CDA

: Tweede Kamer : WAO-plan van het CDA

WAO-plan van het CDA

Perspectief op herstel

Inleiding
De WAO staat weer hoog op de politieke agenda. Het aantal WAO-ers stijgt weer. Ook het ziekteverzuim neemt weer iets toe. Een WAO-uitkering is voor de mensen die niet meer terug kunnen naar betaalde arbeid een uitkering die zij hard nodig hebben. Deze dient dan ook gewaarborgd te blijven. Zij kunnen door deze inkomenswaarborg op andere wijze een plaats in de samenleving behouden. Vrijwilligerswerk en andere onbetaalde activiteiten moeten voor hen bereikbaar zijn. Voor anderen die wel kunnen terugkeren naar betaalde arbeid kan het hebben van een WAO-stempel juist een belemmering zijn om naar betaalde arbeid terug te keren. Daarom voor de toekomst: alles uit de kast voor herstel voordat de WAO in zicht komt. De WAO is er dan voor mensen met een onomkeerbare aantasting van het arbeidsvermogen.

Velen hebben ideeën, suggesties gedaan om het aantal WAO-ers terug te brengen. Van een fundamentele visie op beperking van de instroom is echter geen sprake. Alleen verplichtingen opleggen aan werkgevers, zoals de PvdA wil, of dreiging met aantasting van hoogte en duur van de uitkeringen (VVD) lossen het probleem niet op. Staatssecretaris Hoogervorst legt de nadruk op (her)keuringen. Strengere keuringen lijken een doel op zich te worden. Dat biedt zieke werknemers of arbeidsongeschikten geen werkelijk perspectief, integendeel sommige mensen zal het zieker maken. Het verplicht inschakelen van allerlei externen in het eerste ziektejaar leidt slechts tot langere procedures en nog meer bureaucratie en overleg. Sommigen doen voorstellen om extra geld ter beschikking te stellen voor reïntegratie van arbeidsongeschikten en willen hen een recht op reïntegratie geven. Dit blijven loze kreten als blijkt dat het nu beschikbare geld in het kader van de Wet Rea niet volledig wordt uitgegeven. De wet Rea die bedoeld is om deze groep te bemiddelen naar betaalde arbeid is nog maar net in werking getreden.

1. Sociale zekerheid onder Kok niet in goede handen

1.1 Privatisering schiet z´n doel voorbij
Het eerste kabinet Kok heeft getracht door vergaande privatisering en introductie van eigen risico in de WAO de toestroom naar de arbeidsongeschiktheidsregelingen te verminderen. De privatisering van de Ziektewet heeft ten opzichte van eerdere maatregelen niet geleid tot een blijvende daling van het ziekteverzuim. Ook de PEMBA heeft niet de beoogde effecten gehad. Het aantal WAO-ers stijgt weer. De maatregelen van het eerste kabinet Kok hebben slechts geleid tot gezondheidsselectie. Dit bleek o.a. uit de noodzakelijke reparatiewetgeving (Wet op de medische keuringen).

Het tweede kabinet Kok is genoodzaakt een plan van aanpak voor de WAO te maken zo kort na alle commotie rond de invoering van de PEMBA-wetgeving. Ondanks hoop van Kok dat voor zn tweede kabinet de WAO van de politieke agenda was verdwenen, staat het er weer hoog op.

1.2 Plan van aanpak Hoogervorst toont geen ambitie Dit plan van aanpak verwacht te veel van te weinig. Er spreekt geen ambitie uit om WAO-ers en zieke werknemers werkelijk perspectief te bieden. Het plan van Hoogervorst richt zich voornamelijk op strengere keuringen, herkeuringen, normen en richtlijnen. De werkelijke oorzaken van het hoge aantal WAO-ers wordt buiten beschouwing gelaten. Te hoge leefdruk m.n. voor vrouwen en te hoge werkdruk hebben een groot deel van het beroep op de WAO tot gevolg. Om de preventie te bevorderen is door Hoogervorst een plan gepresenteerd om nieuwe arboconvenanten te sluiten.

Hoogervorst heeft onlangs zijn plannen aangevuld. Hij wil uitvoeringsinstellingen verplichten de werkgever in geval van een langdurig zieke werknemer een brief te sturen over de kosten van de WAO. Alsof werkgevers daarvan niet op de hoogte zijn.

Het voorkomen dat zieke werknemers in de WAO stromen vraagt meer ambitie Ook om mensen die in de WAO terecht zijn gekomen werkelijk perspectief te bieden is meer nodig. Wij stellen de volgende maatregelen voor:

2. Perspectief op herstel en maatschappelijke deelname concrete voorstellen

2.1 Herstelplan langdurig zieken
Activiteiten ten behoeve van herstel en terugkeer van langdurig zieken dienen zo snel mogelijk plaats te vinden. De nadruk ligt daarbij op het herstelplan dat werkgever en werknemer samen in overleg maken en uitvoeren met de arbodienst. Dit is niet hetzelfde als het huidige reïntegratieplan. Dat is slechts een voorschrift in de Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering. Wat wij willen is een aanvulling op de arbeidsovereenkomst (dus regelen via het Burgerlijk Wetboek). Rechten en plichten van werkgever en werknemer liggen in deze aanvulling op de arbeidsovereenkomt vast en krijgen zo een doorwerking in het herstelplan. Pas als alles geprobeerd is en geen herstel en terugkeer naar betaald werk mogelijk zijn, komt de WAO in zicht.

Wat kan er allemaal in een herstelplan staan:
scholing, aanpassing werkplek of functie, bemiddeling naar ander werk (extern of intern) en extra kosten behandelingen. Ook kan men gedurende de herstelperiode andere deskundigen inschakelen, bijvoorbeeld arbeidsmarktdeskundigen. De kosten van het herstelplan kan de werkgever declareren. De aanpak van het herstelplan binnen het verzuimbeleid kan bij CAO-onderhandelingen aan de orde komen.

De Arbodienst wordt nu ingeschakeld en betaald door de werkgever. Op de werkgever rust de plicht mee te werken aan de activiteiten gericht op herstel van de werknemer die door de arbodienst ondernomen worden. Voor de werknemer zijn de activiteiten in het herstelplan werkzaamheden als uitvloeisel van de arbeidsovereenkomst. De arbodienst werkt in de arbeidsorganisaties en hier moet dus de deskundigheid terechtkomen voor het herstel.

Bij de certificering van arbodiensten moeten ook eisen voor dit totaalpakket gesteld worden.

2.2 Financiële verantwoordelijkheid werkgever in langere herstelperiode
Op dit moment heeft de werkgever de verplichting om het loon door te betalen tot 70% gedurende het eerste ziektejaar. Dit is voor het midden- en kleinbedrijf een lange periode. Gekoppeld met de PEMBA-differentiatie van vijf jaar is het gehele risico in totaliteit te hoog. Hierbij speelt wel een rol dat werknemers er belang bij hebben niet te snel een WAO-etiket opgeplakt te krijgen.

Dit brengt ons tot het volgende voorstel. Eerst tijdens de verzuimperiode alles doen voor herstel binnen de arbeidsovereenkomst, dan pas komt de WAO in zicht voor wie geen herstel mogelijk is.

De periode van de loondoorbetalingsverplichting voor de werkgever tot 70% wordt verlengd tot twee jaar. Echter alleen het eerste halfjaar ziekte is er een volledig risico voor de werkgever. Van een half jaar ziekte tot twee jaar wordt het risico gedempt door sectorale risicoverevening d.m.v. invoering van een wettelijke basisuitkering van 70% van het minimumloon.

2.3. Betrokkenheid werkgevers en werknemers
De kansen om in de WAO terecht te komen zijn per sector verschillend. Dit betekent dat algemene maatregelen niet voldoende zijn. Wij constateren dat preventie, reïntegratie en arbeidsomstandigheden aan steeds meer onderhandelingstafels een rol spelen. Per sector of arbeidsorganisatie zijn gerichte maatregelen nodig. Dit kan bij CAO of via sectorraden opgepakt worden. Binnen de arbeidsorganisatie zal het nieuwe instrument van het herstelplan onderdeel zijn van het verzuimbeleid. Werkdruk, leefdruk en arbeidsomstandigheden zijn belangrijke factoren bij de kans op langdurige arbeidsongeschiktheid. Als dit decentrale instrument van het herstelplan succesvol is, komt een herstel van de WAO als inkomensverzekering met een uitkering van 70% van het laatstverdiende loon weer in beeld.

In lijn met het cappuchinomodel zijn werkgevers- en werknemersorganisaties in het vervolgtraject na twee jaar ziekteverzuim medeverantwoordelijkheid blijven houden voor de uitvoering van de arbeidsongeschiktheidsregelingen. Daardoor komen de CWIs niet in aanmerking vooor de uitvoering van de werknemersverzekeringen.

2.4. Maatschappelijke participatie volledig arbeidsongeschikten Volledig arbeidsongeschikten mogen geen angst hebben om maatschappelijk actief te zijn. Zij moeten zonder consequenties vrijwilligerswerk kunnen doen. Wij willen deze mensen perspectief bieden op maatschappelijke participatie. Ook de gemeenten kunnen hierin een rol spelen door hun beleid van sociale activering ook open te stellen voor deze groep mensen.

2.5. Geen herkeuringen oudere arbeidsongeschikten. Daarom stellen we concreet voor om WAO-ers die op 1 augustus 1993 45 jaar of ouder waren vrij te stellen van herkeuringen en van een overmaat aan administratieve verplichtingen.Van deze mensen die al voor de stelselherziening van 1993 een WAO-uitkering hadden, moeten de rechten gerespecteerd worden.

3. Samenvatting
Het voorkomen dat zieke werknemers in de WAO stromen vraagt meer ambitie. Ook om mensen die in de WAO terecht zijn gekomen werkelijk perspectief te bieden is meer nodig. Het CDA stelt de volgende maatregelen voor:

1. Bij langdurig ziekteverzuim van de werknemer stellen werkgever en werknemer stellen samen met de arbodienst een verplicht herstelplan met rechten en plichten van werkgever en werknemer. Het herstelplan is een onderdeel van de arbeidsovereenkomst.

2. Tijdens het ziekteverzuim rust op de werkgever de plicht mee te werken aan de activiteiten gericht op herstel van de werknemer. Voor de werknemer zijn de activiteiten in het kader van herstel een uitvloeisel van de arbeidsovereenkomst. De kosten van het herstelplan kan de werkgever declareren via de herstelde Ziektewet per sector.

3. Een basisuitkering op het minimumniveau vanaf een halfjaar ziekteverzuim dempt het financiële risico voor de werkgever. Tegelijk wordt het daardoor mogelijk de herstelperiode met één jaar te verlengen tot twee jaar. In het kader van het cappuchinomodel ligt het voor de hand deze basisuitkering in de vijfjarige risicoperiode van de WAO door te trekken.

4. Omdat alles gericht dient te zijn op herstel en terugkeer naar een werkplek, moeten de taken van de uitvoeringsinstellingen verschuiven naar de arbodiensten. De regelgeving wordt hierop aangepast. Alleen als sprake is van een negatieve uitkomst bij het herstelplan en er voor de werknemer geen herstel en terugkeer mogelijk is, komen de uitvoeringsinstellingen eerder in beeld.

5. Arbeidsongeschikten die volledig arbeidsongeschikt zijn moeten meer mogelijkheden krijgen om vrijwilligerswerk te doen.

6. Oudere arbeidsongeschikten die al voor de stelselherziening van 1993 een uitkering hadden worden niet meer herkeurd.

Deel: ' WAO-plan CDA Perspectief op herstel '




Lees ook