Provincie West-Vlaanderen

Persberichten

Bescherming monumenten
Brugge, 4/9/1999
Nr:

Proosdij
Burg 2
B - 8000 Brugge
Telefoon 050/40 56 29
Telefax 050/ 40 56 01
E-Mail : provincie@west-vlaanderen.be

Brugge, 9 april 1999
99/DPC/PB/058

behandelend ambtenaar : Bart Jaques

PROVINCIE ADVISEERT GUNSTIG OVER
· BESCHERMING VAN HET BEGIJNHOF TE DIKSMUIDE
· BESCHERMING VAN DE OUDE SLUIS IN HET PALINGBEEKDOMEIN · BESCHERMING VAN EEN HERENHUIS TE VEURNE

De Bestendige Deputatie van West-Vlaanderen heeft een gunstig advies uitgebracht over de bescherming van drie monumenten:

1. BESCHERMING VAN HET BEGIJNHOF TE DIKSMUIDE
De begijnenbeweging is een typisch fenomeen voor de Zuidelijke Nederlanden die vooral tijdens de veertiende en vijftiende eeuw tot volle bloei kwam. In de meeste belangrijke steden was er minstens één begijnhof waar godsdienstige vrouwen zich groepeerden. Het waren weduwen en ongehuwde vrouwen die een zelfstandig en geëngageerd leven wensten te leiden. In Vlaanderen zijn er tot op heden 26 begijnhoven volledig of gedeeltelijk bewaard gebleven.
De stichting van het begijnhof van Diksmuide gaat vermoedelijk terug tot de 13de eeuw. Tijdens de Eerste Wereldoorlog ontsnapte ook het begijnhof niet aan de totale verwoesting. De meeste gebouwen die toen verloren gingen dateerden uit de 17de eeuw. Bij de wederopbouw van de stad Diksmuide werd voor het begijnhof, net zoals voor de Sint-Niklaaskerk, geopteerd voor een getrouwe reconstructie van de vooroorlogse toestand. De plannen werden opgemaakt door architect Jos Vierin, die aangesteld was om de wederopbouw van de stad Diksmuide in goede banen te leiden. Voor het ontwerp van de kapel werd hij bijgestaan door architect L. Coppe. De werken werden uitgevoerd tussen 1924 en 1933. Na de Eerste Wereldoorlog verloor het begijnhof zijn oorspronkelijke functie. In een deel van het complex vindt sinds de jaren 1950 een rust- en studiehuis zijn onderkomen. Dit pleinbegijnhof is toegankelijk via een poort in de Begijnhofstraat. Aan de oost- en westzijde van het centrale grasplein zijn een vijftiental witgeschilderde huisjes gegroepeerd. Het plein wordt in het noorden afgesloten door een kleine kerk. 2. BESCHERMING VAN DE OUDE SLUIS IN HET PALINGBEEKDOMEIN

De sluis is een overblijfsel van het kanaal Ieper-Komen. De werken aan het kanaal werden aangevat in 1864. Voor de Ieperlingen ging een lang gekoesterde droom in vervulling: eindelijk zouden zij over een goede scheepvaartverbinding met het Leiebekken beschikken. De natuur beschikte er echter anders over. Op de plaats waar het kanaal de hoogte van Hollebeke dwarste, bleken de bodemlagen zo onstabiel dat alle kunstwerken die men er bouwde na korte tijd instortten. Diverse pogingen om een tunnel te graven mislukten. In 1910 zag men definitief af van de bouw van een tunnel en begon men met de aanleg van een diepe sleuf, met bruggen en sluizen. Eén van die sluizen was die van de Palingbeek. Ook deze werken eindigden in een complete mislukking. De taluds gingen massaal aan het schuiven en in juni 1913 stortte de monumentale ijzeren Sint-Elooisbrug in. Na de Eerste Wereldoorlog poogden de Ieperlingen het dossier van het kanaal weer geopend te krijgen, maar de nationale overheid was van oordeel dat er al te veel geld gestopt was in een hopeloos project en gaf de zaak op. Grote delen van het kanaaltracé zijn tot nu bewaard gebleven. Sommige stukken zijn dichtgeslibd en begroeid met struikgewas en bomen, in andere staat nog water en heeft er zich een rijk watergebonden biotoop ontwikkeld. In het kader van de waterbeheersingswerken in en om Ieper werden enkele jaren geleden vijf van de veertien oude sluizen van het kanaal hersteld en in het nieuwe waterhuishoudingssysteem geïntegreerd.
De sleuf van Hollebeke raakte in de loop der jaren op natuurlijke wijze met bos begroeid en evolueerde aldus tot een zeer interessant natuurgebied. Sinds 1973 is dit gebied als provinciaal domein toegankelijk voor het publiek. De sluis die thans ter bescherming voorgedragen wordt, is een stille getuige van de grootse werken die het ontstaan gaven aan de sleuf: de faliekant afgelopen aanleg van het kanaal Ieper-Komen.

3. BESCHERMING VAN EEN HERENHUIS TE VEURNE

Het herenhuis is gelegen in de Zuidstraat 21 en Duinkerkestraat 2 te Veurne. Dit statige neoclassicistische hoekhuis werd opgetrokken in 1869 en domineert met zijn imposante massa het kruispunt van twee belangrijke straten in het stadscentrum van Veurne. Zowel de bepleisterde en beschilderde gevels als de interieurs zijn goed bewaard. Het pand bevat onder meer vier salons met verschillende stijlkenmerken: neogotiek, neo-Vlaamse renaissance, neo-Louis-XVI en art déco. Het huis is representatief voor de levensstijl van de gegoede burgerij in de 19de en het begin van de 20ste eeuw.

De definitieve beslissing over de bescherming van deze drie monumenten berust bij Cultuurminister Luc Martens.

Deel: ' Westvlaamse adviezen bescherming monumenten '




Lees ook