Ingezonden persbericht


Persbericht

5 maart 2012

Wetgeving Passend onderwijs: ouders vrezen verslechtering

Passend onderwijs houdt de gemoederen flink bezig. Leerkrachten staken tegen de bezuinigingen. Ouders liggen zelfs wakker van de plannen van de minister. Zij weten niet wat hun kind met een beperking boven het hoofd hangt. Onderzoek van de ouderorganisaties LOBO (algemeen bijzonder onderwijs), OUDERS & COO (protestants christelijk en oecumenisch onderwijs) en NKO (katholiek onderwijs) wijst uit dat ouders zich grote zorgen maken over hun positie in het wetsvoorstel. Daarom pleiten de ouderorganisaties ervoor om het wetsvoorstel op twaalf punten aan te passen. Ook de honderden handtekeningen van ouders en het manifest voor instemmingsrecht die op 6 maart door ouderplatforms Passend onderwijs en de CG-Raad aan de Tweede Kamer worden aangeboden onderstrepen dit pleidooi. De ouderorganisaties LOBO, OUDERS & COO en NKO hebben in december en januari via internet ouders geraadpleegd over de nieuwe plannen voor Passend onderwijs. De drie organisaties hebben de resultaten van deze raadpleging onlangs als de petitie Passend onderwijs, de mening van ouders aan de Tweede Kamer aangeboden. Op 6 en 8 maart spreekt de Tweede Kamer over het wetsvoorstel met minister Van Bijsterveldt. Onvoldoende garanties ouders
Het huidige wetsvoorstel biedt volgens ouders onvoldoende garanties voor hun positie. Veel ouders en deskundigen zijn bezorgd over het gebrek aan deskundigheid, onafhankelijkheid en betrokkenheid van medezeggenschapsraadsleden. Ouders hebben geen vertrouwen in het beoordelings­vermogen van de school inzake de ondersteuningsbehoefte van hun kind. Er heerst bij ouders onzekerheid over de vraag of de school de ondersteuningsbehoefte van het kind wel voldoende zal onderkennen. Ouders zijn van mening dat zij onvoldoende invloed hebben op het ontwikkelingsperspectief van en het onderwijs­kundig rapport over hun kind. Zij vinden dat hen eerst om toestemming moet worden gevraagd voordat informatie over hun kind met anderen wordt gedeeld. Beperking keuzevrijheid
Ouders vrezen ook dat de mogelijkheden van scholen om Passend onderwijs te geven zwaarder zullen gaan wegen dan de fundamentele keuzevrijheid van ouders. Zij zijn bang dat hun kind al snel naar een andere school doorverwezen zal worden. Een kleine meerderheid van de deskundige ouders is het wel eens met de afschaffing van het huidige systeem van indiceren (rugzak). De tegenstanders wijzen op de mogelijke willekeur in het voorgestelde nieuwe systeem. Ouders vinden dat de tijdsplanning voor de invoering van Passend onderwijs niet realistisch is.

Meer inspraak
Ouders zijn het er in meerderheid over eens dat de medezeggenschapsraad een instemmings­bevoegdheid ten aanzien van het ondersteuningsprofiel van de school behoort te hebben. Een grote meerderheid van de ouders en deskundigen is voorstander van het inrichten van een onafhankelijke geschillenregeling. De drie ouderorganisaties sluiten zich bij de bevindingen aan met concrete voorstellen. Zo willen zij dat ouders de mogelijkheid krijgen een second opinion uit te laten voeren over de beoordeling van hun kind. Ook moeten zij veel nauwer betrokken zijn bij het hele proces. Tevens moeten ouders instemmingsrecht krijgen als hun kind naar een andere school moet dan de school waar zij hun kind hebben aangemeld. Ook moet een geschillenregeling worden ingevoerd. De petitie bevat nog een aantal andere aanbevelingen. De petitie Passend onderwijs, de mening van ouders is digitaal beschikbaar op de websites www.ouders.net, www.lobo.nl en www.nko.nl.

Ouderorganisaties - aanpassing wetsvoorstel op twaalf punten

De belangenorganisaties voor ouders in het onderwijs LOBO (algemeen bijzonder), NKO (katholiek) en OUDERS & COO (protestants christelijk en oecumenisch) willen dat het wetsvoorstel op twaalf punten wordt aangepast. Zij pleiten voor:


1. De mogelijkheid dat ook ouders en personeelsleden die niet in de medezeggenschapsraad zitten, maar die wel veel verstand van Passend onderwijs hebben, verkiesbaar zijn voor de ondersteuningsplanraad. Verder behoeft de rol en de werking van de ondersteuningsplanraad verduidelijking in de toelichting.


2. De mogelijkheid voor ouders om een second opinion te laten uitvoeren bij de beoordeling van de ondersteunings­behoefte van hun kind.


3. Het meer nadrukkelijk bepalen dat de ouders en deskundigen worden betrokken bij het vaststellen van de ondersteuningsbehoefte.


4. Het schrappen van voorbehoud 'zo nodig' in de wettekst op pagina 91. Ouders zouden het onderwijskundig rapport ter instemming moeten ondertekenen of ten minste voor gezien en standaard de gelegenheid moeten krijgen het onderwijskundig rapport met hun eigen informatie aan te vullen.


5. Instemmingsrecht voor ouders bij de keuze voor een school anders dan de school waar zij hun kind hebben aangemeld.


6. Inspraak ouders in de (G)MR bij het vaststellen van het dekkend aanbod in het samenwerkings­verband.


7. De invoering van een geschillenregeling, zoals aangegeven in (hier een korte toelichting in plaats van de rest van de zin) onze eerdere correspondentie met de minister van OCW en de Tweede Kamer.


8. Het zo snel mogelijk bieden van duidelijkheid over de toekomst van het leerlingenvervoer. Wanneer het leerlingenvervoer bij de samenwerkingsverbanden wordt belegd, moeten er garanties worden ingebouwd die voorkomen dat samenwerkingsverbanden hun financiële positie verstevigen ten koste van de kwaliteit van het geboden leerlingenvervoer.


9. Een minder vrijblijvende status van het Referentiekader. Samenwerkingsverbanden en schoolbesturen moeten een zekere druk voelen om zich ten minste aan het Referentiekader te conformeren. Wie zich niet conformeert, moet zich daarvoor verantwoorden (tenzij hij meer doet dan wat het Referentiekader van hem vraagt). Het Referentiekader moet ook voor schoolbesturen die niet bij de sectororganisaties zijn aangesloten leidend zijn.


10. Een zorgvuldige, niet overhaaste invoering. Herstel achteraf kost ook tijd en geld.


11. Het handhaven van de verplichting voor de scholen dat aan ouders eerst toestemming moet worden gevraagd alvorens informatie over het kind met derden wordt gedeeld.

Het opstellen van een richtlijn met landelijke indicatiecriteria ten behoeve van de samenwerkings­verbanden. In een eerder stadium hebben de genoemde organisaties al gepleit voor een landelijke geschillenregeling als ouders en scholen c.q. samenwerkingsverbanden het niet eens kunnen worden over de benodigde ondersteuning. Een landelijke geschillenregeling zal op termijn ook leiden tot een zekere uniformering (en dus rechtsgelijkheid) zonder echter elke beleidsvrijheid onmogelijk te maken.

Deel: ' Wetgeving Passend onderwijs ouders vrezen verslechtering '






Lees ook