ministerie van vws

transcompartimentale experimenten

de voorzitter van de vaste commissie voor
volksgezondheid, welzijn en sport van de
tweede kamer der staten-generaal
postbus 20018
2500 ea den haag

z/pb-2048688

24 maart 2000

bij deze stel ik u op de hoogte van de voortgang van de transcompartimentale experimenten.

de transcompartimentale experimenten richten zich op de financieringsschotten tussen het eerste en tweede compartiment. in het regeerakkoord 1998 – 2002 is geconstateerd dat deze schotten de patiëntvolgende zorgvernieuwing belemmeren. derhalve is toen afgesproken om in de huidige regeerperiode één of twee experimenten te starten om deze belemmeringen inzichtelijk te maken en te ondervangen. de experimenten passen in het streven om meer verantwoordelijkheid voor de inrichting van de zorg bij het veld te leggen, zodat de zorgverlener meer mogelijkheden heeft om de zorg af te stemmen op de belangen van de zorgvrager.

de passage in het regeerakkoord was voor een aantal (samenwerkende) instellingen in nederland aanleiding om zich aan te melden als experimentkandidaat. om alle instellingen in nederland een gelijke kans te geven, heb ik een bericht doen uitgaan aan de koepelorganisaties. in deze brief heb ik gevraagd of zij succesvol samenwerkende instellingen op de hoogte zouden willen stellen van mijn voornemen. dit leidde tot een groot aantal aanmeldingen. deze samenwerkende instellingen zijn aan een zorgvuldige selectieprocedure onderworpen.

voor mijn uiteindelijke keuze zijn drie criteria doorslaggevend geweest. als eerste is dit de transcompartimentaliteit van de samenwerking. dit betekent dat samenwerkingsprojecten die alleen binnen het eerste of alleen binnen het tweede compartiment spelen niet in aanmerking komen voor de experimentstatus. het tweede criterium is het draagvlak voor het experiment bij zorgverzekeraars, patiënten/consumentenorganisaties en huisartsen. het derde en laatste doorslaggevende criterium heeft betrekking op de concreetheid van projecten. dit betekent dat er sprake dient te zijn van een afgebakend project dat binnen afzienbare tijd van start moet kunnen gaan.

de kandidaten die het best voldeden aan de criteria zijn de deilgroep (gorinchem en omgeving) en de zorgalliantie zaanstreek/waterland. in overleg met hen zal ik, samen met het college voor zorgverzekeringen (cvz) afspraken maken over de vormgeving en inhoud van de experimenten. aan de kandidaten die niet in aanmerking zijn gekomen voor de experimentstatus heb ik aangegeven dat ik het zeer waardeer dat zij bezig zijn en blijven met zorgvernieuwing binnen hun regio.

om de experimenten werkbaar en uitvoerbaar te maken kom ik tot de volgende structuur. de deelnemende instellingen behouden elk hun eigen budget. binnen een bepaald kader is het mogelijk met dit budget te schuiven. de omvang van dit kader wordt bepaald door een optelling van alle afzonderlijke budgetten van de aan het experiment deelnemende instellingen. een dergelijke aanpak is alleen mogelijk wanneer er afspraken gemaakt worden tussen de zorgverzekeraars en de betrokken aanbieders over integrale inhoudelijke en een financiële verantwoording van het experiment. daarnaast dienen er afspraken gemaakt te worden die een verantwoording naar de huidige reguliere zfw- en awbz-uitvoering mogelijk maken. deze afspraken worden vastgelegd in een plan van aanpak dat opgesteld zal worden door de experimentkandidaten.

de evaluatie van de transcompartimentale experimenten zal door het cvz gedaan worden. zij voert deze evaluatie uit binnen haar kerndossier zorgvernieuwing. aan het cvz heb ik gevraagd om in ieder geval voor het eerste kwartaal van 2002 met bruikbare gegevens te komen.

de minister van volksgezondheid,
welzijn en sport,

dr. e. borst-eilers

meer documenten over dit onderwerp kunt u vinden in het thema: verzekeringen - ziekenhuisvoorzieningen

Deel: ' VWS Voortgang transcompartimentale experimenten '




Lees ook