Productschap Diervoeder


08/12/1999

Wijziging bundel Diervoederwetgeving in Nederland deel 1

De abonnées op de bundel Diervoederwetgeving in Nederland; deel 1 ontvangen een dezer dagen een aantal aanvullingen op hun bundel.

1. Wijziging Verordening PDV diervoeders 1998

Bij de etiketteringsverplichtingen in de verordening PDV Diervoeders 1998 is één wijziging aangebracht. Bij de etikettering van voormengsels bestaat voortaan de keuzemogelijkheid om de naam en vestigingsplaats van de voor de etikettering verantwoordelijke ondernemer te vermelden in plaats van die van de producent. Deze mogelijkheid bestond reeds voor mengvoeders.

Voorts is een aanpassing aangebracht in het lijstje van weefseleiwitten van zoogdieren die uitgezonderd zijn van het verbod in herkauwervoeders (bepaalde eiwithydrolysaten uit huiden). Dit vloeit voort uit wijzigingsbeschikking 1999/420/EG van EEG-beschikking 91/516.

Verder is het maximumgehalte aan dioxine in citruspulp overgeheveld van het besluit hierover naar de bijlagen bij de verordening PDV Diervoeders 1998. Tevens is het Besluit PDV zuiveringsslib 1999 geïntegreerd in de bijlagen (bijlage XI) van de verordening.

2. Besluit PDV maximum gehalte dioxine in mengvoeders 1999

Vanwege het feit dat de Europese Commissie nog steeds geen dioxine-normen voor mengvoeders heeft vastgesteld, is besloten om
- vooruitlopend op de EG-besluitvorming -, reeds nationaal een norm te gaan hanteren. Dit maximumgehalte bedraagt 1000 picogram WHO-PCCD/F-TEQ per kilogram. Deze norm is overgenomen uit ontwerp-wetsteksten van de Europese Commissie en geldt vooralsnog in Nederland voor alle mengvoeders, met uitzondering voor visvoer. Uit monitoringsgegevens inzake dioxine in ruim 50 monsters mengvoeders, genomen vanaf het 3e kwartaal 1998, blijkt dat dit maximumgehalte in de praktijk niet overschreden wordt. Voor visvoeders zijn nog geen normen vastgesteld.

Tegelijkertijd is het Besluit PDV verbod verwerken kaoliniet 1999 ingetrokken. Dit houdt verband met het feit dat met Verordening 2439/1999 van de Europese Commissie in EG-verband een maximum dioxine-gehalte voor kaoliniet is vastgesteld van 500 pg WHO-PCDD/F-TEQ/kg. Deze norm is ook overgenomen in de lijst van toevoegingsmiddelen als bedoeld onder punt 3.

3. Actualisatie lijst van toegelaten toevoegingsmiddelen

In verband met de omschakeling naar merkgebonden toelatingen voor bepaalde toevoegingsmiddelen is het volgende gewijzigd: De Europese Commissie heeft de toelating van een aantal toepassingen van bepaalde middelen van de groepen Antibiotica (A) en Coccidiostatica en andere geneeskrachtige stoffen (D) inmiddels gebonden aan persoonsgebonden vergunningen. Dit heeft tot gevolg dat voor bepaalde diersoorten, van bepaalde middelen slechts de producten van specifieke leveranciers toegelaten blijven. Bestaande voorraden van (premixen met) toevoegingsmiddelen die van een generieke toelating naar de bedoelde persoonsgebonden toelating gaan mogen in Nederland nog tot maximaal 3 maanden na datum van deze circulaire worden gebruikt. Deze overgangsperiode geldt eveneens voor de aflevering van mengvoeders met een betreffend generiek toegelaten middel.

Een aantal antibiotica, coccidiostatica en andere geneeskrachtige stoffen blijft voorlopig generiek toegelaten voor bepaalde diersoorten. Deze toepassingen zijn gehandhaafd in de lijst.

Tenslotte delen wij u mede, dat de Europese Commissie bij de kwaliteitseisen aan kaoliniet een maximumgehalte aan dioxinen heeft vastgelegd van 500 pg WHO-PCCD/F-TEQ/kg, berekend als zgn. bovengrensconcentratie. (Dit houdt in dat bij de bepaling van het gehalte uitgegaan moet worden van de aanname dat de onder de detectiegrens liggende waarden van de verschillende congeneren gelijk zijn aan de detectiegrens). Voor vrijwel alle andere producten, vallende onder de groep bindmiddelen, verdunningsmiddelen en stollingsmiddelen gaat het betreffende maximumgehalte over enkele maanden óók gelden. Wanneer vóór 1 maart 2000 op basis van nieuwe gegevens over de aanwezigheid van dioxinen in betreffende bindmiddelen e.d. door de EC geen specifiek ander maximumgehalte wordt vastgesteld, wordt automatisch het maximumgehalte van 500 pg WHO-PCCD/F-TEQ/kg van kracht.

4. Verordening PDV voedervetten 1999

De Verordening PDV voedervetten 1999 vervangt het bestaande Besluit PDV voedervetten 1999. Inhoudelijk is het verbod aangevuld met een verbod op vetten die gewonnen zijn via uitwassing uit gebruikte bleekaarde. Dit laatste geldt niet voor stromen waarvoor aantoonbaar wordt gemaakt dat de normen voor ongewenste stoffen en producten voor voedermiddelen, als bedoeld in bijlage IX van Verordening PDV diervoeders 1998, niet worden overschreden.

Verder is in de Verordening bepaald dat alle (overige) voedervetten slechts geproduceerd en verhandeld mogen worden door bedrijven die over een erkend kwaliteitssysteem beschikken.

Deel: ' Wijziging bundel Diervoederwetgeving in Nederland '




Lees ook