CDA

'Witte Illegalen'

Kamerlid: Joop Wijn

Den Haag, 17 maart 1999

Tijdens de vele debatten over de witte illegalenregeling heeft de CDA-fractie telkens met nadruk gewezen op het belang van evenwicht tussen consequent beleid strengheid en humaniteit. Consequent beleid betekent dat regels die op democratische wijze in ons parlement tot stand zijn gekomen ook moeten worden uitgevoerd en gehandhaafd. Illegalen kunnen op grond van deze regels niet gemakkelijk legaal worden. De Witte Illegalen-regeling bevatte al uitzonderingen op basis waarvan mensen die geen verblijfsvergunning konden krijgen er tóch een kregen. Daarbij zal het altijd zo zijn, dat bij welke regeling ook, op welk gebied dan ook, er altijd gevallen zullen zijn van mensen of situaties die niet, of net niet aan de voorwaarden van de regeling voldoen.

Als in het ene geval wordt toegegeven, treedt er zonder twijfel een sneeuwbaleffect op. Want na dat ene geval zullen zich ongetwijfeld andere vergelijkbare gevallen aandienen. De ene uitzondering zou dan worden gevolgd door een andere uitzondering enzovoort.

Vandaag bespreken wij de brief van de staatssecretaris over de beoordeling van de dossiers van de hongerstakers in de Agneskerk. Het is een goede zaak dat de staatssecretaris deze dossiers persoonlijk heeft beoordeeld om te kijken of er een uitzondering moest worden gemaakt.

Uit de brief blijkt dat slechts dertien verblijfsvergunningen konden worden gegeven. Een aantal dossiers is nog in procedure. De staatssecretaris geeft aan dat hij dit resultaat zelf teleurstellend vond en dat een groot aantal dossiers zelfs niet in de buurt kwam van de eisen van de voormalige witte illegalen-regeling.

Ook het CDA vindt dit aantal laag. Maar het gaat niet om het aantal, het blijft immers om uitzonderingen gaan, maar om de inhoud van een dossier. De staatssecretaris heeft naar eigen zeggen verstandig gebruik gemaakt van zijn discretionaire bevoegdheid. De kamer dient terughoudend te zijn met betrekking tot haar oordeel over het gebruik hiervan.
Voor het CDA is uitgangspunt dat er geen nieuwe witte illegalen-regeling moet komen. Tot nu toe vonden alle regeringspartijen dit ook. Indien wij nu het gebruik van de discretionaire bevoegdheid op een wijze gaan bespreken die de facto tot een nieuwe regeling leidt die soepeler is dan de witte illegalenregeling of die soepeler is dan de situatie vóór deze regeling, dan zijn we niet goed bezig.
Een groot aantal illegalen heeft Nederland al verlaten. Als de achterblijvers nu alsnog mogen blijven, dan wordt het beloond, om niet te voldoen aan een aanzegging om Nederland te verlaten. Dit zou rechtsongelijkheid creëren. Ook kan de politiek nooit toegeven aan een hongerstaking. Een hongerstaking kan niet leiden tot een verandering van het beleid. Als je dat één keer doet, dan is het einde zoek. Tegen deze achtergrond zullen wij de discretionaire bevoegdheid door de staatssecretaris beoordelen.

De staatssecretaris geeft aan een mix van criteria te hebben gehanteerd. Op grond van deze criteria beoordeelde hij of in een individueel geval alsnog toestemming voor verblijf in Nederland kon worden gegeven, wegens schrijnende humanitaire overwegingen. Deze mix betrof het arbeidsverleden waarin wit is gewerkt, gezinsomstandigheden, medische omstandigheden en de zgn. peildatumproblematiek.

Hierover zes vragen:
Vindt de staatssecretaris dat de rechter een beslissing die is genomen op basis van zijn discretionaire bevoegdheid kan en mag beoordelen ? En zo ja, waarop kan de rechter dan het besluit van de staatssecretaris beoordelen en aan welke eisen moet het voldoen ? Kan de staatssecretaris aangeven hoe hij deze criteria onderling heeft gewogen ? Heeft hij hierbij gegevens van alle bedrijfsverenigingen en uitvoeringsinstanties betrokken ? Hoe is hij met de peildatum-problematiek omgegaan ? Heeft de mate van inburgering in de Nederlandse samenleving ook een rol gespeeld ?

Ik ga ervan uit dat de staatssecretaris zelf vindt dat hij de dossiers goed heeft kunnen beoordelen. Zijn omarming van de zg. commissie van burgemeesters vond ik daarom verrassend. Kan de staatssecretaris, aangeven of hij bij de illegalen uit de Agneskerk bij nader inzien graag een advies van de burgemeester had gehad ? Graag hoor ik een bevestiging van de staatssecretaris dat hij alleen, en niemand anders, verantwoordelijk is voor het gebruik van de discretionaire bevoegdheid. En dat het toelatingsbeleid nimmer decentraal mag worden vastgesteld. Na deze bevestigingen hoor ik graag wat dan de toegevoegde waarde van deze burgemeesterscommissie is.

Als iemand niet in Nederland mag blijven, dan dient hij Nederland ook daadwerkelijk te verlaten. Niemand hoeft terug naar een land waarvoor een VVTV-beleid geldt en niemand hoeft terug als hij te vrezen heeft voor vervolging. Kan de staatssecretaris ons meedelen hoe hij de terugkeer per uiterlijk 1 maart jongstleden van de witte illegalen uit de Agneskerk heeft aangepakt en gevolgd ?

Voor elke individuele witte illegaal is het een hard gelag als hij Nederland moet verlaten. Uit diverse geledingen zijn er steunbetuigingen. Dat is begrijpelijk. Elke keer als een illegaal een gezicht krijgt, wordt het moeilijk om vast te houden aan een negatieve beslissing. Maar deze beslissing is genomen op basis van een democratisch vastgestelde wet, door een onafhankelijke rechter en vervolgens nog eens door de staatssecretaris individueel getoetst en bevestigd.
Het vreemdelingenbeleid is op langere termijn alleen houdbaar als we consequent de regels toepassen, met te allen tijde uitzonderingen voor individuele schrijnende gevallen.

Deel: ' 'Witte Illegalen' '




Lees ook