Zwarte Piet en de oerkracht van de Nederlandse cultuur

Ondanks de pretentieuze aanhef in de crowdfunding pitch voor dit verhaal, zal dit toch wel niet het laatste woord in de zwartepietendiscussie zijn. De Nieuwsbankredactie is een jaar bezig geweest met research naar voor- en tegenargumenten op het web nadat, meer dan een jaar geleden, 'Het Zwarte Piet Smoelenboek, De vele gezichten van Piet in heden en verleden' verscheen. Het Smoelenboek wilde aantonen dat tegenstanders van Zwarte Piet ongelijk hebben, en de schrijvers ervan hoopten zo deze discussie voor eens en voor altijd uit de wereld te helpen. Na een jaar blijkt dat helaas niet gelukt. En ook dit verhaal zal aan de discussie geen einde maken. Maar, net als het Smoelenboek, kunnen we proberen fabels en feiten te scheiden. Probleem is dat het in deze discussie meestal niet over feiten gaat maar over meningen en over zindelijk argumenteren.

Iedereen heeft een mening over Zwarte Piet, niet omdat je tegenwoordig overal een mening over zou moeten hebben maar omdat iedereen een eigen emotionele ervaring heeft met dit fenomeen. En dat maakt verschil want als je zou denken dat 'zwarte' mensen Zwarte Piet racistisch vinden en blanke mensen niet, dat blijkt niet te kloppen. De scheidslijn loopt tussen de mensen die als kind in Nederland Sinterklaas hebben meegemaakt, als gelovige dus én met een zwarte Zwarte Piet, en zij die Sinterklaas kennen vanuit de Antillen en Suriname, of alleen maar van horen zeggen en er nooit in geloofd hebben. Uit de vele getuigenissen op internet en artikelen in de media blijkt dat deze laatste groep zonder uitzondering Sinterklaas een raar feest vindt en Zwarte Piet racistisch. De eerste reactie van voormalige Sinterklaas gelovigen uit Nederland blijkt steeds andersom te zijn. Zij zien niet wat er mis zou zijn met een zwarte Piet.

Onder invloed van de discussie ontstaat daar wel een splitsing. De ene groep kan wel begrijpen dat anderen Zwarte Piet als een uiting van racisme zien, de andere groep voelt zich alleen maar aangevallen en beledigd. Zo erg beledigd dat de lomperiken onder hen beginnen te schelden en zelfs ronduit racistische taal uitslaan. Het Zwarte Piet Smoelenboek, hierna kortweg Smoelenboek genoemd, blijkt een handzame hulp bij het duiden van deze verwarring.

Quinsy Gario

De discussie over de vraag of Zwarte Piet zwart moet blijven barstte in alle hevigheid los nadat de moeder van performance kunstenaar Quinsy Gario hem op een dag belde en vertelde dat een collega haar Zwarte Piet had genoemd. “Zij was even naar buiten gegaan en toen ze binnen kwam zei haar collega ten overstaan van aanwezige klanten: 'We vroegen ons al af waar onze Zwarte Piet was en daar ben je dan.' Onthutst, gekwetst en beledigd wist ze er geen raad mee.” In de talkshow Pauw en Witteman vertelde Quinsy 7 oktober 2013 dat dàt het moment was waarop hij dacht 'Dit kan zo niet langer'. Als performance kunstenaar besloot hij er een project van te maken. Hij bedrukte enkele t-shirts met de kreet 'Zwarte Piet is Racisme' en op 12 november 2011 toog hij samen met Jerry King Luther Afriyie, ook bekend als rapper Kno’Ledge Cesare, met de Deense antropologe Siri Venning en met Steffi Weber, studente journalistiek, naar de Sinterklaasintocht in Dordrecht.

Gario en Afriyie posteerden zich met hun t-shirt duidelijk zichtbaar langs de kant. Politie-agenten besloten na enig geaarzel dat deze meningsuiting op deze plek een verstoring van de openbare orde was, werkten Gario op de grond en hielden hem in een nekklem in afwachting van het arrestantenbusje. Ook Afriyie, Venning en Weber werden gearresteerd.

In een interview voor Nieuwsuur kort na zijn arrestatie, legt Quinsy Gario uit wat hij bedoelt met 'Zwarte Piet is racisme': “Zwarte Piet is bedacht ten tijde van Jan Schenkman in de negentiende eeuw toen knechten nog slaven waren. Als iemand zich als slaaf wil gaan kleden en als slaaf wil gedragen moet hij dat vooral doen maar hij moet het wel doen met de wetenschap dat je dan een slaaf naspeelt! Op mijn shirt staat niet 'Jij bent een racist omdat je je gezicht schminkt met negerzwarte schmink, het zegt wel 'zwarte pieten komen uit een bepaalde tijd waarin het racistisch bedoeld was'. Dus ja dan kan je nog steeds beweren dat het niks met racisme te maken heeft maar dat is alleen jezelf voorliegen.”

Twee jaar later, 7 oktober 2013, zegt Gario in het programma Pauw en Witteman: “Wat mij betreft staat Zwarte Piet voor een koloniale oprisping. Het is een relikwie uit 1851 bedacht door Jan Schenkman en dat is 12 jaar voor de afschaffing van de slavernij en wij voeren dat toneelstukje constant elk jaar weer op. Het lijkt alsof we terug willen keren naar die periode waarin ik een tot slaaf gemaakte mens was en dat ik eigendom zou zijn van een van u en daar ben ik dus tegen.”

Is Zwarte Piet een slaaf?

Dit is-gelijk-teken van Quinsy Gario tussen 'Zwarte Piet' en 'slavernij' wekte zowel verbazing als woede bij wie het Sinterklaasfeest uit eigen ervaring kennen. Verbazing bij hen die dachten 'goh, ik heb bij Zwarte Piet nooit aan slavernij gedacht' en woede bij hen die dachten 'wie denkt die zwarte wel dat hij is dat hij ons zo durft te beledigen'. De laatste groep domineerde al snel de discussie op sociale media en internetforums met veel geschreeuw en getier, eerst op Gario en iedereen die het met hem eens was maar tenslotte op zwarten in het algemeen, intellektuelen en buitenlanders. En niet te vergeten op elkaar.

Ja, natuurlijk is Zwarte Piet racisme schreef GeenStijl op 3-11-2012, een jaar na het gebeuren in Dordrecht:
'Gordels om, hoofdsteun recht, twee handen aan het stuur, we gaan het gewoon zeggen. Hier. En nu. Komt 'ie. Zwarte Piet is racisme. Daar. Zwart op wit. Kan niemand omheen. Nu is het een ding. Wij zeggen dat Zwarte Piet racisme is. Oh, sorry, zeiden we Zwarte Piet? We bedoelen natuurlijk gewoon blackface. U weet wel, het vuig racistische blackface waarmee we een maand lang negers uitlachen, voor lul zetten en belachelijk maken. Er is geen enkel argument te bedenken om een racistische tumor als Zwarte Piet in 2012 te accepteren in een democratische, beschaafde en ontwikkelde samenleving als Nederland. Er zijn wel een aantal hele grote argumenten te bedenken om het PepernootRacisme aan te passen aan de huidige denkbeelden over de mensheid.'
Sommige reaguurders voelden zich ronduit verraden en vroegen zich verbijsterd af of het standpunt van GeenStijl misschien sarcastisch was bedoeld. Anderen zochten naarstig naar argumenten die GeenStijl vergeten zou hebben.

'Het Zwarte Piet Smoelenboek, De vele gezichten van Piet in heden en verleden' verscheen 30 november 2014 onder eindredactie van Inge Schuiten, student cultuurwetenschappen, bij uitgeverij De Graveinse Abeel. Met veel plaatjes uit de cultuurgeschiedenis van Zwarte Piet toont het aan dat cultuurhistorisch gezien Zwarte Piet niet uit de slavernij voortkomt maar uit de indo-germaanse mythologie die overal in Europa sporen heeft nagelaten van het geloof in een oppergod die voor de winterse zonnewende jacht maakte op een andere godheid die de zon verdonkeremaand zou hebben en dreigde de aarde voor goed te verduisteren. Deze oppergod, Wodan geheten, werd daarbij geholpen door zijn knecht Oel die door de rookgaten in de hutten van de gelovigen controleerde of de mensen wel genoeg offers brachten om deze jacht mede mogelijk te maken. Zo kreeg Oel een gezicht zwart van het roet. Dat is dus de oorspronkelijke smoel niet alleen van Zwarte Piet in Nederland en Vlaanderen, maar ook van Knecht Ruprecht in Duitsland, Krampus in Oostenrijk, Sunderklaas op Texel, Haji Firuz in Iran, Schmützli in Zwitserland, Père Fouettard in Frankrijk en diverse andere nazaten van deze Oel in diverse volkeren van Indo-Germaanse oorsprong. Met veel oude prenten, tekeningen, schilderijen, gravures en facsimiles maakt het Smoelenboek ook aannemelijk dat Jan Schenkman de knecht van Sinterklaas niet als slaaf heeft bedoeld maar gewoon als knecht in loondienst.

Door het Christendom veranderde Wodan in Sinterklaas en Oel in Zwarte Piet. Maar niet de lieve Zwarte Piet en Sinterklaas die we heden ten dage zien. Allerlei monsterlijke gebruiken en tradities passeren de revue waarbij de grootste gemene deler toch wel de angst is die deze beide heren stoute kinderen en huwbare meisjes inboezemden. Het Smoelenboek spreekt met veel waardering over de documentaire 'Zwartgemaakt' van Arnold Jan Scheer. Hij schreef ook het boek Wild Geraas waarvan alleen al de trailer je de stuipen op het lijf jaagt.

Op zijn website schrijft deze Sinterklaaskenner: “In de recente discussie lijkt iedereen klakkeloos aan te nemen dat Zwarte Piet rond 1850 is ontstaan door het kinderboek ‘Sint Nicolaas en zijn Knecht’ van de Amsterdamse onderwijzer Jan Schenkman. Op basis van dat boek is het beeld ontstaan van Piet als Afrikaanse slaaf, buitgemaakt in Afrika en verhandeld naar Amerika. Alsof Zwarte Piet daarvoor nooit had bestaan. In ‘Zwartgemaakt’ toont Arnold-Jan Scheer aan dat de Zwarte Piet al ver voor die tijd bestond, ouder is dan Sinterklaas en waarschijnlijk zelfs is terug te voeren tot heidense rituelen van ver voor de Europese kerstening.”

Het Smoelenboek concludeert in het afsluitende hoofdstuk 24: “De Nederlanders schminkten dus in de Middeleeuwen (dat ongeveer begon in 500) hun gezicht zwart. De eerste slaven verhandelde Nederland echter pas in 1635. Daarom kan het zwart schminken van het gezicht onmogelijk een traditie zijn die in de slavernijtijd ontstaan is. Als je ondanks dat toch blijft schreeuwen dat het wél racisme is, ben je gewoon heel erg dom. Dan heeft discussiëren ook geen zin meer.”

In de logica noemen we dit 'jumping to conclusions'. Ja, het is een cultuurhistorisch feit dat Zwarte Piet niet voortgekomen is uit de slavernij. Maar kan Zwarte Piet daarom geen uitdrukking van racisme zijn? Vergelijk de cultuurhistorische betekenis van de swastika, beter bekend als het hakenkruis. Het hakenkruis is een duizenden jaren oud symbool van voorspoed en geluk dat teruggaat tot het sanskriet, het hindoeisme en het boedhisme. Moet in Duitsland daarom het verbod op het kladden van hakenkruisen worden afgeschaft? Zijn alle Duitsers die voor dat verbod zijn gewoon heel erg dom? En hoezo heeft discussieren met domme mensen geen zin?

Arnold-Jan Scheer maakt deze redeneerfout niet. Hij schrijft in Wild Geraas en op zijn website: “Dat Zwarte Piet een Afrikaan zou zijn, is een misvatting die pas in de negentiende eeuw voet aan de grond kreeg”. In een interview met NRC-Next 27 oktober 2015 vraagt interviewer Bas Blokker: “Maar toch: zelfs als de traditie van Zwarte Piet teruggaat tot op een eeuwenoud, voor-christelijk ritueel, moet je dan niet vaststellen dat de Zwarte Piet die nu voor 5 december door Nederland danst er meer uitziet als een zwarte slaaf dan als een heidense demon?” “Ja”, zegt Arnold-Jan Scheer. “Dat is wel zo. Ik kan me voorstellen dat zwarte mensen daar aanstoot aan nemen.”

Ook dr. Aspha Bijnaar, wetenschappelijk onderzoeker bij het Nationaal Instituut voor het Nederlands Slavernijverleden en Erfenis, onderschrijft dit punt. In een gezamenlijk artikel met prof. dr. Cees Maris, vat zij het als volgt samen: “Er circuleren verschillende verklaringen voor de donkere verschijning van de knecht: dat Zwarte Piet van origine schoorsteenveger was, zwart als roet; dat hij een Moor was die de Sint vanuit Spanje begeleidt; dat hij eigenlijk de (zwarte) duivel is die door de heilige is verslagen en daarna werd gedwongen tot goede daden. In deze herkomsttheorieën ontbreekt elk direct verband met de koloniale slavernij. Geen van de gissingen steunt op afdoend wetenschappelijk bewijs. Evenmin geven ze een verklaring van het karikaturale zwarte uiterlijk van Piet. (...) Als Zwarte Piet inderdaad was geïnspireerd door een zwarte bediende in Amsterdam, zou die eerder een vrije man zijn geweest.”

Dit punt werd ook al gescoord in 1998 door Jan Nederveen Pieterse in het boek 'Sinterklaasje kom maar binnen zonder knecht'. Dertien jaar voor Quinsy Gario's optreden in Dordrecht. “Het is duidelijk dat de Zwarte Piet oorspronkelijk niets te maken had met zwarte Afrikanen. De verklede jongens met hun zwartgemaakte gezichten imiteerden geen zwarte Afrikanen maar deden de Zwarte Man na, en dit was de ‘Duistere Man’, ofwel de duivel. De associatie tussen de kleur zwart en zwarte Afrikanen, en tussen de Zwarte Piet en zwarte Afrikanen, is een kronkel die waarschijnlijk van pas veel later dateert, mogelijk pas sinds de 19de eeuw. De reputatie van zwarte Afrikanen in Europa was van de Middeleeuwen tot de 17de eeuw juist overwegend positief, getuige bijvoorbeeld de middeleeuwse legende van het christelijk koninkrijk van Prester John, dat toen vaak werd gelokaliseerd in Ethiopië. De mythe van zwarte Afrikanen als de ‘zonen van Ham’ kwam pas in zwang in de 17de eeuw, als een bijbelse rechtvaardiging van de slavenhandel. Dit is een heel ander relaas dan een associatie tussen zwarten en de duivel: het geldt een associatie tussen zwarten en dienstbaarheid. (Noach veroordeelde de nakomelingen van Ham - in tegenstelling tot Japheth en Sem die hij zegende - tot eeuwigdurende dienstbaarheid, en de 'Hamieten' werden, veel later, gemakshalve in zwart Afrika gesitueerd.)”

Wat in de redenering van het Smoelenboek ontbreekt is dat, precies zoals Arnold-Jan Scheer het zegt, de cultuurhistorische wortels van Sinterklaas en Zwarte Piet in de 19de en 20ste eeuw allang vergeten zijn door de Sinterklaasvierders. Mensen zagen in Zwarte Piet een neger, zoals ze ook een neger zagen in de Sjimmie van 'Sjors en Sjimmie' - dat nog tot in de tweede helft van de vorige eeuw een wijd verbreid stripverhaal was waarin de zwarte Sjimmie ondanks of dankzij zijn domheid en babytaaltje heel aandoenlijk is en loyaal aan zijn intellektueel meer getalenteerde vriendje Sjors die blank is. Quinsy Gario heeft zijn huiswerk dus niet goed gedaan, Zwarte Piet was in Nederland geen stereotiep van een slaaf en er zat in de hoofden van de Zwarte Piet vierders in het Nederlandse moederland in die tijd geen associatie met slavernij. Maar wel een associatie met Sjors en Sjimmie. Sjimmie en Zwarte Piet lijken op elkaar als twee druppels water en dat zal ook wel geen toeval zijn, want dit was het stereotiepe beeld van een 'neger'. In de Sinterklaasreclame was of is dat beeld nog steeds zo. En dát beeld heeft dus niks met de oorspronkelijke Zwarte Piet te maken maar wel alles met 'negers'.

Nieuwkomers

Aspha Bijnaar wijst er in haar eerder genoemd artikel op dat de link met de slavernij vooral wordt gelegd door Surinaamse, Caribische en Afrikaanse 'nieuwkomers'. Bijnaar beschrijft hoe zij in haar eigen jeugd, eind jaren zestig, vol blijdschap haar vader herkent in de Zwarte Piet die Sinterklaas begeleidt op diens vaartocht door het Marnixbad tegenover de Amsterdamse Westerstraat. 'Dat was de tijd dat je vol trots vertelde over je vader die zo mooi Zwarte Piet kon zijn, aan je neefjes en nichtjes wier zwarte vaders ook wel eens Zwarte Piet speelden. (...) Zo onbevangen als we toen van zijn rol genoten, zo beladen is die nu: Zwarte Piet is racisme! Volgens critici is de verhouding tussen Sint Nicolaas en Zwarte Piet een voortzetting van de raciale verhoudingen tijdens de slavernij. De witte Sint staat als een heilig en goed mens boven zijn knecht, die zwart en dommig is, capriolen maakt en krom praat. Zijn zwartgeschminkte uiterlijk doet denken aan blackface, met zijn krullenbol, dikke rode lippen en gouden oorringen is hij een karikatuur van een persoon met een Afrikaans uiterlijk. Daarom is de verschijning van Zwarte Piet kwetsend en beledigend voor zwarte mensen. Dat is de mening van een steeds groter wordende groep kritische nieuwkomers, waarvan de meesten roots hebben in de voormalige kolonieën.'

'Dat op de Antillen en in Suriname het Sinterklaasfeest als een bevestiging van de raciale rangorde werd ervaren, werd ook al opgemerkt door de schrijver Willem Frederik Hermans. Hij reisde in 1969 door Suriname en de toenmalige Nederlandse Antillen en schreef in De laatste resten tropisch Nederland: 'Je kunt niet met een negerschrijver in contact komen, of, na enige momenten conversatie, doet hij je de bekentenis dat hij een essay over Sinterklaas en Zwarte Piet geschreven heeft'. Hermans noemde het tactloos dat de koloniale gezagsdragers op de Antillen het Sinterklaasfeest zo fanatiek organiseerden. 'Want hoezeer de Noord-Amerikanen de negers discrimineren, hun Santa Claus houdt er geen zwarte knecht op na en het zijn juist zulke kleinigheden die het meest in het oog springen.' (W.F. Hermans p. 42 geciteerd bij Bijnaar en Maris)

In Suriname is het Sinterklaasfeest officieel afgeschaft. Op Curaçao wordt het feest met regenboogpieten gevierd. Daar is al in 1969 een fel debat over gevoerd. Luther Zevenbergen beschrijft het in zijn blog Curaçao, Trinta di mei en Zwarte Piet. Op het moment van viering denkt niemand aan discriminatie, zo haalt hij een anonieme briefschrijfster aan uit 1969: “Ze zien op dat moment alleen de Sint als heilig man en Piet als boeman. Maar later als je groter bent dan ga je jezelf afvragen: waarom is Sint blank en Piet zwart? Je gaat direct denken aan de tijd van de slavernij.” Ze haalt haar dochtertje van vier jaar aan die vroeg: „Mama waarom is Sint blank en Piet zwart? Eigenlijk moest ik haar antwoorden: “Om stoute kinderen bang te maken”.

Dat Zwarte Piet niets met slavernij te maken heeft, mag dus wel kloppen maar in Suriname en op Curaçao hebben ze daar geen boodschap aan. Bijnaar en Maris schrijven: “Zich bewust van hun minderheidspositie in een dominante witte cultuur, groeide het besef bij Caribische en Afrikaanse nieuwkomers [in Nederland] dat hun positie samenhangt met de Nederlandse geschiedenis van kolonialisme en Trans-Atlantische slavernij. De koloniale slavernij is afgeschaft op 1 juli 1863, maar heeft diepe gevoelens van onbehagen nagelaten. De emancipatie is niet voltooid, want de raciale discriminatie leeft voort. De racistische indoctrinatie waaraan de slaven waren blootgesteld, werkt nog steeds door bij hun nakomelingen. Veel nieuwkomers in Nederland hebben het gevoel dat de geschiedenis en erfenis van de slavernij hier onvoldoende worden erkend.”

Zwarte Piet roept dus in de overzeese rijksdelen hele andere associaties op dan in Nederland en Vlaanderen. Dat is overigens niet vreemd want ook in de hele rest van de wereld wordt vol verbazing naar het pietendebat in Nederland gekeken, tot bij CNN aan toe.

Eind 2014 verscheen de documentaire 'Zwart als Roet' met als ondertitel 'Our colonial hangover' van Sunny Bergman.

De bekende Nederlander en bokskampioen Regilio Tuur ziet zijn mening eindelijk bevestigd en reageert op Facebook wild enthousiast. Hij wijst op zijn jeugd in Rotterdam en noemt het Sinterklaasfeest een racistische traditie: Tijdens mijn jeugd moest ik dit slikken. Dat is de reden waarom ik nog maar zo min mogelijk in Nederland ben. Tuur vergelijkt voorstanders van Zwarte Piet met slavenhouders en NSB'ers: “Vuile racistische klootzakken. Jullie vermoordden, demoraliseerden, verkrachtten, plunderden en misbruikten mijn mensen zo lang, terwijl jullie jezelf verrijkten. Het is geen wonder dat zoveel van jullie de nazi's steunden tijdens de Holocaust.” Tuur moet als jongetje verschrikkelijk gepest zijn met zijn zwarte huid. Het Smoelenboek geeft, ook heel medelevend, als commentaar: “Gelukkig woont hij in New York, want iemand die zulke belachelijke, overtrokken en ongefundeerde dingen uitkraamt, kunnen we missen als kiespijn.”

Arnold-Jan Scheer hoopt met een Engelstalige versie van zijn documentaire het racistische beeld dat Zwarte Piet nu in het buitenland gekregen heeft te corrigeren. Hij is duidelijk voorstander van voortzetting van de Zwarte Piet traditie met een roetzwarte zwarte Piet. In plaats van Zwarte Piet als stereotiepe neger zoals in Sjors en Sjimmie. Cultuurhistorisch is dat natuurlijk toe te juichen, zoals ook geen enkel bezwaar bestaat tegen het naspelen van de slag bij Waterloo. Maar moeten daarom die pieten per se zwart zijn? Het Smoelenboek legt uit wat die zwarte kleur vroeger voor functie had:

“Sint was vroeger een griezelsint”
Dat iedereen, zowel kinderen als volwassenen, vroeger zeer bang was voor de Sint, blijkt uit een tekst van Mattheus van Heyningen Bosch (1773-1821).

Eens bracht ik, met mijn zuster, naar oude gewoonte, op een Sint Niklaasavond een schotel bij onze grootmoeder. Wat gebeurt er? Nauwelijks waren wij in de woonkelder, welke enige trappen diep in de grond is, gezeten, of daar werd een geraas, als van iemand welke zeer zwaar stapt, boven in het voorhuis gehoord. Dat geraas naderde meer en meer. Daar kwam iets klos, klos, klos met een verward gerinkel, als van ijzeren ketenen, en een angstig gebrom de trappen afstommelen. Nog heden ril ik ervan. Eindelijk zagen wij allen verwonderd naar de deur en nu trad er iets in, dat meer de gedaante had van een monsterdier dan van een mens. Het spook, beter weet ik het niet te noemen, had zover wij zien konden, een koehuid omgeslagen, zodat de hoornen vlak boven het gezicht kwamen, dat achter een ijselijke scherbilskop of mombakkes [masker] verborgen was, en de staart kronkelde achteraan. ’t Geklos van de zware houten klompen, welke het aan de voeten droeg, gevoegd bij het gerinkel van de ketenen, om het middel geslagen en op de grond slepende, alles tezamen genomen gaf zulk een vreselijk geraas en aanzien, als ik voor of na nimmer weer gezien heb. Horen en zien verging ons allen. Het ondier ging langs de muur het vertrek rond, trad toen bij de tafel in ’t licht, en vroeg met een holle stem: “Zijn hier ook stoute kinderen?”
Wij kleinen gaven een gil en vielen meer dood dan levendig, mag ik wel zeggen, onze moeder en grootmoeder op de schoot, die beiden, evenals wij, ook dodelijk ontsteld waren. Het monster vertrok gelijk het gekomen was en dit had, om kort te gaan, ten gevolge, dat wij die nacht geen ogenblik rust hadden. De eerstvolgende waren niet veel beter en van toen af aan hebben wij, als kinderen, nimmer weer alleen durven slapen. Vele jaren bleef ons, als wij aan dat geval dachten, een benauwde beklemdheid bij, en nu nog, zoals ik reeds zei, kan ik er koud van worden.

Uit deze tekst blijkt ook dat Sinterklaas er toen uitzag als een duivel. Hij droeg kettingen waarmee hij rammelde en hij maakte lawaai bij het lopen. Hij zag eruit als een monster en als een spook.
Dat de Sint er zo angstaanjagend uitzag, is ten dele omdat hij de rol van duivel toegemeten kreeg en ten dele omdat er gedurende lange tijd zogenaamde kinderschrikken waren; angstaanjagende wezens die kinderen, maar ook volwassenen, angst aanjoegen. Ze kwamen in alle landen van Europa voor en ouders vonden het wel handig om zulke boemannen te hebben zodat ze hun kroost makkelijk(er) in toom konden houden. Je kon met een kinderschrik makkelijk dreigen.

Het Smoelenboek verwijst ook naar de horror-film 'Sint' van Dick Maas die in 2010 in premiere ging.

“Vroeger waren de Sinterklazen dus veel gevaarlijker. En de helpers ook. Ze namen stoute kinderen mee en aten ze op. Wat dat betreft zat Dick Maas er met zijn film Sint uit 2010 er dus helemaal niet zo ver naast. Er was veel kritiek op de film omdat hij het goedaardige imago van Sinterklaas aan zou tasten, maar het blijkt dus dat Dick Maas gewoon de waarheid vertelde: Sint (en helpers) waren vroeger enge kinderschrikken, afschuwelijke demonen en zwartgeblakerde duivels die je in stukjes hakten en opaten. Daarom kon je maar beter braaf zijn het hele jaar!
Sinterklaas, Zwarte Piet en al die andere figuren zijn in de loop der jaren liever geworden. Soms zien ze er nog eng uit, maar ‘ook al ben ik zwart als roet, ik meen het toch goed’. In die zin zit dus niets racistisch omdat het niet gaat over zwarten, maar over doden en duivels. Die laat je niet zo snel binnen, maar als de Sint zegt dat het geen kwaad kan, dat zwart van die duivel, dan geloven we hem en laten we zijn duivelse helper binnen.”
Tja, maar dát wordt er in 'Daar wordt aan de deur geklopt' niet bijverteld.

Provo-catie

Wat heeft Quinsy Gario met zijn provocatie bereikt? Op de eerste plaats veel, heel veel aandacht voor de vraag of de Sinterklaasviering iets met racisme of slavernij te maken heeft. Zelf schreef hij 12 november 2012 op de pagina van zijn performance project:

“Een jaar na de arrestatie sluit ik het kunstproject af. Nederland heeft mijn kunstproject niet meer nodig om oprecht Zwarte Piet als racisme te erkennen en naar te handelen. (…) Toen Geenstijl op 3 november van dit jaar aangaf dat zij het racisme achter Zwarte Piet erkenden viel ik bijna van mijn stoel. Dit was namelijk dezelfde website die mij vorig jaar nog op-de-grond-lig Piet had genoemd naar aanleiding van het filmpje van mijn arrestatie. Maar al hun argumenten waren dezelfde die al jaren door tegenstanders werden geuit en ook ik in discussies naar voren bracht. Een paar dagen daarna verscheen er in de NRC een stuk van Margriet Oostveen over Nederlands provincialisme wanneer het over stereotype van zwarte mannen ging. Op hard/hoofd werd het afwenden van de discussie ter discussie gesteld door Jan Postma. En afgelopen weekend heeft Bas Heijne de hypocrisie van een post-raciaal Nederland ter discussie gesteld om snoeihard te eindigen met dat we inderdaad geen niet-autochtonen in het kabinet nodig hebben omdat we Zwarte Piet hebben. De discussie over Zwarte Piet staat nu zelfs in een middelbare school geschiedenisboek. Met deze ontwikkelingen is het duidelijk dat de discussie nu open en bloot gevoerd wordt. De doelstelling van mijn project was om de discussie uit de luwte te halen en mensen doen inzien dat de figuur niet meer kan in de 21ste eeuw.”

Het project is dus geslaagd omdat het zichzelf overbodig heeft gemaakt. Een serieus gesprek over de figuur wordt aangejaagd zonder toedoen van het project en mensen komen met elkaar in contact. De solidariteit tussen mensen wordt gesterkt en dat gebeurt allemaal zonder mijn toedoen. De fans en aanhangers van het gedachtegoed mogen het project blijven uitdragen alleen zal er geen officieel nieuwe content meer komen. Dit betekent niet dat we er zijn of dat de discussie niet meer gevoerd moet worden. Verre van zelfs. Het is nu tijd dat mensen bedrijven aanspreken en blijven aanspreken op hun uitingen, dat scholen naar ouders luisteren en racisme niet meer accepteren, dat politici stelling nemen en dat politie agenten de wet volgen en niet zelf gaan schrijven. Mijn kunstproject is klaar maar het helen van de wonden is nog lang niet afgelopen.”

Wie de hele tekst op tumblr leest, begrijpt dat 'Zwarte Piet is Racisme' een middel was om het doel te bereiken. De hele discussie of Zwarte Piet wel of niet uit de slavernij voortkomt zal Gario misschien worst wezen. Hij wilde het racisme in Nederland aan de kaak stellen en dat is hem ontegenzeggelijk gelukt. Op een verbazingwekkend makkelijke manier. Hij hoefde alleen maar dat t-shirt te laten zien en op nogal brute wijze gearresteerd te worden om in de sociale media een tsunami van racistische opmerkingen en drogredeneringen op te roepen.
Zijn actie als performance kunstenaar heeft alles van wat in 1966 en '67 de Provo's in Amsterdam deden met hun happenings. Zij hadden toen ook veel succes met zich door de politie in elkaar te laten slaan. Destijds bevestigden de meppende politie-agenten met hun optreden het gelijk van de Provo-caties tegen autoritaire regenten. En dat leidde weer tot allerlei emancipatiebewegingen. De verandering van Zwarte Piet van boeman met rammelende kettingen tot grappige clown kun je zien als één van de gevolgen van deze beweging.

Generatiekloof

De roe voor stoute kinderen en de zak om ze naar Spanje te ontvoeren is in 1986 'officieel' afgeschaft. Het Smoelenboek maakt duidelijk dat er intussen een hele generatiekloof bestaat tussen de Sinterklaasgelovigen van daarvóór en daarna. Tussen de hoofdstukken door zijn foto's opgenomen van Zwarte Pieten en hun korte ontboezemingen. De jongste generatie kent allerlei pieten-specialisaties. Zoals de Boekenpiet: Waarom is Zwarte Piet zo leuk? Zwarte Piet brengt plezier en verwachtingen bestemd voor iedereen. Of je nu jong of oud bent. Zwarte Piet is tegenwoordig een vriendelijk begripvol persoon; tegenwoordig worden er geen kinderen meegenomen naar Spanje, er zijn geen zakjes zout meer, of een roe. Zwarte Piet begrijpt dat kinderen soms ondeugend zijn, of een eigen wil hebben. En dat mag ook. Wij, van De Boekenpiet, vinden Zwarte Piet gewoon onmisbaar! En daaronder volgt de link naar www.boekenpiet.nl waar je een boekenpiet kunt huren.

Zoals van een provocatie te verwachten valt, heeft ook 'Zwarte Piet is Racisme' een tweedeling veroorzaakt; tussen blanke Nederlanders die zich schamen voor Zwarte Piet en zijn aanhangers, en de blanke Nederlanders die dat niet doen. In de ogen van de laatsten gaat het om de 'intellektuelen' tegen de 'echte' Nederlanders. Het Smoelenboek, vast ervan overtuigd dat met verwijzing naar de duizendjarige geschiedenis van Zwarte Piet, van racisme feitelijk geen sprake kan zijn, legt het als volgt uit:

“Dat niet iedereen in de gelegenheid is om de historie van Zwarte Piet te onderzoeken, is niet zo verwonderlijk en dat BN’ers er ook niets vanaf weten en slaafs anderen napraten omdat ze zo dan weer even in de belangstelling staan, is ook niet zo raar. Echter, er zijn mensen van wie je mag verwachten dat ze eerst de feiten onderzoeken vóór ze iets zeggen. Mensen zoals onderzoeksjournalisten, advocaten, docenten, rechters en wetenschappers. Maar juist zij zaten vaak fout. De rechtbank ging af op een onderzoek onder nog geen 1400 Amsterdammers en concludeerde dat ‘dus’ de overige bijna 800.000 inwoners er wel hetzelfde over zouden denken. Over vooroordelen gesproken! Bovendien gingen zowel advocaten als rechters er klakkeloos vanuit dat Zwarte Piet in 1850 is bedacht door Jan Schenkman - iets wat dus niet waar is. Onderzoeksjournalist Peter R. de Vries onderzocht niets en liet zich leiden door fantasie toen hij stelde dat Zwarte Piet moest veranderen, wat je doet afvragen of niet nagaan van de feiten iets is dat hij vaker heeft gedaan. Directeur Ineke Strouken van het Nederlands Centrum voor Volkscultuur en Immateriaal Erfgoed vond dat zij eigenhandig wel kon bepalen hoe Zwarte Piet er voortaan uit moest zien, daarbij voorbijgaand aan 10.000 jaar geschiedenis. Kunsthistoricus Elmer Kolfin gaf meteen toe dat hij geen onderzoek had gedaan naar Zwarte Piet en kraaide vervolgens dan ook allerhande onzin uit. Geschiedenisleraar Cees Luckhardt onderzocht ook niets maar denkt wel te weten dat de kleding van Zwarte Piet uit de achttiende eeuw stamt. Daarmee zit hij er twee eeuwen naast, dus waarom hij meent geschiedenis te kunnen onderwijzen is onduidelijk. En dit zijn maar een paar voorbeelden van mensen die er faliekant naast zaten met hun mening over Zwarte Piet. Meer dan hersenschimmen hebben ze dan ook niet: op feiten zijn hun uitspraken allerminst gestoeld.”

Met 'feiten' bedoelt het Smoelenboek het feit dat Zwarte Piet al voor de slavernij bestond en 'dus' geen stereotype van een neger kan zijn. Het Smoelenboek vergeet dat Zwarte Piet tot ver in de vorige eeuw wel degelijk met 'negers' werd geassocieerd en er ook uitziet als het stereotype van een neger, zoals de Sjimmie van Sjors.

Maar niet alle 'intellektuelen' zijn in de ogen van het Smoelenboek 'bangerds' die 'maar alvast op hun rug zijn gaan liggen met de pootjes omhoog':
“Gelukkig zijn er genoeg Nederlanders die niet bang zijn, die niet bezwijken onder druk en die wél de moeite hebben genomen zich te verdiepen in de historie van Zwarte Piet. Zo heeft cultuurwetenschapper Peter de Kort van Dal het boek Dag Zwarte Piet, elk vooroordeel heeft een nadeel geschreven waarin hij uitlegt wat de feiten zijn ten aanzien van Zwarte Piet: er is geen sprake van racisme, geen sprake van een negerslaaf en de enige kleur voor Zwarte Piet is zwart.

Taalwetenschapper Marcel Bas schreef het boek 'Zwarte Piet, discriminerend of fascinerend?' en kwam tot de conclusie dat Zwarte Piet veel ouder is dan de slavernijtijd en dat hij daar dan ook niets mee te maken heeft.”

Fact checking: Wat schrijft Peter de Kort van Dal op zijn website www.dagzwartepiet.nl?
“Het belangrijkste doel van het boek en deze website is om via het onderwerp Zwarte Piet verkeerde ideeën en vooroordelen te bestrijden en de mensen af en toe te laten lachen. Ik hoop dat de strijdende partijen wat dichter bij elkaar komen en mensen niet selectief citaten gaan gebruiken om zo hun eigen eenzijdige boodschap weer te herhalen. Want dan zou dit boekwerk en deze website onterecht worden meegesleurd in een discutabel debat dat alleen maar verliezers kent. Het mooiste zou zijn als iedereen de overeenkomsten én verschillen van Zwarte Piet met wie dan ook, voortaan waardeert of in ieder geval relativeert. Dat zorgt automatisch voor een bredere acceptatie voor de multiculturele en de nog altijd veranderende Zwarte Piet.”

En wat concludeert Marcel Bas op https://www.roepstem.net/zwartepiet.html?
“Zwarte Piet, zoals hij thans door Sinterklaasverenigingen, intochtcommissies en particulieren vertolkt wordt, hoeft dus niet veranderd te worden. Echter, het zijn de reclamebureaus die van Zwarte Piet vaak een overdreven negerachtige clown maken. Zij zouden hem met minder (overdreven) negroïde uiterlijkheden moeten afbeelden; niet meer die enorme, dikke lippen, niet dat kroezend maar het krullend kapsel, en Zwarte Pietvertolkers zouden ervoor kunnen kiezen Piet geen Surinaams accent te geven (voor zover ze dit al niet doen). En Zwarte Piet moet wel zwart blijven. Pikzwart. Onnatuurlijk roetzwart! En natuurlijk niet bruin - want zo'n kleur is bij van nature donkere mensen gebruikelijk, en zou de rasbehepten onder de critici alleen maar meer in de kaart spelen. Een bruine zwarte piet is geen zwarte piet.”

De redenering van het Smoelenboek blijkt alleen maar gericht op de vraag of Zwarte Piet een slaaf voorstelt. En als dat niet zo blijkt te zijn, dan zouden de tegenstanders van een zwarte Piet geen punt meer hebben. Deze argumentatie ziet over het hoofd dat het weerleggen van één punt uit een betoog nog niet het hele betoog onderuit haalt. Zeker niet wanneer het kernpunt van het betoog een ander is.

Anosognosie

Het kernpunt van Quinsy Gario is dat er nog te veel racisme in Nederland bestaat. Het bewijs daarvan heeft hij zelf niet hoeven aandragen, dat hebben talloze reaguurders al voor hem gedaan. Zonder het te beseffen. Niet alleen in discussie met Quinsy Gario maar in reaguursels op iedereen die probeert duidelijk te maken wat racisme is. Grappig maar ook verbijsterend. Het doet denken aan anosognosie: het ontkennen van de werkelijkheid tegen alle bewijzen in. Een verschijnsel dat onder meer voorkomt bij Alzheimer- en schizofreniepatienten. Maar misschien is het ook wel zo dat de betrokkenen gewoon niet beseffen wat racisme is omdat ze er nooit slachtoffer van zijn geworden. Wat zegt het Smoelenboek over racisme?

“Het is pas in boeken uit de jaren veertig en vijftig van de twintigste eeuw dat het beeld van Zwarte Piet met grote, rode lippen, oorringen en kroeshaar zichtbaar wordt. Maar is dat racistisch? Racisme is de opvatting dat het ene ras beter is dan het andere. De overheid zegt het als volgt: 'Discriminatie betekent dat er onterecht verschil wordt gemaakt in de behandeling van mensen. Bijvoorbeeld op basis van geslacht, godsdienst, handicap, leeftijd, afkomst, huidskleur, ras, burgerlijke staat of seksuele voorkeur.' Racisme is dus raciale discriminatie.

Hoezo 'dus'? Een racist hoeft niet te discrimineren om racistisch te zijn. Racisme is wat iemand denkt en wat blijkt uit iemands gedrag, waar discriminatie maar een voorbeeld van is. Discriminatie is het maken van onderscheid maar de meest elementaire fout van de racist is dat hij géén onderscheid maakt! Alle negers zijn dom. Alle joden zijn op de centen. Alle blanken zijn racistisch. De grondwet stelt discriminatie strafbaar in plaats van racisme, simpelweg omdat gedachten moeilijk strafbaar kunnen worden gesteld.

Na deze definitie van racisme komt het Smoelenboek weer met een drogreden:
“De rechtbank heeft op 3 juli 2014 bepaald dat Zwarte Piet niet discriminerend is: 'In dit geval is naar het oordeel van de rechtbank echter niet gebleken dat de uitvoering van het evenement tot verschil van behandeling van bepaalde groepen mensen heeft geleid, meer specifiek een verschil van behandeling van mensen gebaseerd op onderscheid naar ras.' Zwarte Piet is dus geen racisme.”

Dit is de uitspraak waarin de Amsterdamse bestuursrechter tot vreugde van de zwarte Piet tegenstanders besloot dat de vergunning van de Gemeente Amsterdam voor de intocht van Sinterklaas in 2014 onvoldoende rekening hield met het feit dat de figuur van Zwarte Piet als een negatieve stereotypering kan worden ervaren door zwarte mensen. Het 'in dit geval' van de rechtbank slaat niet op Zwarte Piet maar op de intocht van Sinterklaas. Bij die intocht te Amsterdam in 2014 wordt niemand gediscrimineerd. Als je dan zegt dat dus Zwarte Piet niet racistisch is, sla je een paar stappen over in de logica en dat noemen we in het Engels een jump to conclusions. Frappant, want even verderop staat in de uitspraak:
“15.5 (...) Uit hetgeen de zwarte eisers in bezwaar en beroep naar voren hebben gebracht, maakt de rechtbank op dat zij zich door het fenomeen Zwarte Piet gedurende de intocht, gediscrimineerd voelen, in die zin dat zij zich minder waard voelen dan de witte mens. Ze voeren aan dat door Zwarte Piet als knecht van Sinterklaas in de intocht op te laten treden, het slavernijverleden van de zwarte mensen wordt benadrukt. Eisers ervaren dat als belediging van hun ras in zijn algemeenheid en van zichzelf als zwart mens in het bijzonder. Enkele eisers hebben daarbij nog gewezen op de negatieve impact die het fenomeen Zwarte Piet al sinds hun kindertijd op hen heeft. Van kinds af aan worden zij als zwart mens geassocieerd met Zwarte Piet. Gelet hierop, komt de rechtbank tot de conclusie dat de zwarte eisers persoonlijk geraakt worden door het fenomeen Zwarte Piet in de intocht.”

Vervolgens vraagt de rechtbank zich af of met de intocht van Sinterklaas een inbreuk wordt gemaakt op het privéleven van de zwarte mensen. Het antwoord is dat die mogelijkheid inderdaad bestaat wanneer de burgemeester er niet op toe ziet dat zwarte mensen niet door de intocht worden gekwetst. De uitspraak van de rechtbank gaat dan als volgt verder:
“Blijkens [..] e-mailberichten stelt het College [voor de Rechten van de Mens] zich op het standpunt dat Zwarte Piet een fenomeen is dat een racistisch onderdeel is van de Sinterklaastraditie. Ook al is het niet racistisch bedoeld, het wordt wel als kwetsend ervaren. Het bevestigen van stereotype beelden (dom, knecht, en donker) werkt door en mensen hebben er last van. Uit eigen onderzoek weet het College dat discriminatie veelal niet de intentie is maar wel het effect van gedrag.
“15.10.2. Uit het onderzoek “Hoe denken Amsterdammers over Zwarte Piet?” van het Bureau Onderzoek en Statistiek van de gemeente Amsterdam van december 2012 blijkt dat 37% van alle ondervraagden zich kan voorstellen dat Zwarte Piet als discriminerend wordt ervaren door andere mensen, hoewel zij zichzelf er niet door gediscrimineerd voelen en dat 7% van alle ondervraagden Zwarte Piet als discriminerend ervaart. Van de mensen met een Surinaamse, Antilliaanse of Ghanese achtergrond ervaart respectievelijk 27, 18 en 14% de figuur Zwarte Piet als discriminerend.”

De enquêteresultaten van het Bureau Onderzoek en Statistiek veegt het Smoelenboek met slechts één argument van tafel: “De rechtbank ging af op een onderzoek onder nog geen 1400 Amsterdammers en concludeerde dat ‘dus’ de overige bijna 800.000 inwoners er wel hetzelfde over zouden denken. Over vooroordelen gesproken!” Het argument is niet geldig want een statistisch onderzoek onder 1400 mensen kan wel degelijk representatief zijn. Al bij 100 personen kan een steekproef geldig zijn, afhankelijk van wat er onderzocht moet worden. Zonder bewijs van het tegendeel mogen we aannemen dat de statistici bij het Bureau Onderzoek en Statistiek van Amsterdam deskundig genoeg zijn om ervoor te zorgen dat hun steekproeven representatief zijn. Dat heeft niks met vooroordelen te maken, maar met kennis van statistische methodes.

De Burgemeester van Amsterdam ging tegen deze uitspraak in beroep bij de Raad van State en het Smoelenboek vat de uitspraak daarvan als volgt samen:
De Raad van State verklaarde op 12 november 2014 dat burgemeester Van der Laan terecht de vergunning had verleend voor de intocht van Sinterklaas in 2014. De Raad van State vernietigde daarmee het vonnis van de bestuursrechter van juli 2014: Zwarte Piet is geen racisme, geen discriminatie en geen negatieve stereotypering.”

En wat zei de Raad van State werkelijk? In de vierde alinea van het persbericht van de Raad staat, onder het tussenkopje 'Geen oordeel of 'Zwarte Piet' discriminerend is':
Nu de burgemeester bij de verlening van de evenementenvergunning voor de Sinterklaasintocht 2013 niet mocht beoordelen of eventueel inbreuk wordt gemaakt op de grondrechten, mag de bestuursrechter die de rechtmatigheid van het besluit van de burgemeester moet toetsen, dat ook niet. Dit betekent dat ook de Afdeling bestuursrechtspraak [van de Raad van State] de vraag of de figuur van 'Zwarte Piet' bij de intocht van Sinterklaas een schending oplevert van het recht op respect voor het priveleven of in strijd is met het discriminatieverbod niet mag en dus niet zal beantwoorden, hoe onbevredigend dit voor partijen wellicht ook is.”

Hoe is dit mogelijk? Vraag je je af. Hoe kun je een samenvatting maken van een uitspraak waarin precies het omgekeerde staat van wat in de uitspraak wordt gezegd? Als dit geen kwade opzet is... Toch is dat niet waarschijnlijk. Zou iemand die zo dom is om niet te zien dat deze argumentatie direct door de mand valt, wél in staat zijn een heel boekwerk te schrijven? Meer aannemelijk is dit een geval van anosognosie. In dit geval ook tunnelvisie. De schrijver is zo vlijtig met het verzamelen van argumenten die het betoog ondersteunen dat alles wat daar tegen pleit eenvoudig over het hoofd wordt gezien. Het betoog 'springt er overheen' zonder dat de schrijver het in de gaten heeft. Jumping to conclusions.

In de cognitieve psychologie is bekend dat Jumping to Conclusions een belangrijk element is bij het ontstaan van psychoses. Mensen van wie het normale waarnemingsproces in de hersenen is verstoord, zodat ze hallucineren, kunnen gemakkelijk een psychose ontwikkelen met waanideeën en alles wat daarbij hoort, als ze een sterke neiging hebben tot jumping to conclusions. Een beetje speculatief zou je deze theorie ook op sociale processen kunnen toepassen. Hoe kunnen voor- en tegenstanders in een publiek debat zo ontzettend tegenover elkaar komen te staan dat ze onmogelijk nog vatbaar zijn voor elkaars argumenten, allerlei waanideeën ontwikkelen en volledig langs elkaar heen redeneren?

Hoofdstuk 24 van het Smoelenboek is zeker geen bewijs van deze theorie maar laat wel de symptomen zien die daar goed bij passen. Het voortdurend springen naar conclusies is er één van. Gebrek aan positieve empathie een ander. We zagen al dat in het Smoelenboek niet duidelijk wordt wat het wezen van racisme is. En dat zou je toch willen weten als je de stelling 'Zwarte Piet is racisme' wil bestrijden.

In eerder genoemd 'Sinterklaasje, Kom Maar Binnen Zonder Knecht' uit 1998 staat de real live story van Celestine Raalte over haar zwarte dochtertje Sheila. Hoe Sheila van een hartveroverende schattebout verandert in een angstig, teruggetrokken kind doordat ze jaar op jaar door een paar rotjochies op haar school gepest wordt met Zwarte Piet:
“'s Middags ga ik Sheila van school afhalen en hou me schuil tegen de muur. Ik zie Sheila naar buiten komen. Ze huppelt naar de 'klaarovers' om de straat over te steken.
De drie jongens lopen haar achterna en roepen:
'De Zwarte Piet is nog niet weg!'
'Hallo Zwarte Piet, moet je niet met de Sint mee?'
Er staan moeders met hun kinderen voor de school, maar niemand zegt iets. Ze laten de jongens rustig hun gang gaan. Sheila probeert zich te weren en zegt dat ze dom zijn.
'Ik ben geen Zwarte Piet', schreeuwt ze al huilend.
De jongens blijven maar doorgaan.
'Zijn jullie helemaal gek geworden?' roep ik kwaad. De jochies zien mij en nemen de benen.
Ik vraag aan de moeders waarom ze het niet voor Sheila opnemen. Ze antwoorden dat het nog kinderen zijn, en dat Sheila moet leren om het zelf op te lossen. Ze zeggen tegen Sheila dat ze 'vieze melkfles' tegen de jongens moet zeggen.”
Celestine gaat naar de juffrouw van Sheila's klas maar die bagatelliseert het probleem, het zal wel vanzelf overgaan.
“Ik zoek uit waar de jongens wonen die met het zwartepietgedoe zijn begonnen. Ik bel aan, de moeder doet open en ik zeg dat haar jongens m'n dochter pesten en haar Zwarte Piet noemen. Ik vraag om haar jongens te verbieden hiermee door te gaan. Ze vindt dat ik haar niet moet lastig vallen met m'n gezeur.
Het zijn kinderen en kinderen plagen elkaar nou eenmaal wel eens. De vader roept vanuit de woonkamer dat ik maar blij moet zijn dat ik in Nederland woon. In Amerika hebben de zwarten het nog slechter. Zijn eigen broer schelden ze ook uit voor 'rooie', en wat dan nog. Ik sta daar monddood. Hij zegt nors tegen z'n vrouw:
'Kom binnen Truus, en doe de deur dicht.'
En ik kan vertrekken.”
Het pesten houdt niet op. Celestine gaat naar het schoolhoofd. Hij geeft aan dat hij geen toezicht op de kinderen heeft wanneer ze het schoolplein hebben verlaten. Hij belooft dat het vanzelf weer over zal waaien.
“Op een woensdagmiddag komt Sheila weer huilend uit school. Ik doe haar in bad, trek haar leukste jurk aan, kam d'r haren en bind er de leukste strikjes in. Ik hou haar voor de spiegel en vraag wie ze ziet.
'Ik zie Sheila.'
'Wat vind je van Sheila', vraag ik.
Ze bedekt haar gezicht met beide handjes en huilt. Vervolgens kijkt Sheila me met ontzetting aan en vraagt waarom ik haar zo zwart heb gemaakt.” (Zwarte Piet Wiedewiedewiet. Pag 171-183)

Vergelijk het verhaal van Celestine Raalte met dat van Greta Riemersma, een blanke journaliste, getrouwd met een Turkse immigrant. Haar zoontje lijkt op zijn vader. Hij wordt op school gepest als hij probeert voor de islam op te komen wanneer op school het Jeugdjournaal wordt besproken. Het verhaal doet sterk denken aan dat van Sheila. Greta schrijft in Vrij Nederland 7-2-2015 pag 28:

Empathie

“... toen ik merkte dat mijn zoontje van tien bang begon te worden voor school vanwege het Jeugdjournaal ben ik naar zijn onderwijzer gegaan. Ik heb de situatie uitgelegd en gevraagd of hij alsjeblieft iets wil zeggen in de klas als de IS-achtigen weer toeslaan. Dat de grote meerderheid van de moslims deze idioten niet steunt, zoiets. De onderwijzer maakte een aantekening op zijn kladblok en knikte. Weken later, toen mijn zoontje na de aanslag op Charlie Hebdo 's avonds niet kon slapen, vertelde ik hem wat ik op school had besproken. Hij was er de volgende ochtend nog niet gerust op, maar toen hij 's middags uit school terugkwam, was hij opgewekt. 'Het was leuk', zei hij, alsof hij niet uren in bed had liggen tobben. Ze hadden in de klas het Jeugdjournaal gezien en uiteraard ging het over Charlie Hebdo. 'En daarna zei de meester ...' -- en toen hoorde ik mijn eigen woorden terug.”
Zo kan het dus ook. Greta is een blanke moeder, Celestine niet. Maar dat heeft er natuurlijk helemaal niks mee te maken!

Op 4 december 2015 probeert Jeroen Pauw in zijn talkshow 'Pauw' op de tv, de balans op te maken van de 'pietendiscussie' samen met de zwarte televisiepresentatrice Sylvana Simons en de blanke Rob Grutter, hulpsinterklaas in Ommen.
Sylvana Simons is hoopvol dat er toch langzaam een besef zal doordringen bij alle Sinterklaasvierders dat Zwarte Piet het openbare leven voor zwarte Nederlanders van september tot december ongemakkelijk maakt. “Krijg je wel eens vragen om kleurenpieten?”, vraagt Pauw aan Rob Grutter. “Nee nooit. Kleurenpieten doe ik niet en veegpieten ook niet.” Hij legt uit dat voor hem de traditie belangrijk is. Dit behoort tot de Nederlandse cultuur en dat wil hij in stand houden.
Jeroen Pauw laat een stukje van het Sinterklaasjournaal zien: vrijwel allemaal zwarte Zwarte Pieten. Terwijl er aan het eind van het sinterklaasjournaal vorig jaar toch hoop gegeven werd dat dat nu langzaam zou veranderen.
“Wat mij fascineert”, zegt Sylvana Simons, “is dat iemand zegt, als mensen om iets anders vragen, 'dat doe ik niet'. Dat vind ik wel heel interessant, dat is hetzelfde als bij het Sinterklaasjournaal: Er is een roep, er is een vraag om het anders te doen en we doen het niet. En de reden waarom we, het Sinterklaasjournaal of welke organisatie dan ook, dat niet doen, dat is waar het in dit debat werkelijk over gaat.”
Na alle pietdiscussies is dat nog steeds de vraag: 'Waar gaat dit over?' Bij elke discussie blijkt opnieuw dat voor- en tegenstanders van een zwarte Piet, het niet over hetzelfde hebben. Ook in deze discussie bij Pauw.
Om haar eigen vraag te beantwoorden haalt Sylvana Simons Humberto Tan aan die in zijn talkshow op 30 november, diezelfde week, de bekende versregel citeerde uit 'Hoort wie klopt daar kinderen': Wees maar gerust mijn kind, ik ben een goede vrind want al ben ik zwart als roet, ik meen het toch goed. Dat is een subliminale boodschap die kinderen van jongsafaan meekrijgen in Nederland. Sylvana vertelt over een zwarte vriendin die met opzet haar lippen niet rood kleurt en geen oorringen aandoet als ze naar een feestje gaat. “Want we weten allemaal wat er dan gebeurt”, zegt Sylvana. “Iedere donkere Nederlander weet hoe het is om over straat te lopen en de blik in de ogen van kindjes te zien die naar je kijken en die je ziet denken of jij Zwarte Piet bent en zo'n moeder die er dan bij staat en zegt 'Ja dat doet ie normaal niet hoor'. Het is voor iedereen ongemakkelijk!”
Jeroen Pauw wil na het emotionele betoog van Sylvana, van Rob Grutten weten hoe hij daarop reageert: “Ik denk dat wat Sylvana nu vertelt dat u dat vast wel vaker hebt gehoord. Dat mensen zeggen, luister eens, ik ben zwart en ik heb zwarte kinderen en er zijn momenten dat ik me ongelooflijk ongemakkelijk voel in die periode van Sinterklaas. Heb je dat nooit gehoord?” “Jawel”, zegt Rob kijkend naar Sylvana, die er in haar leren pak stralend uitziet, “maar wat voor kleren heeft ze dan aan? Zwarte piet ziet er heel anders uit.”
Sylvana moet even slikken en zegt dan “Weet je wat ik heel pijnlijk vind en ik kan er soms heel emotioneel van worden. Ik zit hier aan tafel te vertellen over pijn. Misschien een pijn die u niet kunt voelen, misschien een pijn die u niet kunt begrijpen, maar ik geef het wel aan. U zegt 'Dus je hebt pijn maar, ja ik hoor het wel, MAAR'. U wuift het weg en maakt er iets van ja maar dan heb je vast hele gekke kleren aan” (...) “Uw 'maar' kwetst mij, uw 'maar' geeft aan dat u eigenlijk wat er voor die 'maar' zit niet heel serieus neemt.”
Rob: “Ja ik mis gewoon jouw intentie daarachter. Het is gewoon een kinderfeest. Wij gaan mensen...”
Sylvana (onderbreekt hem): “Wat heeft u nog meer nodig dan mijn oprechte bezorgdheid?”
Rob: “Nou ehm. Ben je zelf wel eens piet geweest?”
Sylvana verbaasd: “Nee ik ben zelf nooit piet geweest.”
Rob, enthousiast: “Waarom ga je dan zelf niet, maar dan als gekleurde piet, je hebt nou gekleurde pieten, ga je toch zelf.”
Sylvana: “Waarom zou ik dat willen?”
Rob: “Omdat je je daardoor gekwetst voelt. Je kunt toch het goede voorbeeld geven.”
Sylvana staat paf: “Het goede voorbeeld? Door zelf??”
Rob: “Ja! Ik ben daar heel gemakkelijk in. Doe het dan als gekleurde piet.”
Jeroen Pauw probeert de situatie te redden door kort het betoog van Sylvana nog eens samen te vatten en daarna te vragen “Je kunt nu toch niet zeggen 'Ga dan eens zelf zwarte piet spelen?”
Rob: “Ja maar als je dat zo belangrijk vindt, ga dan als gekleurde piet er tussendoor lopen, dan kun je zelf die eh”
Sylvana: “Met welk doel?”
Rob: “Met welk doel? Omdat je het zelf graag wil. Je zei net ook al, als je geen gekleurde pieten bestelt, dan komen ze niet. Ik denk, ja nou, dat doen wij gewoon niet omdat wij de traditie vast willen houden.”
Jeroen Pauw laat het hierbij en gaat verder met het volgende puntje in zijn programmering.

Terug naar het Smoelenboek: “Dat je gekwetst bent, is nog geen bewijs dat je gelijk hebt. Sterker nog: iedereen wordt weleens gekwetst. Toch houden tegenstanders stug vol dat, omdat ze gekwetst zijn, ze gelijk hebben en dat daarom Zwarte Piet aangepast moet worden. Als gekwetstheid de norm is, dan hebben de voorstanders ook gelijk, want die zijn gekwetst als Zwarte Piet aangepast wordt. Maar niemand heeft het over de gevoelens van de voorstanders - die doen er niet toe. En dat is dus discriminatie. Want waarom zouden de gevoelens van de een belangrijker zijn dan de gevoelens van de ander? Op het moment dat er alleen maar waarde wordt gehecht aan de gekwetstheid van de tegenstanders, worden de voorstanders gediscrimineerd.”

Om te laten zien wat alledaags racisme is, organiseert Sunny Bergman in haar documentaire 'Zwart als Roet' een experiment. Ze laat drie mannen aan de openbare weg om beurten het kabelslot van een fiets doorzagen. De mannen verschillen niet qua postuur en kleding, alleen hun huidskleur is anders: zwart, bruin en wit. Bij de zwarte en de bruine man bellen voorbijgangers de politie. Bij de witte man wordt behulpzaam gevraagd of hij zijn sleuteltje verloren heeft.

Het gaat hier niet over openlijk racisme, zoals wordt beleden door de Ku Klux Klan in de VS, maar over een alledaags, verborgen racisme. Niet zo erg als het anti-semitisme van de nazis maar wel in bepaalde opzichten erger dan discriminatie. Dit alledaags racisme is veel ongrijpbaarder. Het racisme waar de tegenstanders van een zwarte Piet op doelen is een verborgen racisme, een stilzwijgende, onbewuste, samenzwering van blanken tegen de zwarten en de bruinen. Misschien niet alle blanken, maar dat maakt niet uit, je moet er als niet-blanke voortdurend op bedacht zijn. Het is een samenzwering waar alleen de slachtoffers zich bewust van zijn. De hele maatschappij is van deze samenzwering doordrenkt en elke niet-blanke wordt erdoor geraakt en wordt gedwongen een manier te vinden om zich te verweren of zich er bij neer te leggen. Niet omdat ie dat leuk vindt, of omdat ie dat uitlokt, maar omdat ie zo geboren is.

Sociaal psycholoog professor Dr. Daniël Wigboldus van de Universiteit van Nederland heeft er een serie van 5 colleges aan gewijd:

1. Hoe houden onze hersenen ons voor de gek?

2. Waarom is hokjesdenken juist goed?

3. Heb jij diep van binnen discriminerende trekjes? Doe de test!

4. Waarom is het gevaarlijk om te denken dat je geen vooroordelen hebt?

5. Hoe kunt je voorkomen dat je zelf discrimineert?

Vooroordelen

De hoorcolleges van Wigboldus maken begrijpelijk hoe het komt dat voormalig Sinterklaasgelovigen zo emotioneel reageren op het ter discussie stellen van hun voormalig geloof. Ook emeritus hoogleraar Dick Swaab legt dat uit in zijn bestseller 'Wij zijn ons brein': “Jonge kinderen hebben nog geen geloof maar het wordt er bij hen door de [...] ouders ingeprent in een vroege ontwikkelingsperiode waarin ze zonder enige vorm van discussie of twijfel alles voor waar aannemen wat er van de ouders komt. Zo worden de religieuze ideeën van generatie op generatie overgedragen en vastgelegd in onze hersencircuits.” Geen geloof bij jonge kinderen is krachtiger dan het Sinterklaas geloof. Niet voor niets is de ontkerkelijking in Nederland zo groot, een ezel stoot zich in het gemeen geen twee keer aan dezelfde steen.

Swaab legt ook uit waar de agressie vandaan komt als het om geloofsovertuiging gaat: “Het evolutionaire voordeel van de combinatie van agressie, een eigen door de religie herkenbare groep en discriminatie van anderen is duidelijk. De mens heeft zich miljoenen jaren ontwikkeld in een omgeving waar maar net genoeg te eten was voor de eigen groep. Een 'andere' groep die je in de savanne tegenkwam was dus levensbedreigend en moest vernietigd worden. Een paar generaties met centrale verwarming poetsen miljoenen jaren van evolutionaire voordelen van de combinatie van binden van de eigen groep en agressie tegenover anderen niet weg. Van xenofobie heeft dan ook een groot deel van onze bevolking nog steeds last.”

Swaab verwacht dat oude religies en tradities langzaam zullen verdwijnen. “Enig optimisme is dus wel op zijn plaats. Aangezien noch religie om de groep bijeen te houden, noch agressie om een andere groep te vernietigen in de toekomst hun evolutionaire voordeel zullen behouden in de zich ontwikkelende globaliserende economie en informatiemaatschappij, zullen beide in de loop van enkele honderdduizenden jaren aan belang gaan inboeten. Zo zullen uiteindelijk werkelijke 'vrijheid' en 'humaniteit' mogelijk worden, buiten het keurslijf van achterhaalde religieuze regels, ook voor de andersdenkenden en ongelovigen.”

Wigboldus legt uit hoe vreselijk moeilijk het is vooroordelen te laten verdwijnen. Het lukt eigenlijk alleen echt middels empathie, het zich verplaatsen in de schoenen van de ander. Maar empathie heeft ook een keerzijde, zegt Swaab:
“... we moeten bij al deze mooie morele impulsen niet vergeten dat empathie het niet alleen mogelijk maakt om anderen te begrijpen en met hen mee te voelen, maar ons ook in staat stelt ons voor te stellen wat anderen zullen meemaken als we hen opzettelijk kwetsen of martelen, en ook die impulsen kunnen we vervolgens met verve volgen.”

Burgeroorlog

En dat zien we dus gebeuren wanneer twee partijen vanuit hun vooroordelen direct al vijandig tegenover elkaar staan. Empathie werkt dan averechts. Het kenmerk daarvan is wij-zij denken, paranoïa, complottheorie en tenslotte collectieve psychose, klaar voor de burgeroorlog.

Het wij-zij denken in het Smoelenboek hebben we al voorbij zien komen. Een absolute tweedeling tussen voor- en tegenstanders van een zwarte Piet. De voorstanders zijn degenen die inzien dat Zwarte Piet geen bijproduct is van slavernij. Maar het Smoelenboek mist het feit dat verschillenden van hen toch voor aanpassing van Zwarte Piet zijn. Ook bij de tegenstanders ziet het Smoelenboek geen nuance; het zijn allemaal bangerikken van de weg-met-ons gedachte. Wat zij verder ook aandragen is voor het Smoelenboek volstrekt oninteressant.

De paranoïa wordt duidelijk uit de agressieve toon waarmee over tegenstanders wordt geschreven. Er is bij voorbaat geen compromis mogelijk. No surrender! Agressiviteit van de ene groep wordt door de andere groep direct weer gebruikt ter rechtvaardiging van de achterdocht en andersom. Ter illustratie weer het Smoelenboek:
“De tegenstanders gaat het niet ver genoeg dat Zwarte Piet aangepast wordt; ze willen hem weg hebben. En juist daarom moet Zwarte Piet blijven zoals hij is, want indien we iets zouden aanpassen, zouden we erkennen dat er iets mis is met het Sinterklaasfeest. Als de Piethaters zeggen dat het feest racistisch is en we passen het daarom aan, dan erkennen we dat het inderdaad racistisch is. Want als het niet racistisch is, hoeven we ook niets aan te passen. Dus alleen dat is al reden genoeg om het niet aan te passen. Want het is immers niet racistisch.
De petitie Red Zwarte Piet (die binnen een paar dagen meer dan honderdduizend ondertekenaars kreeg): “Als de voorgestelde verandering van Zwarte Piet doorgang vindt, dan betekent dit een breuk met de wijze waarop het feest voorheen beleefd werd. Bovendien impliceert het dat Nederland eeuwenlang een racistisch volksfeest heeft gevierd, waar alle generaties voor ons zich schuldig aan hebben gemaakt. Onze cultuur, waar wij trots op zijn, wordt resoluut op één lijn gesteld met racisme. Dit zou bijzonder kwalijk zijn.”
Aanpassen staat gelijk aan schuld bekennen. We zijn niet schuldig, dus we passen niets aan. Punt.”

Met instemming citeert het Smoelenboek trendwatcher Adjiejd Bakas die over 'klagende landgenoten' uit het voormalig rijksdeel Suriname zegt:
“Ze hebben geleerd dat als je de racisme-kaart uitspeelt menig Nederlander zich schuldig voelt en dat er dan subsidie loskomt.” Of herstelbetalingen.
Bakas stelt dat geld de enige reden is dat de VN zeurden over Zwarte Piet en dat wordt bevestigd door Piethater Perez Jong Loy die stelt dat de Zwarte Pietdiscussie alleen maar gestart is om zo een miljardenfonds voor afstammelingen van slaven te krijgen. Als hij Nederland zo gek kan krijgen te denken dat ze racistisch is en dat de enige manier waarop ze het ‘goed’ kan maken, is om Jong Loy en andere ‘slachtofferhuillie’ geld te geven, dan is het plannetje geslaagd. Kortom: het Zwarte Piet-bashen was een vooropgezet plan om ons (nog meer) geld af te troggelen en had niets van doen met enige moraal.”

Zie daar de complottheorie. Met een dubbele bodem. Want het zegt ook dat de bezwaren van de 'Piethaters' niet serieus genomen hoeven te worden omdat het hen alleen om geld is te doen. O ja? Gaat het 'de Pietliefhebbers' dan soms niet om subsidie? In het hoger beroepschrift tegen de eerder vermelde uitspraak van de Amsterdamse bestuursrechter, schrijft advocatenbureau Brandeis het volgende over de belangen van haar cliënten:
“16. Stichting Pietengilde wordt als belangenbehartiger van Zwarte Pieten vertolkers geraakt in de algemene en collectieve belangen die zij krachtens haar doelstellingen en blijkens haar feitelijke werkzaamheden in het bijzonder behartigt, dit in de zin van artikel 1:2 lid 3 Awb.
17. Appellanten worden daarnaast geraakt in een financieel belang. Indien in Nederland Zwarte Piet niet langer vertolkt zal (mogen) worden ten gevolge van de uitspraak van de rechtbank Amsterdam, zal Stichting Pietengilde gezien haar statutaire doelstellingen geen, althans veel minder aanspraak kunnen maken op geldstromen zoals subsidies. Appellanten [ ] , [ ] en [ ] zullen minder betaalde opdrachten krijgen.”

Het Smoelenboek citeert uit een artikel van Adjiejd Bakas in de The Post Online 'Op toekomstige arbeidsmarkt verliest Klaagneger van Turboneger en Braboneger. Essay voor wie écht wil weten of racisme relevant is op de arbeidsmarkt'. Bakas verwijst daarin naar het boek The End of Racism van de Amerikaan Dinesh D’Souza uit 2011 en schrijft:
In dit boek rekent deze onderzoeker hard af met het slachtofferdenken waar veel zwarte Amerikanen (en nu dus ook zwarte Nederlanders) zich aan verlustigen.” (...) “Natuurlijk zijn er over allerhande bevolkingsgroepen vooroordelen en stereotypen in omloop, maar of je nu dik, roodharig, zwart, gehandicapt, oud, homo, provinciaal of wat dan ook bent, je ‘handicap’ wordt steeds minder relevant. Je talent is en blijft het belangrijkst. Ik hekel slachtofferdenken omdat dit talentontplooiing belemmert. Als je per dag twee uur je tijd en energie besteedt aan je boos maken over onrecht dat je voorouders is aangedaan, je ergeren aan het land waar je in woont, je slechte huwelijk, nare buren of meer, dan besteed je je energie verkeerd. Die twee uur had je ook kunnen besteden aan scholing, zelfmarketing, sales of iets anders dat wel productief is.” (...) “Iedere minderheid moet opboksen tegen vooroordelen, maar als je je daar iets van aantrekt kom je nooit vooruit.”
(...) In alle etnische groepen zie je nu wie de winnaars en wie de verliezers van de toekomst zijn. In Brabant, Nederlands slimste regio, is Steven Brunswijk, de Tilburgse cabaretier met de artiestennaam ‘Braboneger’, zeer succesvol. Volgens de Brabantse omroep vindt Braboneger de ophef rondom de Zwarte Pietendiscussie ‘veel te ver’ gaan. “Ik kom zelf uit Suriname, maar op Curaçao vieren ze bijvoorbeeld ook gewoon Sinterklaas. De pieten worden daar in allerlei kleuren geschminkt, ook zwart. En Sinterklaas wordt daar dan wit geschminkt. Ze moeten gewoon hun bakkes houwe hier, want daar maalt ook niemand erom, het hele eiland doet mee.”

Wat zegt Braboneger in zijn conference? 1. Sinterklaas is racistisch. 2. Als je daar een probleem mee hebt moet je opzouten en optiefen. 3. Verspil geen schmink, vraag gewoon een paar negers.

Nu het Smoelenboek: “Het wijzigen van een Nederlandse traditie die niets met racisme of de slavernijtijd te maken heeft, is dan ook verspilde moeite en tijd, want als we het wél zouden doen, zouden al die zogenaamde slachtoffers weer iets anders vinden wat zogenaamd racistisch is en wat dan aangepast moet worden. Daarom is het aanpassen geen oplossing. De tegenstanders zullen nooit uit zichzelf uit de slachtofferrol stappen en daarom is de enige oplossing de meest logische: iedereen dient respect te hebben voor iedere cultuur. Want het kan niet zo zijn dat wij alle andere culturen moeten respecten, maar niemand onze cultuur respect betoont.
Er is niets mis met de Nederlandse cultuur. De Nederlandse cultuur is niet minder dan andere culturen. Er is ook niets mis met onze religie; ze is niet vreemder of ongewoner dan andere religies. En er is ook niets mis met ons verleden; die kent net zoveel zwarte bladzijden en glorieuze momenten als die van netgelijk welk ander land. Er is dan ook geen enkele reden waarom we niet trots zouden mogen zijn op Nederland. En er is ook geen enkele reden te bedenken waarom we iets zouden moeten aanpassen. De Tilburgse cabaretier ‘Braboneger’ Steven Brunswijk zegt het als volgt: “Bakkes houwe en hier blijven of optiefen.” En burgemeester Ahmed Aboutaleb van Rotterdam zei in 2007 al tegen allochtonen: “Als Nederland je niet bevalt, vertrek je maar.”

Dat is, tot slot, ook een typisch kenmerk van de collectieve psychose. 'Eigen volk eerst' gaat uit van het waanidee dat er één volk bestaat met één eigenheid en één duidelijk gedefinieerde cultuur. Wie dat niet onderschrijft is per definitie buitenlander en heeft geen recht van klagen. In Nederland heerst de Nederlandse cultuur. Alle rassen zijn dan wel gelijk maar Nederland is er toch alleen voor het echte Nederlandse ras. Foutje! Ik bedoel natuurlijk de echte Nederlandse cultuur.

Wie niet inziet, zoals destijds prinses Máxima, dat dé Nederlander niet bestaat, dat dé Nederlandse cultuur zich voortdurend ontwikkelt en verandert onder invloeden van buiten en van binnen, die kan tenslotte alleen nog maar door een psychose aan de werkelijkheid ontsnappen. En dat loopt dan meestal niet goed af. Collectieve psychose in de diverse Europese landen was tekenend voor de politieke toestand bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog. Darwin zei het al met 'survival of the fittest': de soort die zich het best weet aan te passen aan de omstandigheden, overleeft. De mislukkelingen van de toekomst zijn, volgens Bakas, “degenen die niet kunnen bijleren, afleren en omdenken, degenen die zichzelf niet opnieuw kunnen uitvinden.” Dat geldt natuurlijk ook voor Zwarte Piet.

Trots

Bakas klinkt cynisch als hij schrijft: “Voor slimme mensen is de keuze snel gemaakt. Maar klagers, de losers van morgen, zullen luidkeels hun frustraties proberen te botvieren op de omringende samenleving. En op succesvolle immigranten, want de krabbentonmentaliteit blijft van kracht. Deze zuurbekjes zullen er de komende tijd dan ook voor gaan zorgen dat Nederlanders alle lol in het Sinterklaasfeest gaan verliezen. Uiteindelijk wint politieke correctheid het altijd in dit land waar mensen van oudsher liever inschikken dan een burgeroorlog voeren.”

Met deze zelfde ingredienten kun je ook een positief verhaal schrijven, een verhaal waar Nederland wél trots op kan zijn: het opnemen van vluchtelingen en migranten, het ontdekken en integreren van nieuwe culturen en uit zulke problemen gezamelijk sterker te voorschijn komen. In dat verhaal is een cynische Bakas dan het zuurbekje.

Beeldend kunstenaar Aja Waalwijk heeft met het Amsterdams Ballongezelschap diverse culturen in Nederland, Europa en Azië van nabij leren kennen. Hij vond al in 1997 dat al die zwarte Pieten bij die blanke Sinterklaas geen porum was. In kunstenaarsdorp Ruigoord, in het Westelijk Havengebied van Amsterdam, vierden ze dat jaar op zijn initiatief Sinterklaas met Pieten in allerlei kleuren. (Foto uit het gedenkboek 'Ruigoord - Amsterdams Ballongezelschap, 100 Seizoenen 1972 - 1998')
Aja is nog steeds een warm voorstander van afschaffing van de zwarte Zwarte Piet niet alleen omdat 'hij er zo racistisch uitziet' maar ook omdat Zwarte Piet een “overblijfsel is van een zeer oude traditie van magie, bangmakerij en verschrikking die niet meer past in onze tijd”. Hij verwijst naar het werk van Mircea Eliade (1907-1986) Shamanism: archaic techniques of ecstasy over oude religies, rituelen en mythologieën dat net als het Smoelenboek duidelijk maakt dat Sinterklaas en Zwarte Piet hun wortels vinden in de mythe van Wodan en Oel. De schoorsteen en het roet verwijzen naar de rookzuilen van de sjamanen - een soort van priester-magiërs - die via de rookzuil contact maakten met het bovennatuurlijke. “Waarom zouden we daar nu nog aan vasthouden?”, zegt Aja. “Die oude mythologie was gebaseerd op angst en verschrikking. Op zwart-wit denken, scheiding van goed en kwaad. Dat is toch niet meer van deze tijd? Sinds we de roe hebben afgeschaft en de zak niet meer gebruikt wordt om stoute kinderen mee naar Spanje te nemen, betekent dat zwarte gezicht toch helemaal niks meer?”
Hij benadrukt dat tradities nooit statisch zijn, altijd kunnen veranderen en dat ook vaak doen. “Neem bijvoorbeeld de zogeheten Potlatch ceremonies van Canadese indianen. Deze waren in de 18e eeuw heel anders dan tegenwoordig. Juist Sint en Piet is een perfect voorbeeld van een traditie die al eeuwenlang bestaat, niet door steeds hetzelfde te blijven maar juist door zich voortdurend aan te passen.”

Maar waarom heeft het Sinterklaasfeest met regenboogpieten na 1997 dan geen voortzetting gevonden? “De kinderen hadden er geen enkel probleem mee, vooral de meisjes waren enthousiast. Maar de jongens, juist als ze net van hun Sinterklaasgeloof gevallen waren, wilden toch weer liever zwarte Piet spelen.”

Jan Halkes


Dit verhaal is met crowdfunding via Nieuwsbank gefinancierd

Hieronder volgen de reacties van de donateurs die met hun gift dit verhaal mede mogelijk hebben gemaakt. Zij hebben daarmee het recht verworven op publicatie van hun al dan niet ongezoute reactie. De volgorde van de reacties is naar de omvang van ieders donatie, de reactie van de donateur met de hoogste donatie het eerst. Nog niet alle donateurs hebben gereageerd. Ook reacties van anderen zijn welkom maar deze bijdragen zullen wél streng worden beoordeeld op relevantie door de Nieuwsbank redactie.


Reacties van de donateurs

Donateur 2: Anoniem 8-2-2016

U noemt en citeert Quinsy Gario acht keer. Hij is een Piet-hater. Waar is de Nederlander die acht keer genoemd wordt met zijn pro-Piet uitspraken? Die is er niet!

U noemt Sunny Bergman (half Engels) en 'vergeet' dat in Engeland een feest is met zwart geschminkte mensen.

U noemt Regilio Tuur die meerdere malen veroordeeld is voor het mishandelen van zijn echtgenote(n), en díé laat u aan het woord?

Lange vertelsels over Piet-haters van gekleurde Nederlanders met een klaagzang over hun kinderen. Waar zijn de vertelsels over blanke kinderen die gepest worden ( in Sinterklaastijd).

Waar zijn de lange vertelsels van Nederlanders (gekleurd en blank) die een fijn Sinterklaasfeest gehad hebben mét Zwarte Piet?

Het is Zwarte Piet, de kleur is niet bruin, zoals de negers zijn.

Als men iemand Zwarte Piet noemt is dat een erenaam! Alle kleine kinderen willen zich verkleden als Zwarte Piet. Men vereert Zwarte Piet! Niets racisme, niks discriminatie!

Het strekt u niet tot eer dat u Quincy Gario er acht keer bijhaalt, dat u black face noemt, dat u jumping conclusions, het hakenkruis en ziekten erbij haalt. Voor mensen die door deze ziekten getroffen worden is het al erg genoeg. Het is beneden alle peil dat u in het artikel dit erbij haalt.

Dan nog een paar punten: Zwarte Piet was er allang voor Jan Schenkman er was.

In het Zwarte Piet Smoelenboek staan geen drogredenen, wel veel feiten waarmee de aantijgingen zijn te ontkrachten.

Maxima heeft de plank volledig misgeslagen met haar uitspraak. De Nederlanders voelden zich in hun Nederlanderschap erg aangevallen. De oerkracht van de Nederlanders is o.a. dat ze tolerant zijn en zo nodig iedereen helpen zonder onderscheid te maken van ras, geloof en kleur.

Nederlanders zijn trots op Nederland en hun cultuur. Anderen moeten daar afblijven.

Nederlanders vieren Sinterklaasfeest met een zwarte Piet en vereren hem. Nederlanders hebben nooit aan racisme en discriminatie gedacht. Zwarte Piet hoort bij Sinterklaas, hij is een figuur apart en een totaal andere persoon dan onze gekleurde medemens.

Weet u wat Quincy Gario wil? Nog meer herstelbetalingen! En ze hebben al zoveel gehad en nóg ieder jaar! Toen Suriname onafhankelijk werd kregen ze 1,6 miljard! En de Nederlandse Antillen kregen 1,6 miljard! En ieder jaar krijgen ze nog! Kort geleden hadden ze een tekort van honderden miljoenen!

En dat allemaal terwijl de Afrikaners hun eigen mensen verkochten, 165 miljoen Afrikaners verkocht door Afrikaners!

Waar zijn de herstelbetalingen voor alle blanke slaven? Miljoenen en miljoenen blanke slaven zijn er verhandeld. Krijgt het blanke volk herstelbetalingen? Nee!

Al die Piet-haters moeten niet zeuren en hun hand in eigen boezem steken!

Meneer Halkes, u trekt partij, belicht de zaak van één kant. Als ik dat geweten had, had ik nooit geld overgemaakt. Uw belofte om het Zwarte Piet Smoelenboek te promoten heeft u niet waargemaakt. Een journalist onwaardig.

Donateur 4: Hein Schuiten 13-2-2016

Mijnheer J. Halkes, U zou er goed aan doen, om (semi) medische prietpraat in uw artikelen achterwege te laten. Voorbeelden van ziektebeelden op gezonde mensen loslaten is een onzindelijke en ontoelaatbare manier van journalistiek. Hierdoor discrimineert u een groep van zieke mensen.

Anosognosie is een medische term, gebruikt bij diverse fysieke dan wel psychische afwijkingen in een persoon. (Elke vorm van vergelijking met de constitutie van een gezond mens is dus onbehoorlijk en onfatsoenlijk, en vooral discriminerend.)

Deze term (Anosognosie) impliceert een ontkennen van zijn afwijking door de zieke. Zo, door u gesteld, zal een “Zwarte Piet-hater” zich dus niet bewust zijn van zijn ziekte. Zijn afwijking (Anosognosie) belet hem om zijn aversie jegens “Zwarte Piet” in te zien. Althans, hij zal zijn “Zwarte Piet-haat” zeer pertinent ontkennen. En natuurlijk is het tegenovergestelde, bij de aanhangers van “Zwarte Piet, ook waar.

Uw mening (conclusie), dat Anosognosie bij sommige lieden, die een discussie voeren waar het de Zwarte Piet” betreft, aanwezig is, dan wel zal optreden zodra zij discussiëren over de kwestie “Zwarte Piet” ja of nee, is van elke grond gespeend en dus ongeldig. Want, elke discussie wordt dan overbodig, aangezien men niet meer weet wat de opponent precies bedoelt. Is hij nou vóór of tegen Zwarte Piet. Is deze persoon wel of niet behept met de kwalijke invloed van Anosognosie.

Het argument “racisme” is al evenzeer een niet aanvaardbaar argument binnen de Zwarte Pieten discussie. De voorstanders van “Zwarte Piet” tonen deze voorkeur niet uit racistische overwegingen zoals u veronderstelt . Om deze voorstanders dus als racistisch neer te zetten en zelfs als nazistisch of fascistisch te betitelen, is beledigend en niet toelaatbaar. Dat sommige, met een minderwaardigheidscomplex behepte lieden, zich toch nog gediscrimineerd voelen door het fenomeen “Zwarte Piet”, is natuurlijk niet serieus te nemen. En dat andere volgers, met wellicht een surplus aan vrije tijd en zich vagelijk bewust van en steunend op een lang vervlogen periode in onze vaderlandse geschiedenis, zich een plaatsvervangende schaamte aanmeten en; “weg met Zwarte Piet” uitkramen, is al evenzeer een verschijnsel welke men eveneens niet serieus behoeft te nemen.

Wat is het alternatief... Een gele Piet? Denk aan de Chinezen
Een rode Piet? Ach, die arme Indianen.
Een witte Piet dan maar? Sja, dat is mogelijk, wellicht dat de blanke mens zich niet zo snel op de teentjes getrapt voelt. En hij kan ook geen herstelbetalingen verwachten, hoewel er toch, in het verleden, heel wat blanken in slavernij zijn gevoerd.

Belachelijk, die hele Pietendiscussie, zeker op de manier welke u voorstaat. Het is duidelijk, dat u zich niet bewust bent van uw onvermogen om een objectieve mening weer te geven. In uw geval en in uw terminologie zou men dat een Anosognosie kunnen noemen. Probeert u eens wat logischer taal te schrijven, aan uw eenzijdig geformuleerde uitlatingen heeft niemand iets. En deze zullen zeker niet bijdragen aan een fatsoenlijke overeenstemming tussen voor- en tegenstanders van het functioneren van onze “Zwarte Piet”.

Donateur 6: Anoniem 9-2-2016

Jan Halkes past anosognosie, een belangrijk begrip uit de psychiatrie, toe op een sociologisch fenomeen, het verketteren van tegenstanders. Ik ben benieuwd wat sociologen daarover kunnen zeggen. Winst is in ieder geval dat hij zoekt naar een verklaring in plaats van zich in de verkettering mee te laten slepen. Of dat helpt, blijft natuurlijk de vraag. Anosognosie kan heel hardnekkig zijn.
Het Zwarte Piet Smoelenboek lijkt mij heel geschikt als lesmateriaal op middelbare scholen voor onderwijs in argumentatieleer!

Deel: ' Zwarte Piet en de oerkracht van de Nederlandse cultuur '




Lees ook