Provincie West-Vlaanderen

Persberichten

Reactie bestendige deputatie inzake het dossier NV Aswebo (Brugge)
Brugge, 21/6/1999

Proosdij
Burg 2
B - 8000 Brugge
Telefoon 050/40 56 29
Telefax 050/ 40 56 01
E-Mail : provincie@west-vlaanderen.be

Brugge, 21 juni 1999
99/DPC/PB/0119

behandelend ambtenaar : Bart Jaques

REACTIE BESTENDIGE DEPUTATIE INZAKE HET DOSSIER NV ASWEBO (BRUGGE)

In diverse persberichten wordt een brief geciteerd die op 26 maart 1999 door afdeling Milieu-inspectie verstuurd werd naar de Bestendige Deputatie. Daarbij wordt de indruk gewekt dat de Bestendige Deputatie pas op 9 juni 1999 enig gevolg heeft gegeven aan dit schrijven.

Uit het hiernavolgend chronologisch overzicht blijkt het tegendeel :

Op 21/3/1996 heeft de Bestendige Deputatie een milieuvergunning verleend aan NV Aswebo voor de oprichting van een asfaltbetoncentrale in de Pathoekeweg te Brugge. Daarbij werden voorwaarden opgelegd voor de verbranding van afgewerkte olie. Afdeling Milieu-inspectie heeft vastgesteld dat er in de betrokken installatie geen afgewerkte olie meer wordt verbrand en er volledig werd overgeschakeld op lichte fuel. Op 29/3/1999 vroeg afdeling Milieu-inspectie de Bestendige Deputatie om aangepaste milieuvergunningsvoorwaarden op te leggen en wees tevens op de resultaten emissiemetingen in september 98. Deze metingen wezen op een hogere uitstoot dan toegelaten voor
huisvuilverbrandingsinstallaties; anderzijds zijn deze lager dan de toegelaten emissie in sommige sectoren (o.a. bestaande petroleumraffinaderijen).

Vermits in dit schrijven niet bepaald werd welke normen dit dan juist moesten zijn vroeg de Bestendige Deputatie op 8/4/1999 hieromtrent technisch advies aan de bevoegde Vlaamse instanties (afdeling Milieuvergunningen, Gezondheidsinspectie en OVAM) en aan stad Brugge.

In de loop van de maand mei zijn die adviezen binnengekomen. Op basis van die adviezen bleek het nog altijd niet mogelijk om concrete normen op te leggen. Bovendien vroegen de stad Brugge en de Gezondheidsinspectie om ook de nodige aandacht aan de geurproblematiek te besteden, zonder daarbij evenwel concrete maatregelen voor te stellen.

Om meer duidelijkheid te scheppen heeft het Provinciebestuur op 18/5/1999 het bedrijf en alle betrokken besturen (afdelingen Milieu-inspectie, Milieuvergunningen, Gezondheidsinspectie en stad Brugge) uitgenodigd voor een vergadering op 4/6/1999.

Op die vergadering o.l.v. Gedeputeerde Jan Durnez werd vastgesteld dat de overschakeling van afgewerkte olie naar huisbrandolie juridische onduidelijkheid heeft veroorzaakt. Geen van de betrokken aanwezige besturen vroeg de sluiting van het bedrijf of verzocht de Bestendige Deputatie om de lopende milieuvergunning te schorsen. Wel was iedereen het er over eens dat dringend de nodige maatregelen (ter beperking van de geurhinder) en aangepaste voorwaarden (inzake luchtemissies) dienden te worden opgelegd.

Het bedrijf wees erop dat momenteel door de Universiteit Gent een geurstudie uitgevoerd wordt en dat op vraag van Milieu-inspectie nog in juni luchtemissiemetingen zouden gebeuren. De vergadering was het er unaniem over eens dat het pas na voorlegging van die documenten een zinvolle inhoudelijke aanpassing van de voorwaarden zou mogelijk zijn.

Daarop heeft de Bestendige Deputatie in haar eerstvolgende zitting (nl. 9/6/1999) het bedrijf verplicht om tegen uiterlijk eind juni de nodige bijkomende emissiemeetgegevens en de resultaten van de geurstudie te bezorgen.

Op die manier zal de Bestendige Deputatie dan een zinvolle en procedureel correcte beslissing kunnen nemen die een einde maakt aan de juridische onduidelijkheid i.v.m. de emissienormen en die tevens het bedrijf ertoe zal brengen om de geurhinder steeds op een voor de buurt aanvaardbaar niveau te houden.

Deel: ' West-Vlaamse reactie inzake dossier Aswebo '




Lees ook