Ministerie van VWS

Stand van zaken hulpmiddelen

De Voorzitter van de Tweede
Kamer der Staten-Generaal
Postbus 20018
2500 EA Den Haag

GMV/MHB 993797

3 juni 1999

In vervolg op het Algemeen Overleg Hulpmiddelen van 10 februari jl. en de Plenaire behandeling Verslag van het Algemeen Overleg Hulpmiddelen van 11 februari jl. geef ik in deze brief een tussenstand met betrekking tot het dossier van de medische hulpmiddelen.

Tijdens de plenaire behandeling heb ik toegezegd nog vóór 1 april jl. gesprekken te voeren met zowel de stomapatiënten als met de vertegenwoordigers van patiënten die gehoormiddelen gebruiken. In mijn schrijven van 24 maart jl. (GMV/MHB 992303) heb ik u geïnformeerd over het verloop van de besprekingen met het Nationaal Overleg Audiologische Hulpmiddelen (NOAH). Inmiddels heb ik -op basis van voortgaand overleg in een werkgroep met vertegenwoordigers van het NOAH, Zorgverzekeraars Nederland, de Ziekenfondsraad en VWS- kunnen besluiten tot de wijziging van de regelgeving zoals neergelegd in de bijgevoegde Regeling tot wijziging van de Regeling hulpmiddelen 1996 (Stcrt. 1999, nr. 87).

Met de Nederlandse Stomavereniging Harry Bacon heb ik op 25 februari jl. overleg gevoerd. Conform mijn toezegging treft u het verslag van deze bijeenkomst als bijlage aan. Wat betreft de toezegging om de gewijzigde regelgeving van 1 april jl. te evalueren heb ik de Ziekenfondsraad verzocht de klachten en bezwaren van gebruikers, ervaringen van zorgverleners en knelpunten bij de uitvoering door zorgverzekeraars en zorgleveranciers te inventariseren. Onder begeleiding van een werkgroep met vertegenwoordigers van de Gehandicaptenraad, Zorgverzekeraars Nederland, VWS en de Ziekenfondsraad zal eind 1999 een eindrapportage beschikbaar zijn.

In reactie op motie 79 van het lid Van Blerck-Woerdman (24 124) heb ik de Ziekenfondsraad verzocht om antwoord te geven op vragen inzake de inpasbaarheid van persoons- of produktgebonden hulpmiddelenbudgetten binnen het kader van de Ziekenfondswet, alsmede op vragen inzake de effecten op de doelmatigheid van de hulpmiddelenverstrekking. Ik verwacht dit najaar haar advies.

Tenslotte de stand van zaken met betrekking tot de uitvoering van motie 78 van het lid Arib. Na ons overleg in februari werd ik d.d. 1 april door de Ziekenfondsraad geïnformeerd over een substantiële overschrijding in 1998 van het ziekenfondsdeel hulpmiddelen met 145 miljoen. Een eerste analyse van de oorzaken leert dat het waarschijnlijk om een explosieve groei met circa 14% van de vraag gaat. Zoals eerder gemeld, d.d. 13 november 1998, werd uitgegaan van een volumegroei van circa 6% per jaar. Deze volumegroei was exclusief de voorgestelde beleidsmaatregelen. Dit groeitempo gevoegd met de restproblematiek vanaf 2000 uit het plan van aanpak dwingt mij om het beleid meer principieel te heroverwegen. Er vindt nu een analyse plaats naar de oorzaken van deze onverwachte groeiversnelling. Parallel hieraan wordt een aantal scenarios ontwikkeld die als doel hebben vraag en aanbod structureel weer met elkaar in evenwicht te brengen. Een van de scenarios bevat het systematisch uitwerken van de toepasbare elementen uit de aanpak van de geneesmiddelensector voor de sector van de medische hulpmiddelen volgens het dictum van de genoemde motie. Voor de behandeling van het JOZ 2000 in uw Kamer doe ik u verslag van deze heroverweging.

De Minister van Volksgezondheid,
Welzijn en Sport,

dr. E. Borst-Eilers

Hier kunt u de gehele publicatie binnenhalen. De publicatie is in het PDF-formaat. Hiervoor heeft u de Adobe Acrobat Reader nodig.

Zie het originele bericht voor ophalen van PDF-bestanden

Deel: ' VWS Stand van zaken dossier medische hulpmiddelen '




Lees ook