kopen. De Raad vindt dat snel moet worden gestart met dit nieuwe instrument, zodat er tijdig voldoende ervaring mee is opgedaan. Het kost immers veel tijd voordat dit nieuwe instrument voldoende effect heeft op de CO2-uitstoot.

De Nederlandse specialisatie op exportgerichte energie-intensieve bedrijven is vanuit mondiaal perspectief geen enkel probleem. Maar deze bedrijven moeten wel voldoende maatregelen nemen, want ze stoten veel CO2 uit en innovatie in deze bedrijven zou veel effect hebben. Deze bedrijven kunnen echter de kosten niet doorberekenen zolang hun concurrenten geen vergelijkbare maatregelen hebben getroffen. Daarom worden deze bedrijven nu ook enigszins uit de wind gehouden. De exportgerichte bedrijven kunnen alleen onder voorwaarden aan een heffing of emissiehandel meedoen (internationale heffing of emissiehandel of voldoende goedkope mogelijkheden in het buitenland). Omdat deze sectoren zo belangrijk voor het klimaatbeleid zijn, is vooral voor hen internationale coördinatie van het klimaatbeleid in de EU (en de OESO) hard nodig.Tot die tijd moet het bestaande beleid voor deze bedrijven worden voortgezet, maar de overheid moet zich zeer inspannen zo snel mogelijk deze voorwaarden te vervullen.

Daarmee zijn de kernelementen voor de Uitvoeringsnota Klimaatbeleid: lange termijn, internationaal perspectief, innovatie, kosteneffectieve maatregelen, flexibiliteit en betrokkenheid van de energie-intensieve bedrijven. Deze elementen kunnen alleen tot stand worden gebracht door een heffing of liever nog door verhandelbare emissierechten, uiteindelijk op internationaal niveau.


-/-/-/-/-/-

Deel: ' VROM-raad structureel naar andere energiehuishuishouding '




Lees ook