RVD/DV

Ministerie van Justitie
Persbericht Ministerraad
4 februari 2000

KABINET STEMT IN MET WETTELIJKE REGELINGEN VOOR de ORGANISATIE GERECHTEN EN RAAD VOOR DE RECHTSPRAAK

De organisatie van de rechtsprekende macht wordt versterkt. De gerechten nemen de beheersverantwoordelijkheid voor de eigen organisatie over van de minister van Justitie en de gerechten krijgen één samenhangende organisatiestructuur. Daartoe krijgen alle gerechten een collegiaal bestuur, bestaande uit rechters en een niet-rechter. Dit college krijgt de algemene leiding van het gerecht. Daarmee wordt het bestuur verantwoordelijk voor rechterlijk èn ondersteunend personeel. De kantongerechten worden bestuurlijk ondergebracht bij de arrondissementsrechtbank. Voor alle gerechten gezamenlijk wordt een Raad voor de rechtspraak ingesteld die bevoegdheden krijgt op het terrein van begroting en bedrijfsvoering. De minister van Justitie heeft niet langer directe bemoeienis met de bedrijfsvoering van de gerechten en maakt begrotingsafspraken met de Raad voor de rechtspraak. Dat zijn de hoofdpunten uit twee wetsvoorstellen van minister Korthals en staatssecretaris Cohen van Justitie en minister Peper van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Met een integrale managementverantwoordelijkheid bij de besturen van de gerechten wordt de rechterlijke organisatie efficiënter en slagvaardiger. Dat is een belangrijke stap in het proces van reorganisatie en modernisering van de gerechten in Nederland. De wetsvoorstellen vloeien voort uit het regeerakkoord van het tweede paarse kabinet en kregen eerder vorm in de contourennota van minister Korthals en staatssecretaris Cohen.

Het wetsvoorstel organisatie en bestuur gerechten De gerechten worden nu bestuurd door een vergadering van rechters onder voorzitterschap van de president van het gerecht. De bedrijfsvoering is in handen van een directeur beheer die, evenals het ondersteunend personeel rechtstreeks onder de minister van Justitie valt. Uit onder meer het rapport van de commissie-Leemhuis bleek dat deze scheiding van verantwoordelijkheden in de praktijk niet goed werkt. Door het bestuur van de gerechten zelf verantwoordelijk te maken voor de bedrijfsvoering en het ondersteunend personeel worden de gerechten in staat gesteld de organisatie van de rechtspraak zelf direct vorm te geven en te sturen. Vanwege de onafhankelijkheid van de rechtspraak heeft het bestuur geen bevoegdheden ten aanzien van de inhoud daarvan. In de voorstellen krijgt het bestuur van de gerechten een nieuwe samenstelling, Naast rechters uit de verschillende sectoren van de rechtbank (waaronder in ieder geval de sector kanton) en de president krijgt ook de directeur bedrijfsvoering er zitting in. De omvang van het bestuur kan variëren tussen drie en zeven bestuursleden. De leden van het bestuur worden door de Kroon benoemd voor zes jaar met een mogelijkheid tot onbeperkte herbenoeming (de rechters-bestuursleden zijn daarnaast uiteraard voor het leven benoemd tot rechter). Tot de taken van het bestuur behoren: automatisering en bestuurlijke informatievoorziening, de voorbereiding en vaststelling van de begroting, huisvesting en beveiliging, de kwaliteit van de bestuurlijke en organisatorische werkwijze (inclusief een klachtenregeling) personeelsaangelegenheden (ook van rechterlijke ambtenaren) en overige materiële voorzieningen. Als gevolg van het wetsvoorstel krijgen de gerechten ook ondernemingsraden voor het gezamenlijke personeel (ondersteunend personeel èn rechters). Voor de bestuurlijke onderbrenging van de kantongerechten wordt bij de rechtbank een sector kanton ingesteld. De kantonrechtspraak als zodanig blijft echter ongewijzigd. Ook de kantonrechter blijft bestaan.

Wetsvoorstel Raad voor de rechtspraak
Het wetsvoorstel Raad voor de rechtspraak is complementair aan de organisatorische wijzigingen bij de gerechten. De Raad zal een centrale rol gaan vervullen bij de voorbereiding en uitvoering van de begroting van de rechterlijke macht en bij de bedrijfsvoering van de gerechten. De gerechten leggen voor hun bedrijfsvoering geen verantwoording meer af aan de minister van Justitie, maar alleen aan de Raad. Daartoe krijgt de Raad de bevoegdheid op dit terrein inlichtingen te vragen en te ontvangen van individuele gerechten. Verder mag hij onder meer algemene aanwijzigen geven voor de bedrijfsvoering. Daarnaast krijgt de Raad een ondersteunende taak ter bevordering van de juridische kwaliteit en de uniforme rechtstoepassing bij de verschillende gerechten. Omdat deze laatste taak de inhoud van de rechtspraak raakt krijgt de Raad op dit terrein geen dwingende bevoegdheden. De taken en bevoegdheden van de Raad gelden voor alle gerechten met uitzondering van de Hoge Raad en de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. In het nieuwe stelsel blijft de minister van Justitie politiek verantwoordelijk voor het functioneren van de rechterlijke macht als geheel. De minister legt daarover verantwoording af aan het parlement. De begroting voor de rechtsprekende macht blijft onderdeel uitmaken van de justitiebegroting. De minister krijgt de bevoegdheid de Raad om inlichtingen te vragen, de Raad algemene aanwijzingen te geven voor de bedrijfsvoering en, in zeer uitzonderlijke gevallen, beslissingen van de Raad te schorsen en te vernietigen en de leden collectief dan wel individueel voor te dragen voor schorsing of ontslag. Dit laatste kan volgens het wetsvoorstel slechts plaatsvinden bij 'grove taakverwaarlozing'.

RVD, 04.02.2000

04 feb 00 16:26

Deel: ' Wettelijke regelingen voor organisatie rechtsprekende macht '




Lees ook