expostbus51


RVD/DV

MINISTERRAAD: levensbeeindiging

Ministerie van Justitie
Persbericht Ministerraad
9 juli 1999

WETSVOORSTEL .TOETSING VAN LEVENSBEEINDIGING OP VERZOEK EN HULP BIJ

ZELFDODING. NAAR DE TWEEDE KAMER

Het kabinet heeft op voorstel van de ministers Korthals (Justitie) en Borst (Volksgezondheid) ingestemd met de indiening bij de Tweede Kamer van het wetsvoorstel .toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding.. In de wet wordt een strafuitsluitingsgrond opgenomen: als is voldaan aan zorgvuldigheidseisen en de arts heeft zijn handelen gemeld, is levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding niet strafbaar. Het wetsvoorstel vloeit voort uit het regeerakkoord van het tweede Paarse kabinet.

Onder de huidige regels is levensbeëindiging op verzoek strafbaar, maar wordt er niet vervolgd als is voldaan aan zorgvuldigheidseisen. Tot de zorgvuldigheidseisen behoren dat de patiënt een vrijwillig, weloverwogen en duurzaam verzoek heeft gedaan, dat er sprake was van uitzichtloos en ondraaglijk lijden, dat er een tweede arts is geconsulteerd en dat de levenbeëindiging medisch verantwoord is uitgevoerd. Verder geldt een meldingsplicht voor de arts na een geval van levenbeëindiging. Het handelen van de arts wordt vervolgens op zorgvuldigheid getoetst door een regionale toetsingscommissie. Indien de commissie van oordeel is dat de arts zorgvuldig heeft gehandeld, is daarmee de zaak afgedaan. De toetsingscommissies brengen jaarlijks verslag uit van hun werkzaamheden.

De nieuwe wettelijke regels veranderen niets inhoudelijks aan gronden waarop levenbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding wordt toestaan. De regionale toetsingscommissies blijven in het nieuwe wetsvoorstel bestaan maar hun rol wordt een andere. Zij blijven beoordelen of een geval van levensbeëindiging op verzoek of hulp bij zelfdoding voldoet aan de zorgvuldigheidscriteria. Alleen als dat niet het geval is wordt een zaak ter kennis gebracht van het Openbaar Ministerie. Uiteraard heeft het Openbaar Ministerie de bevoegdheid om bij een vermoeden van strafbare feiten zelf onderzoek in te stellen.

Naar aanleiding van het advies van de Raad van State over een eerdere versie van het wetsvoorstel is in de wet ook een regeling opgenomen voor verzoeken om levensbeëindiging en hulp bij zelfdoding door minderjarigen. De Raad van State oordeelde dat ook bij minderjarigen het oordeel des onderscheids aanwezig kan zijn om tot een verantwoord en weloverwogen verzoek om levenbeëindiging te komen. In de wetgeving is aangesloten bij de bestaande regels over medisch handelen ten aanzien van minderjarigen. Dat betekent dat zestien en zeventien jarigen in beginsel zelfstandig beslissen en dat bij twaalf tot zestienjarigen de instemming van ouders of voogd is vereist.

Tot slot biedt de wet een expliciete erkenning van de geldigheid van schriftelijke wilsverklaringen omtrent levenbeëindiging (zogenoemde euthanasieverklaringen) Dergelijke verklaringen kunnen geacht worden overeen te stemmen met de wil van de patiënt, tenzij de arts gegronde redenen heeft om aan te nemen dat de verklaring niet vrijwillig en weloverwogen is afgelegd.

RVD, 09.07.1999

09 jul 99 19:11

Deel: ' Wetsvoorstel toetsing van levensbeeindiging naar Kamer '




Lees ook