Rijks Universiteit Groningen


Zeehondenstand herstelt zich goed na virusepidemie 1988

"Het gaat goed met de zeehondenstand in de Waddenzee. De zeehondenpopulatie herstelt zich boven verwachting van de ramp van 1988, toen een virusepide- mie zestig procent van de zeehonden het leven kostte". Dit stelt biologe Edith Helen Ries in het proefschrift waarop zij 19 februari 1999 aan de RUG promoveert. Op grond van haar onderzoek vraagt zij speciale aandacht voor de bescherming van zeehonden in het Eems-Dollardgebied.

In de loop van de twintigste eeuw is de populatie zeehonden in de Waddenzee drastisch afgenomen door overbejaging, milieuverontreiniging en het kleiner worden van het leefgebied. Pas in 1976 werd in de gehele Waddenzee de jacht gestopt. Daarna namen de zeehonden langzaam in aantal toe tot de epidemie van 1988. Hierna besloten Denemarken, Duitsland en Nederland een meerjaren- beheersplan op te stellen en een gezamenlijk onderzoeksproject, de Joint Seal Study, uit te voeren om het herstel van de populatie te bevorderen. In Nederland werden nieuwe technologie en onderzoeksmethoden ontwikkeld waarmee in verschillende Waddenzeelanden metingen en tellingen werden verricht. Ries was onder andere betrokken bij de verdere ontwikkeling van zenders die op zeehonden kunnen worden aangebracht, zodat ze in alle jaargetijden te volgen zijn. Hiermee verzamelde ze een schat aan nieuwe gegevens.

Nauwkeuriger telmethode
Tot voor kort werden tellingen van het aantal zeehonden uitgevoerd vanuit een vliegtuig. Men telt dan alle zeehonden die bij laagwater op zandplaten uitrusten. Omdat er ook zeehonden in het water zijn, wordt op die manier nooit de hele populatie geteld. Ries rustte een groep van vijftien zeehon- den met het nieuwe zendertje uit, zodat ze kon vaststellen hoeveel procent zeehonden zich op de zandplaten bevond en hoeveel in het water. Hierbij bleek dat het in 1994 waargenomen maximum aantal uit een vliegtuig getelde zeehonden slecht 68 procent van het totaal vertegenwoordigde. Met de door Ries gevonden percentages kunnen de vliegtuigtellingen gecorrigeerd worden. Zo geven ze een beter beeld van het werkelijke aantal zeehonden en hun gedrag. Bij een groep van vijfentwintig zeehonden werden met het zendertje de duikpatronen gevolgd. Gemiddeld duurt een duik 96 seconden. Kampioen was een mannetje dat 1860 seconden (31 minuten) onder water bleef.

Snel herstel
Uit nieuwe tellingen blijkt dat de zeehondenpopulatie zich snel herstelt van de virusepidemie van 1988. Na de epidemie groeit de populatie zestien procent per jaar, terwijl dat eerder slechts negen procent was. Op grond van de Joint Seal Study en andere onderzoeksgegevens werd de hypothese opgesteld dat gedurende de epidemie vooral die volwassen vrouwelijke dieren gestorven zijn die de hoogste gehaltes aan gifstoffen in hun lichaam hadden. Daardoor zou hun afweer zodanig verlaagd zijn geweest dat ze bevattelijker waren voor het toen heersende virus.

Immigratie uit Duitsland
Ondanks het gunstige herstel is het nog te vroeg om te juichen. De zeehon- denpopulatie is nog steeds maar een kwart van wat hij in het begin van deze eeuw was. Hoe het verdere herstel verloopt, is moeilijk te zeggen en afhankelijk van omgevingsfactoren. Uit het onderzoek van Ries blijkt dat slechts zeven gebieden een geboorteoverschot kennen. Het gaat om een gebied in Denemarken, twee in Niedersachsen, drie in Schleswig-Holstein en het Nederlandse Eems-Dollardgebied. "Je kunt zeggen dat Nederland voor het herstel van de zeehondenstand helemaal afhankelijk lijkt van migratie van Duitse zeehonden naar Nederland", aldus Ries.

Het belang van rust
Vooral rustige beschutte zandplaten die lang droogvallen tijdens eb blijken te dienen als kraamkamer voor zeehonden. Uit het onderzoek van Ries komt rust ("verstoringsdruk") als de belangrijkste voorwaarde voor het herstel van de zeehondenstand naar voren.
In het Eems-Dollard gebied wordt hieraan in belangrijke mate voldaan. Volgens Ries is het daarom belangrijk dat dit gebied goed wordt beschermd: "Al heel lang is het niet duidelijk waar in de Eems de grens ligt. Dus is er een kans dat de betrokken landen het aan de ander overlaten om actie te ondernemen. Dat moet niet gebeuren."

Curriculum Vitae
Edith-Helen Ries werd in 1956 in Roemenie geboren. Zij studeerde biologie in Munchen, met als specialisatie ecologie. De doctoraal studie sloot zij af bij het toenmalige Rijksinstituut voor Natuurbeheer op Texel (nu Insti- tuut voor Bos- en Natuuronderzoek, IBN). Daarna verrichtte zij tien jaar onderzoek naar zeezoogdieren. Momenteel doet zij in Griekenland onderzoek naar Monniksrobben.
Het proefschrift heet Population biology and activity patterns of harbour seals (Phoca vitulina) in the Wadden Sea. Het is een verslag van een deel van het onderzoek dat in het kader van de Joint Seal Study van 1989 tot 1996 op de afdeling Aquatische Ecologie van het IBN-DLO is uitgevoerd. Het verschijnt ook als Scientific Contribution 16 bij het DLO-Instituut te Wageningen onder ISBN 90-76095-09-4

Nadere informatie: Dienst Interne en Externe Betrekkingen, tel. (050)363 54 46

Deel: ' Zeehondenstand herstelt zich goed na virusepidemie 1988 '




Lees ook