8 maart 1999

Zelfstandige interimmanager niet verzekerd voor werknemersverzekeringen

Veel organisaties en bedrijven maken gebruik van interimmanagers. Bijvoorbeeld om een reorganisatie te begeleiden of om een vacature tijdelijk op te vullen. Veel van deze interimmanagers worden gecontracteerd door een bureau om werkzaamheden te verrichten bij een derde, de opdrachtgever van het zogenoemde tussenkomstbureau. Met ingang van 1 september 1998 zijn interimmanagers die deze werkzaamheden verrichten in de zelfstandige uitoefening van een beroep of bedrijf, niet verzekerd voor de werknemersverzekeringen. Voor de loonbelasting geldt vanaf 1 januari 1999 met terugwerkende kracht tot 1 september 1998, ook dat geen sprake is van een fictieve dienstbetrekking indien de werkzaamheden worden verricht door een zelfstandig ondernemer.

Of sprake is van zelfstandigheid dient te worden bepaald aan de hand van de individuele omstandigheden van het te beoordelen geval. Hulpmiddel hierbij is de vragenlijst van de voormalige Sociale Verzekeringsraad, waarin onder andere vragen zijn opgenomen over ondernemingsrisico, investeringen en opdrachtgevers. Deze vragenlijst werd voor interimmanagers minder geschikt geacht. In overleg met de Raad voor Interim Management heeft het Landelijk instituut sociale verzekeringen met ingang van 1 september 1998 een besluit vastgesteld inzake de vaststelling van de zelfstandigheid van interimmanagers.

Lisv-criteria
Wil een interimmanager als zelfstandige kunnen worden aangemerkt dan dient hij aan de volgende criteria te voldoen.

Investeringen

* Jaarlijks dient ten minste 3% van de omzet te worden besteed aan eigen briefpapier, visitekaartje, communicatiemiddelen, opleiding, lidmaatschap beroepsvereniging,
beroeps-/bestuurders-/bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering, documentatie en computerapparatuur.

* Voor een startende zelfstandige is een minimale investering van
10.000,- in de eerste twee jaar vereist.
* Auto en bedrijfsruimte zijn nadrukkelijk uitgezonderd in verband met de moeilijke waardering en mogelijke samenloop met privé-gebruik.

Opdrachten

* In een periode van vijf jaar dienen tenminste vijf opdrachten te zijn verricht.

* De maximumduur van een opdracht is anderhalf jaar. In geval van onvoorziene omstandigheden wordt de maximumtermijn op twee jaar gesteld. Dit dient wel schriftelijk te worden vastgelegd.
* Een startende interimmanager dient in de eerste twee jaar ten minste twee opdrachten te verrichten, waarvan er één afkomstig mag zijn van de ex-werkgever.

* In het geval via een tussenkomstbureau wordt gewerkt, dient in een periode van vijf jaar ten minste via twee bureaus te zijn gewerkt.

Overige criteria

* De interimmanager dient te beschikken over eigen werkruimte.
* Er dient een regeling te worden getroffen voor beroepsaansprakelijkheid.

* De interimmanager dient algemene voorwaarden te hanteren.
* Het jaarlijks inkomen dient de loongrens voor de ziekenfondsverzekering te overschrijden.

* Er dient in het kader van een opdracht geen recht te worden verkregen op vakantiegeld, ziekengeld of een dertiende maand. Evenmin mag een proeftijd zijn overeengekomen.
* De interimmanager dient een zelfstandige boekhouding te voeren en fiscaal op te treden als zelfstandig ondernemer.
* De interimmanager dient zich in te schrijven bij de Kamer van Koophandel.

Toetsing
Uit de toelichting op het besluit blijkt dat er weinig ruimte bestaat om van deze criteria af te wijken. Wordt niet aan de criteria voldaan, dan zal er sprake zijn van verzekeringsplicht voor de werknemersverzekeringen. In dit kader valt te verwachten dat de uitvoeringsinstelling strikt zal toetsen.
De bovengenoemde criteria brengen met zich mee, dat in de meeste gevallen pas achteraf getoetst kan worden of sprake is van verzekeringsplicht voor de werknemersverzekeringen. Onder de voorwaarde dat onmiddellijk melding wordt gedaan aan de uitvoeringsinstelling zal, als achteraf blijkt dat niet voldaan wordt aan de criteria, geen boete en/of verzuim worden geregistreerd. Er zullen dus wel achteraf premies worden nageheven. Overigens laat het besluit wel een mogelijkheid open om de criteria bij te stellen. Het Lisv zal hierover periodiek overleg voeren met vertegenwoordigers in de branche. Een evaluatie in december 1998 heeft er reeds toe geleid dat het criterium voor de vervolginvestering is bijgesteld van 3% van de omzet naar een vast bedrag van 3.000 per jaar, waaronder dan niet de lopende kosten van de opgesomde zaken dienen te worden begrepen.

Hoewel er wel het een en ander valt af te dingen op de door het Lisv vastgestelde criteria, is het toe te juichen dat er voor interimmanagers duidelijke criteria zijn vastgesteld. Het is echter jammer dat voor andere groepen, zoals automatiseringsdeskundigen, waarvoor deze problematiek eveneens speelt, geen duidelijke criteria zijn vastgesteld. Tot slot is het onduidelijk of en zo ja in hoeverre ook de fiscus deze beleidslijn van het Lisv zal volgen.

Dit artikel is verzorgd door de adviesgroep Loonbelasting en Sociale verzekering van Moret Ernst & Young Belastingadviseurs. De leden van de adviesgroep zijn vertegenwoordigd op de grote kantoren van Moret Ernst & Young. Zie onze overzichtskaart.

Deel: ' Zelfstandige interimmanager niet verzekerd '




Lees ook