De Nederlandsche Bank NV
Afdeling Externe betrekkingen en voorlichting

19 januari 1999

De geconsolideerde weekstaat van het Europees Stelsel van Centrale Banken (Eurosysteem) per 15 januari 1999

In de week die eindigde op 15 januari 1999 steeg de netto-positie van het Eurosysteem in vreemde valuta (actiefposten 2 en 3 minus passiefposten 6, 7 en 8) met EUR 1,9 miljard naar EUR 230,6 miljard vergeleken met de netto-positie op de balans van het Eurosysteem per 8 januari 1999. Dit was hoofdzakelijk het gevolg van een stijging van EUR 1,5 miljard in actiefpost 2.2 (die inter alia bestaat uit beleggingen, luidende in vreemde valuta, in kortlopende, middellange, en langlopende waardepapieren en geldmarktpapier) en een stijging van EUR 1,3 miljard in actiefpost 3, Vorderingen op ingezetenen van het eurogebied, luidende in vreemde valuta. Tegenover het netto-effect van deze stijgingen staat deels een stijging van EUR 0,5 miljard in Verplichtingen aan niet-ingezetenen van het eurogebied, luidende in vreemde valuta. De goudvoorraad (actiefpost 1) daalde licht tengevolge van een kleine verkoop door één nationale centrale bank.

De verplichtingen aan de overheid stegen gematigd met EUR 1,1 miljard, vergeleken met de situatie per 8 januari 1999.

De netto-verplichtingen van het Eurosysteem luidende in euro ten aanzien van niet-ingezetenen van het eurogebied (actiefpost 4, passiefpost 5) bleven vrijwel onveranderd.

De post Bankbiljetten in omloop (passiefpost 1) daalde verder met EUR 5,8 miljard. Het tempo van deze vermindering blijft in overeenstemming met de normale verandering in deze balanspositie aan het begin van het jaar.

De restposten (Overige activa minus Overige passiva) lieten een daling in netto activa zien van EUR 3,3 miljard.

De totale kredietverlening door het Eurosysteem aan tegenpartijen uit de financiële sector (actiefpost 5 minus passiefposten 2.2 en 3) daalde met EUR 0,3 miljard. De daling van EUR 22,2 miljard in de kredietverlening die wordt vermeld onder post 5.1 (Basis- herfinancieringstransacties) weerspiegelt zowel het vervallen van de resterende transacties die door de nationale centrale banken in de tweede fase werden uitgevoerd als de verrekening van de tweede basis-herfinancieringstransactie van het Eurosysteem ter grootte van EUR 48 miljard. Tegenover deze daling staat een stijging van EUR 22,8 miljard in actiefpost 5.2 (Langerlopende herfinancieringstransacties). Deze stijging weerspiegelt het vervallen van de resterende vergelijkbare transacties die door de nationale centrale banken in de tweede fase werden uitgevoerd, alsmede de verrekening van de eerste langerlopende herfinancieringstransacties van het Eurosysteem ter grootte van EUR 45 miljard. Voor de eerste keer weerspiegelen de uitstaande activa onder posten 5.1 en 5.2 uitsluitend de monetaire-beleidstransacties die in de derde fase werden verricht. Alleen actiefpost 5.7 (Overige leningen) laat nog liquiditeitsverschaffende transacties zien die door de nationale centrale banken in de tweede fase werden uitgevoerd. De post Overige leningen steeg met EUR 0,6 miljard tengevolge van de overheveling van eerder gerapporteerde vervallende transacties uit de tweede fase van post 5.2 naar post 5.7.

De benutting van de twee door het Eurosysteem geboden permanente faciliteiten daalde vergeleken met de voorgaande week. Dit weerspiegelt een gedurende de laatste twee weken waargenomen algemene tendens van lagere kredietopnemingen en depositoplaatsingen door middel van de permanente faciliteiten. De post Marginale beleningsfaciliteit bedroeg EUR 2,7 miljard, terwijl het beroep op de Depositofaciliteit EUR 2,1 miljard bedroeg (respectievelijk actiefpost 5.5 en passiefpost 2.2). Dienovereenkomstig daalde de netto kredietverlening door middel van de permanente faciliteiten naar EUR 0,5 miljard (vergeleken met EUR 2,0 miljard in de voorgaande week). Dit is inter alia een teken van de verdere verbetering in het functioneren van de interbancaire markt in het eurogebied.

De door het Eurosysteem aangehouden verhandelbare waardepapieren die zijn uitgegeven door ingezetenen van het eurogebied en die luiden in euro (actiefpost 6) stegen met EUR 0,4 miljard naar EUR 21,3 miljard.

Tengevolge van alle transacties steeg de rekening-courantpositie van tegenpartijen bij het Eurosysteem (passiefpost 2.1) met EUR 5,3 miljard naar EUR 107,8 miljard. Dit komt overeen met de eerste door het Eurosysteem gemaakte schatting van een cijfer van enigszins onder de EUR 100 miljard voor de totale reserveverplichting, waaraan moet worden voldaan als een dagelijks gemiddelde gedurende de eerste aanhoudingsperiode, die is begonnen op 1 januari 1999 en die eindigt op 23 februari 1999.

Een technische aanpassing van EUR 1,6 miljard is uitgevoerd tussen passiefpost 11 (Kapitaal en reserves) en passiefpost 9 (Overige passiva) in verband met post-eindejaarsprocedures. Deze aanpassing involveert geen bijzondere voorzieningen voor verliezen.

Nadere informatie kan worden verkregen bij de Europese Centrale Bank, Press Division, Kaiserstrasse 29, D-60311 Frankfurt am Main, tel: 00 49 69 1344 7455, fax: 00 49 69 1344 7404.

Zoekwoorden:

Deel: ' Weekstaat Europees Stelsel van Centrale Banken '




Lees ook