expostbus51


RVD/DV

MINISTERRAAD: Wet Inkomstenbelasting 2001

Ministerie van Financiën
Persbericht Ministerraad
7 mei 1999

WET INKOMSTENBELASTING 2001 (BELASTINGHERZIENING 2001)

De ministerraad heeft er mee ingestemd om het wetsvoorstel Inkomstenbelasting 2001 van
staatssecretaris Vermeend en minister Zalm van Financiën voor advies naar de Raad van State te zenden. Dit voorstel is gebaseerd op de studie naar verbetering van het belastingstelsel in de nota .Belastingen 21ste Eeuw, een Verkenning. en sluit aan bij de afspraken in het regeerakkoord.

Dit wetsvoorstel is gericht op het creëren van een robuust belastingstelsel voor de volgende eeuw met een bredere grondslag en lagere tarieven. Om de ontwikkeling van de economie en werkgelegenheid te stimuleren is het belastingstelsel gericht op het verminderen van de lastendruk op arbeid. Daarnaast moet .vergroening. van het belastingstelsel een belangrijke bijdrage leveren aan een duurzame economische ontwikkeling. In totaal wordt in het kader van de herziening van het belastingstelsel een lastenverlichting van f 5 miljard gerealiseerd. Deze lastenverlichting wordt met name ingezet voor de introductie van een arbeidskorting voor werkenden en een verlaging van de tarieven over de gehele linie.

Fasering en procedure belastingherziening

Naast het wetsvoorstel Inkomstenbelasting 2001 zullen nog een aantal begeleidende en aanvullende wetswijzigingen en het overgangs- en aanpassingsrecht aan de Tweede Kamer aangeboden worden. Het wetsvoorstel Inkomstenbelasting 2001 dat ingediend wordt bij de Raad van State is een vertaling van hetgeen in het regeerakkoord is voorgesteld met betrekking tot de belastingherziening. Het omvat tevens een voorstel voor tarieven, schijflengtes, heffingskortingen en een overzicht van budgettaire effecten en inkomensgevolgen. Naast het wetsvoorstel Inkomstenbelasting 2001 is op basis van het regeerakkoord ervoor gekozen om het eindresultaat van de vergroening in drie tranches- per 1999, 2000 en 2001- te bereiken. De eerste tranche vergroening en verschuiving is grotendeels ingepast in het belastingplan 1999 waarbij het kabinet ervoor heeft gekozen om eenderde deel van de beoogde verschuiving van directe naar indirecte belastingen in 1999 te realiseren. Om aan de eindtermen van de belastingherziening te voldoen vindt de resterende verschuiving plaats binnen de kaders van de belastingherziening in de Belastingplannen van 2000 en 2001.

Het belastingstelsel
Door een verlaging van de belasting op arbeid en een verschuiving van directe naar indirecte belastingen wil het kabinet komen tot een belastingstelsel dat gericht is op de bevordering van de werkgelegenheid en verbetering van de economische structuur, versterking van de concurrentiekracht van Nederland, bevordering van een duurzame economische ontwikkeling (.vergroening.) en bevordering van emancipatie en economische zelfstandigheid. Bij de uitwerking van het nieuwe stelsel heeft het kabinet de volgende criteria gehanteerd: doeltreffendheid (beleidseffectiviteit), doelmatigheid (kostenefficiëntie) en inpasbaarheid binnen de fiscale structuur. Daarnaast is van belang de verenigbaarheid van de maatregel met budgettaire randvoorwaarden, het uitgavenkader en de budgettaire beheersbaarheid en de verenigbaarheid van de maatregel met EU-regelgeving en internationale verdragen.

De belangrijkste wijzigingen ten opzichte van het bestaande inkomstenbelastingstelsel zijn:

&.61623; Een zelfstandige belastingheffing van inkomen uit sparen, lenen en beleggen in de vorm van een systeem waarbij dat inkomen forfaitair wordt bepaald op een vermogensrendement van 4% (forfaitair rendement) en wordt belast tegen een vast tarief van 30%. &.61623; De introductie van een boxenstelsel waarbinnen het voor de inkomstenbelasting in aanmerking te nemen inkomen wordt verdeeld over drie gesloten boxen van inkomenscategorieën met elk een eigen tariefstructuur. Voor box I (waarin het regime is opgenomen voor winst uit onderneming, de eigen woning en de inkomsten uit arbeid) geldt een progressief tarief en voor de boxen II (inkomen uit aanmerkelijk belang) en III (inkomen uit sparen, lenen en beleggen) geldt een vast tarief van 30%. Doordat het boxenstelsel in een gesloten structuur is gegoten kunnen negatieve resultaten binnen de ene box in beginsel niet worden verrekend met positieve resultaten van een andere box.

&.61623; De huidige belastingvrije som wordt omgezet in een heffingskorting. Het wordt daardoor aantrekkelijker voor partners om (meer) te gaan werken en sluit aan bij de doelstelling van het kabinet om tot een grotere individuele economische zelfstandigheid te komen.

De tekst van het wetsvoorstel en van het advies van de Raad van State worden pas openbaar bij indiening bij de Tweede Kamer.

RVD, 07.05.1999

07 mei 99 16:57

Deel: ' Wet Inkomstenbelasting 2001 naar Raad van State '




Lees ook