Over publieke en private verantwoordelijkheden

voorstudie nr.105

PERSBERICHT

Ministeriële verantwoordelijkheid kan beperkter

20 augustus 1999

Er moet een meer systematische controle komen van de uitvoering van het overheidsbeleid. De ministeriële verantwoordelijkheid is niet langer een adequaat verantwoordingsmechanisme en kan een systematische en afstandelijke beoordeling juist in de weg staan. In het huidige systeem is de controle vaak te incidenteel. Ook staat de Kamer vaak niet voldoende objectief tegenover te controleren zaken. Dit staat in de bijdrage 'Rechtsstatelijke redeneerpatronen' van de hoogleraren Bovens en Scheltema aan de bundel Over publieke en private verantwoordelijkheden, die vandaag verschijnt in de serie Voorstudies en achtergronden van de WRR.

Of een betere beheersing van de uitvoering kan worden bereikt door publieke taken te privatiseren of verzelfstandigen is een van de vragen die aan de orde komt in de bundel Over publieke en private verantwoordelijkheden. In deze publicatie houdt een aantal deskundigen vanuit verschillende invalshoeken de argumentatie voor privatisering en verzelfstandiging nader tegen het licht. De studies zijn uitgevoerd in het kader van een rapport over de herordening van publieke en private verantwoordelijkheden dat de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid over enige maanden hoopt uit te brengen.

Wetenschappelijke disciplines

Bij de keuze voor een bepaalde organisatievorm voor de publieke taken gaat het vanuit de economische theorie vooral om een afweging van relatieve efficiëntie: onder welke omstandigheden zijn bij welk organisatietype de transactiekosten zo laag mogelijk? Omdat niet alle publieke belangen via contracten of eigendomsrechten kunnen worden beschermd, is de keuze tussen publieke of private uitvoering van publieke taken 'varen tussen Scylla en Charibdis'. In hun bijdrage 'Op zoek naar de grenzen van de staat: publieke verantwoordelijkheid tussen contract en eigendomsrecht' gaan Bovenberg en Teulings in op de dilemma's die zich bij de keuze voordoen. Zo garandeert de keuze voor een publieke behartiging van de taken het primaat van de politiek. De politiek heeft dan ruime mogelijkheden om het beleid steeds weer bij te stellen terwijl hiermee tegelijkertijd de prikkel tot doelmatigheid en innovatie in de uitvoering wordt verminderd. In sommige gevallen is de democratische besluitvorming er daarom mee gediend wanneer het publieke belang vooraf nauwkeurig in contracten of regulering wordt vastgelegd. De auteurs illustreren hun redeneerpatronen aan de hand van praktische voorbeelden op het gebied van onderwijs en gezondheidszorg, sociale verzekeringen, publieke diensten en infrastructuur.

Dat privatisering van overheidstaken niet steeds de aangewezen oplossing is, blijkt uit de studie van Bovens en Scheltema (voorzitter WRR), die een overzicht biedt van de belangrijkste rechtsstatelijke beleidstheorieën. Meer dan in juridische beschouwingen gebruikelijk worden de aannames van verondersteld gedrag van organisaties geanalyseerd en op hun realiteitswaarde getoetst. De auteurs komen tot de conclusie dat grootschalige administratieve besluitvormingsprocessen, de zogenoemde beschikkingenfabrieken, het beste binnen de overheid kunnen worden verzelfstandigd, bijvoorbeeld in de vorm van zelfstandige bestuursorganen. Bij nutsbedrijven kan de markt onder bepaalde voorwaarden een reële optie zijn.

Maatschappelijke ontwikkelingen

Het Europese recht laat nationale en lagere overheden weliswaar vrij om te verzelfstandigen, te privatiseren dan wel te liberaliseren, maar het legt hierbij een aantal dwingende randvoorwaarden op met vergaande gevolgen. De Zwaan betoogt in zijn bijdrage 'De publieke en private verantwoordelijkheid van de overheid een aantal Europeesrechtelijke beschouwingen' dat de centrale nationale overheid er rekening mee dient te houden dat zij verantwoordelijk en aansprakelijk blijft voor alle verplichtingen die het Europese recht haar oplegt. Het gaat hierbij in het bijzonder om verplichtingen die het gemeenschapsrecht stelt inzake mededinging en interne markt.

De ontwikkelingen op het gebied van informatie- en communicatietechnologie zetten klassieke bestuurlijke onderscheidingen zoals die tussen beleid en uitvoering of centralisatie en decentralisatie onder druk. Informatie wordt in plaats van hulpmiddel steeds meer een van de bepalende factoren als het gaat om de organisatie van de publieke taakbehartiging. Volgens Hoefnagel moet de formele organisatie zo veel mogelijk geënt zijn op de logica van de gekozen informatiearchitectuur. Alleen op die manier kunnen nieuwe vormen van macht ook hun weerslag krijgen in een structuur van verantwoording van die macht.

Praktijkervaringen geanalyseerd

Infrastructuurgebonden sectoren, zoals de telecommunicatie, energie of openbaar vervoer, kunnen effectiever en efficiënter opereren indien het management van deze sectoren prikkels krijgt voor economischer functioneren. Concurrentiebevordering in deze sectoren is echter niet gelijk te stellen aan een vervanging van de overheid door de markt. Van Twist en Ten Heuvelhof gaan in op de dilemmas die hier zich voordoen rondom internationalisering, de vormgeving van hybride organisaties en de vormgeving van het toezicht. Zij menen dat het er bij de privatisering van nutsbedrijven en de liberalisering van de markt voor nutsvoorzieningen vooral op aan komt bestuurlijke arrangementen te vinden die responsief zijn en hiermee recht kunnen doen aan veranderende en veranderlijke marktconstellaties. Zo'n bestuurlijk arrangement kan bijvoorbeeld zijn de instelling van een toezichthouder.

Waar het gaat om de herpositionering van de Nederlandse Spoorwegen heeft de overheid de afgelopen jaren haar regierol te eenzijdig ingevuld. Gegeven de gestelde publieke belangen, zoals toegankelijkheid en bereikbaarheid, heeft zij zich onvoldoende gerealiseerd welke invloed zij moest behouden om deze belangen te realiseren. Alle nadruk lag op de verzelfstandiging van de NS als bedrijfseconomische eenheid. De mogelijkheid om concurrentie op het kernnet te organiseren is overschat, aldus Van Enckevort in haar bijdrage 'Vernieuwing in het spoorvervoer'. De auteur vraagt zich af waarom de regering privatisering van de NS in de monopoloïde markt van het kernnet blijft nastreven.

W. Derksen, M. Ekelenkamp, F.J.P.M. Hoefnagel en M. Scheltema (red.) (1999) Over publieke en private verantwoordelijkheden, WRR Voorstudies en achtergronden V105, Den Haag: Sdu Uitgevers. ISBN 90 399 1630 6

Deze publicatie ( 79) is te bestellen bij:

Sdu Servicecentrum Uitgeverijen

Antwoordnummer 125

2501 XD Den Haag

Tel. 070-378 9880

Fax. 070-378 9783

U kunt ook rechtstreeks via de bestelpagina op de internet site van de Sdu bestellen.

Inlichtingen zijn te verkrijgen bij het bureau van de WRR:

Dr. S.J. Langeweg, tel. 070-356 4651

Deel: ' WRR Ministeriële verantwoordelijkheid kan beperkter '




Lees ook