Waar blijven de cliënten uit de tweede lijn?


AMSTERDAM, 20120802 -- Om de zorgkosten binnen de perken te houden moet minstens 20% van alle cliënten uit de tweedelijns-ggz voortaan in de eerstelijns-ggz behandeld gaan worden. Uit de jaarcijfers van de LVE blijkt dat in 2011 slechts één procent (N=81.000) van alle cliënten die in 2011 bij de eerstelijnspsycholoog kwamen werd verwezen vanuit de tweedelijns-ggz.

Op 26 juni 2012 hebben verschillende partijen binnen de GGZ met de minister van Volksgezondheid afspraken gemaakt over een beter betaalbare geestelijke gezondheidszorg: het Bestuurlijk Akkoord GGZ 2013-2014. Eén van de belangrijkste doelen van dit akkoord is om die cliënten die onnodig in de tweedelijns-ggz worden behandeld en in de eerstelijns-ggz behandeld kunnen worden (ca. 30%) ook daadwerkelijk in de eerste lijn te behandelen, bijvoorbeeld door een eerstelijnspsycholoog. Al jaren is de terugverwijzing vanuit de tweedelijns-ggz echter minimaal kleiner dan 1 procent.

Naar de oorzaak van de terughoudendheid vanuit de tweedelijns-ggz is het slechts gissen. Mocht blijken dat de tweedelijns ggz instellingen momenteel slechts terugverwijzen naar hun eigen zusterondernemingen in de eerste lijn, de zogenaamde voorwaarts geïntegreerde instellingen, is het de vraag of de beoogde marktwerking daarmee niet verstoord wordt.

De LVE is er van overtuigd dat zij binnen de generalistische eerstelijns ggz een leidende rol kan spelen op basis van meer dan 30 jaar ervaring binnen deze sector. Eerstelijnspsychologen hebben de expertise en bevoegdheid om een brede patiëntenpopulatie te behandelen. Er zijn door de LVE verschillende scenario’s ontwikkeld om de generalistische eerstelijns-ggz, conform het Bestuurlijk Akkoord GGZ 2013-2014 te versterken.  Enkele aanpassingen in de randvoorwaarden zijn hiervoor wel noodzakelijk, waaronder  het opleiden van meer psychologen in de eerste lijn en een gelijk speelveld voor alle zorgaanbieders.


Deel: ' Waar blijven de cliënten uit de tweede lijn? '




Lees ook