Rijksuniversiteit Groningen


nummer 98

30 juni 1999

Onderwijsvisitatiecommissie Tandheelkunde

WAARDERING EN KRITIEK VOOR NIEUWE GRONINGSE OPLEIDING TANDHEELKUNDE

De opleiding Tandheelkunde in Groningen heeft de potentie om uit te groeien tot een hele goede opleiding, maar aan de praktische uitwerking moet op korte termijn nog veel worden gedaan. Dat zegt de onderwijsvisitatiecommissie Tandheelkunde in het rapport dat zij donderdag 1 juli 1999 aanbiedt aan vereniging van universiteiten VSNU.

Het onderwijs in Groningen is in 1995 geheel op nieuwe leest geschoeid. Bij de heropening van de opleiding werd gekozen voor nauwe samenwerking met de driejarige HBO-opleiding tot mondhygiënist van de Hanzehogeschool Groningen. Het onderwijs werd probleem- en patiëntgeörienteerd. De commissie heeft veel waardering voor deze vernieuwende ideeën die volgens haar ook goed inspelen op de ontwikkelingen in de mondzorg. In het rapport spreekt de commissie respect uit voor wat in Groningen in korte tijd tot stand is gebracht. Maar de vernieuwing is, zoals blijkt uit het rapport, geen geringe opgave.

Overzicht

De commissie vindt het zorgelijk dat een gedetailleerd overzicht van het totale onderwijsprogramma aan de RUG op het moment van de visitatie ontbrak. Wellicht dat enkelen het in hun hoofd hebben, maar het staat nog niet volledig op papier, aldus het rapport. Onzekerheid en gebrek aan afstemming zijn de gevolgen. "Dat er in april 1999 nog geen zicht op invulling van het vijfde cursusjaar was, leidt tot onzekerheid en frustratie onder studenten en docenten".

Pioniersfase

"Studenten hebben zeker recht op een overzicht," erkent directeur drs. G. Hielema van het tandheelkundig instituut, "maar we zitten hier in een pioniersfase en dan moet je er soms genoegen mee nemen dat dat niet altijd lukt." Omdat Groningen bij de herstart heeft gekozen voor onderwijs met een helemaal nieuwe opzet wordt het programma nu `werkenderwijs' gemaakt. "De beschrijving van het vijfde jaar zit nu in een afrondende fase en zal voor de start van de cursus worden aangeboden," verzekert Hielema.

Personeelsgebrek

Net als de opleidingen in Nijmegen en Amsterdam kampt Groningen met een personeelstekort bij de staf. De oorzaak moet worden gezocht in het gebrek aan tandartsen in Nederland. De tandheelkundige opleidingen komen in de problemen, omdat ze moeilijk concurreren op de arbeidsmarkt. Een fulltime aanstelling bij een universiteit is financieel niet aantrekkelijk en lokt ook niet vanwege het reeds aanwezige staftekort. "Enthousiaste parttimers kunnen we wel krijgen," zegt Hielema. "Goede tandartsen die een dag per week hun ervaring komen overbrengen en hier in ruil dan expertise opdoen. Maar voor de ontwikkeling van het onderwijs heb ik eigenlijk fulltimers nodig." Werven in het buitenland, een aanbeveling van de commissie, zal zeker mogelijkheden bieden, meent Hielema. "Op dit ogenblik zijn we bijvoorbeeld in onderhandeling met iemand die in de VS werkt. Ook in Duitsland liggen mogelijkheden, want daar is nu een overschot aan tandartsen."

Overnemen niet altijd mogelijk

Een derde aanbeveling, het meer gebruik maken van in Amsterdam en Nijmegen vervaardigde onderwijsmaterialen, ligt moeilijker. "Omdat ons onderwijsmodel nieuw is, wijkt het zo af dat je niet zomaar iets kunt over nemen. De mogelijkheden zijn beperkt, maar waar er mogelijkheden zijn, grijpen we die zeker aan." Als voorbeeld noemt Hielema een hoogleraar uit Nijmegen die aan de RUG college geeft. "Ook hebben we nu een ISDN-verbinding met Nijmegen en Amsterdam, waarover we on line videobeelden voor practica kunnen gaan uitwisselen."

Goed voorbeeld

Hielema wijst erop dat Groningen in de onderwijskeuzegids naar het oordeel van de studenten als beste uit de bus kwam. Ook de commissie is positief over de algemene vaardigheden die de studenten tijdens de studie verwerven, een gevolg van het feit dat de opleiding veel waarde hecht aan het bevorderen van het probleemoplossend vermogen en het zelfstandig leren denken. "De studenten die de commissie heeft gesproken, waren ook zeer goed in staat om kort, helder en bondig te verwoorden wat hen bezighoudt."

De RUG en de Hanzehogeschool kregen in april 1998 uit handen van de toenmalige onderwijsminister dr. J. Ritzen de Hoger Onderwijs Prijs uitgereikt voor de samenwerking in de gecombineerde opleiding. De visitatiecommissie vindt dat "dit team-concept een voorbeeld kan worden van de wijze waarop in de (mond)zorg de samenwerking tussen universiteit en hogeschool gestalte kan krijgen". Daarnaast heeft de opleiding volgens de commissie het voordeel dat ze is ingebed in een medische faculteit die nationale faam heeft verworven vanwege haar innovatieve onderwijsmodel.

Snelle start niet zonder reden

Het rapport stelt echter wel dat "de opleiding te vroeg is gestart, met te weinig middelen". Collegevoorzitter prof. dr. E. Bleumink van de RUG vindt dat er voldoende reden was voor de snelle start. "Een universiteit kan en mag zich niet onttrekken aan haar maatschappelijke taak," zegt hij. "Mede omdat de overheid eerder opleidingen had gesloten, was en is er een tekort aan tandartsen ontstaan. We moeten er voor zorgen dat de tandheelkundige voorzieningen ook in het noorden op peil blijven. Genoeg reden dus voor een snelle start. En inderdaad, de overheid heeft tot op heden niet voorzien in de bekostiging van de werkplaatskosten. Dat is niet te billijken, noch te begrijpen."

Deel: ' Waardering en kritiek Groningse opleiding tandheelkunde '




Lees ook