expostbus51


MINISTERIE JUS

https://www.justitie.nl

Justitie in de Buurt

Ivo Hommes

070 - 370 6126

21.04.99

3782

Minister Korthals wil uitbreiding aantal kantoren WODC: EXPERIMENTEN .JUSTITIE IN DE BUURT. BIEDEN PERSPECTIEF.

De vier experimenten met .Justitie in de buurt., een initiatief van het Openbaar Ministerie en het Ministerie van Justitie, zijn goed van de grond gekomen. Er wordt nauw samengewerkt met de benodigde instanties en de helft van de strafzaken wordt buiten de rechter om afgehandeld. Ook is de doorlooptijd in strafzaken sneller en worden taakstraffen uitgevoerd in relatie tot de wijk zelf. Punt van kritiek is de relatieve kwetsbaarheid vanwege de lage bezetting en het in onvoldoende mate stellen van duidelijke doelstellingen. Daardoor zijn er nog te weinig .harde. gegevens om de effectiviteit vast te kunnen stellen.
Dit blijkt uit een onderzoek van het Wetenschappelijk Onderzoeks- en Documentatiecentrum (WODC) van het Ministerie van Justitie. Minister Korthals heeft besloten, zo staat vermeld in een brief aan de Tweede Kamer, het aantal experimenten selectief uit te breiden tot een maximum van vier per jaar tot en met het jaar 2002. Voorwaarden daarbij zijn in ieder geval dat ieder nieuw kantoor duidelijke doelstellingen formuleert, voldoende capaciteit heeft voor een continuering en er goede werkafspraken zijn met andere betrokken organisaties. Elk experiment heeft een looptijd van vier jaar.

In 1997 zijn vier Justitie in de buurt (Jib) experimenten van start gegaan, in probleemwijken in de steden Amsterdam, Arnhem, Maastricht en Rotterdam. In deze experimenten is een kantoor van Justitie in de wijk geplaatst waar medewerkers van het Openbaar Ministerie (bijvoorbeeld een officier van Justitie of een parketsecretaris) samen met andere (Justitie)organisaties werken aan het aanpakken van criminaliteit in de wijk. Tegelijk met de start van de projecten is besloten ze gedurende het eerste loopjaar te evalueren. Deze procesevaluatie is uitgevoerd door het WODC van het ministerie van Justitie in de periode oktober 1997 tot oktober 1998.

Uit de evaluatie blijkt dat de vier Jib-projecten goed van de grond zijn gekomen. Ze verschillen van elkaar, zowel wat betreft het .uiterlijk. (het kantoor en de bestraffing) als het .innerlijk. (de werkzaamheden die uitgevoerd worden). In drie van de vier Jibs worden met name strafzaken behandeld, waarvan ongeveer de helft buiten de rechter om wordt afgedaan, bijvoorbeeld door zittingen op het Jib-kantoor zelf, waar de officier of parketsecretaris strafvoorstellen doet aan daders. Een afdoening zoals het laten uitvoeren van taakstraffen in de wijk zelf vindt geregeld plaats. De doorlooptijd van strafzaken is in drie van de vier Jib-projecten aanmerkelijk sneller dan op het parket.
Ook wordt in de meeste Jibs veel samengewerkt met de politie, de Raad voor de Kinderbescherming en de Reclassering. Deze organisaties zijn enthousiast over het bestaan, de werkzaamheden van en samenwerking met Jib. Organisaties die wat verder van Jib verwijderd zijn, zoals woningbouworganisaties, allochtonenverenigingen of scholen zijn wat terughoudender. Naar hun mening is het initiatief voor Jib prima, maar is de samenwerking nog niet optimaal: deze is nog teveel gebaseerd op persoonlijke contacten en te weinig ingebed in de organisaties.

Knelpunten die in het onderzoek aan het licht zijn gekomen zijn het ontbreken van concrete doelstellingen en de kwetsbaarheid van de Jibs. Wat betreft het eerste: bij de opzet van de Jibs is de bewuste keuze gemaakt het werkterrein niet bij voorbaat teveel te beperken door het stellen van strikte regels. Daarom zijn de doelstellingen van de Jibs weinig concreet gemaakt, zoals .het leveren van een bijdrage aan de objectieve en subjectieve veiligheid(sgevoelens).. Doelstellingen zijn echter van belang om te bepalen welke middelen ingezet zullen worden om de doelen te bereiken en ook om de meerwaarde van Jib ten opzichte van het parket aan te kunnen geven. Jib kan zichzelf zonder doelstellingen moeilijk bewijzen. Een aanbeveling is dan ook om de effectiviteit van de jibs nader te onderzoeken aan de hand van .harde. gegevens.

Het tweede knelpunt is de kwetsbaarheid van de Jibs. Dit wordt veroorzaakt door een aantal factoren. Belangrijke factoren zijn: er werkt slechts een klein team op Jib (3 à 4 personen), er is doorgaans niet voorzien in back-up als iemand enige tijd afwezig is, het draagvlak binnen het parket is weliswaar gegroeid, maar laat nog steeds te wensen over. Daarnaast is de samenwerking met organisaties, zoals gezegd, nog niet altijd geïnstitutionaliseerd in de organisaties en is het rendement in termen van aantallen behandelde zaken voor sommige samenwerkende organisaties te klein, waardoor zij minder in Jib kunnen investeren dan soms gewenst.

Reactie Justitie
Minister Korthals onderstreept in zijn brief het belang van de achterliggende doelstelling van de Jibs. De kantoren vergroten de toegankelijkheid van Justitie en zijn in staat maatwerk te leveren. De Jibs onderscheiden zich door rekening te houden met de wijkgerichte problematiek en kunnen, vanwege de fysieke aanwezigheid, daarop snel en effectief anticiperen. De experimenten zijn een goede uiting van het moderniseringsproces van Justitie waarin de diensten gedeconcentreerd worden aangeboden. Justitie in de buurt moet zichtbaar zijn en opereren als partner in de wijk.

Het aantal experimenten wordt selectief uitgebreid. In totaal kunnen er per jaar drie tot vier kantoren geopend worden tot en met het jaar 2002. De kantoren moeten voldoen aan enkele voorwaarden zoals het duidelijk formuleren van meetbare doelstellingen, voldoende capaciteit (menskracht) voor continuering en een duidelijke organisatorische inbedding binnen het Openbaar Ministerie. Ieder nieuw experiment duurt in principe vier jaar.

Inmiddels zijn er, naast de vier onderzochte, kantoren geopend in Groningen en Haarlem en komen er dit jaar nog kantoren in Amsterdam (in Zuid-Oost en in Oud-West) en Rotterdam.

De minister onderstreept tevens het belang van gericht onderzoek naar het totale overzicht van de effecten van de experimenten. Er is immers nog geen gericht onderzoek verricht naar de kwantitatieve gegevens rondom de subjectieve en objectieve veiligheid(sgevoelens).

Voor meer informatie over het WODC-rapport kunt u contact opnemen met:
mw. dr. C.C.J.H. Bijleveld, telefoonnummer: 070 370 7768 mw. drs. F. Luykx, telefoonnummer: 070 370 7503.
-----------

21 apr 99 13:02

Deel: ' WODC Experiment 'Justitie in de buurt' biedt perspectief '




Lees ook