IJmuiden, 19 november 1999

WIJSMULLER BRENGT ZWAAR BESCHADIGDE BULK CARRIER VLOT

Op donderdag 18 november, na een operatie die ruim een maand heeft geduurd, is Wijsmuller Salvage B.V. uit IJmuiden er in geslaagd om de 263 meter lange en zwaar beschadigde bulkcarrier HYUNDAI SPIRIT in Korea vlot te brengen. Het van een hoog 'Hollands Glorie' gehalte voorziene project is zo bijzonder omdat er bijna geen ruimte meer in het schip aanwezig was dat onbeschadigd was en onder water stond.

De HYUNDAI SPIRIT strandde op 28 september in Poryong (west kust Zuid Korea) nadat ze losgeslagen was van de kade om 120,000 ton kolen te lossen, waarbij doordat zij op de rotsen liep enkele compartimenten lek raakten. Een lokale berger werd ingeschakeld door de eigenaren om het schip weer vlot te brengen. De situatie van het schip verslechterde echter zienderogen door de daarbij horende grote stroomsnelheden en getij verschillen van ruim 8 meter waarna de eigenaren op 15 oktober de hulp hebben ingeroepen van Wijsmuller Salvage B.V. op het bekende Lloyds Open Form contract onder Scopic clausule.

Diezelfde dag nog vertrok een bergingsploeg vanuit Wijsmuller's kantoor in Singapore naar de lokatie. Zij troffen het schip aan met 6 van de 8 ruimen, de machinekamer en bijna alle tanks lek en vol water.

De race tegen de tijd en het getij om het schip vlot te brengen begon daarop onmiddellijk. De bergingsploeg werd vanuit Singapore en Nederland uitgebreid naar 18 man, waaronder duikers, technici, een bergingsinspecteur, twee scheepsbouwkundige ingenieurs en twee sleepexperts. Daarbij werd er 30 ton bergingsmateriaal uitgevlogen en gebruik gemaakt van lokaal beschikbaar materiaal zoals kraanbakken, bakken-sleepboot combinaties en kranen die aan dek getild werden met een drijvende bok.

De eerste prioriteit van de bergers was om het schip vast aan de grond te houden gedurende alle voorbereidingen voor de vlotbreng operatie. Wijsmuller's eigen scheepsbouwkundige ingenieurs assisteerden hierbij om de spanningen in het zwaar gehavende schip onder controle te houden en om een vlotbreng conditie uit te werken.

Het spring tij van 27 oktober werd de eerste test van de onmiddelijk gestartte werkzaamheden om de situatie en conditie van het schip tijdens het extreme getij van 8 meter verschil tussen hoog en laag water niet te laten verslechteren. Daarbij moet gedacht worden aan de extra optredende krachten in het schip alsmede de mogelijkheid dat het schip door de ongekend hoge stroomsnelheid rond het schip zou kunnen worden meegesleurd. Daarbij raakte de machinekamer nog verder lek waardoor die als verloren moest worden beschouwd voor het verkrijgen van het benodigde drijfvermogen om weer vlot te komen.

In de tussentijd gingen de werkzaamheden aan het schip door om het in de juiste condtie te krijgen om het vlot te kunnen brengen en het drijfvermogen te herstellen. Speciale zorg en aandacht was nodig om te voorkomen dat het schip zou kapseizen als gevolg van instabiliteit, het vrije vloeistof effect en de druk op het zwaar verzwakte schip. Het bergingsplan omvatte het leegpompen van de beschadigde compartimenten, het lossen van de lading met behulp van kranen, het verwijderen van de olie uit het schip en het onder luchtdruk zetten van de beschadigde compartimenten om het water er uit te blazen. Aanzienlijke constructurele werkzaamheden waren nodig om dit alles te bereiken.

Met de uitvoering van al deze activiteiten werd toegewerkt naar de vlot breng poging, die op één dag rond hoog stilstaand tij diende te worden uitgevoerd. Het getij verschil was op dat moment 2 tot 3 meter waaroor de stroming minder sterk was zodat de operatie beter gecontroleerd kon worden uitgevoerd. De datum van 18 november werd zodoende uitgekozen voor de vlot breng poging, direct na het spring tij van 11 november. De operatie moest succesvol zijn omdat het volgende springtij op 25 november dusdanige hoogte zou bereiken dat door de bergers algemeen werd aangenomen dat het schip dit niet zou overleven.

Op 17 november lag alles gereed met twee zeesleepboten voor en achter vast op het schip en vier havensleepboten vast in de zijden van het schip voor het fijnere manoeuvreer werk. In totaal ruim 30,000 ton lading was tegen die tijd gelost.

Na het eerste hoogwater op 18 november rond middernacht werd de operatie gestart, waarbij door het zakkende water het extra drijfvermogen nog geen effect zou hebben. Na het laag water in de vroege ochtend steeg het waterpeil opnieuw naar het volgende hoog water dat rond 11 uur in de ochtend zou plaats hebben. Het stijgende water had nu een dubbel effect op alle ruimten die inmiddels leeg waren gepompt of op druk waren gezet. Rond 11 uur in de ochtend kwam het schip vlot, nadat het door de sleepboten van de laatste rots punten af was getrokken. In feite is het schip thans drijvend op 2 leeg gepompte compartimenten, 3 onbeschadigde compartimenten maar voor het grootste gedeelte op een 'lucht kussen' in 15 min of meer zwaar beschadigde compartimenten.

Het schip ligt nu voor anker op ruimer water en wordt verder gestabiliseerd en voorbereid voor levering aan haar eigenaren.

Deel: ' Wijsmuller brengt zwaar beschadigde bulk carrier vlot '




Lees ook