Humanisme helpt tegen stigmatisering


Onderzoek onder leden Humanistisch Verbond

AMSTERDAM, 20121218 -- Kinderen pesten maar ook volwassenen sluiten elkaar uit op basis van persoonlijke kenmerken. Zes op de tien leden van het Humanistisch Verbond heeft zelf te maken met stigmatisering: vooroordelen op basis van persoonlijke kenmerken. Dat blijkt uit een enquête van het onafhankelijke bureau Newcom Research & Consultancy. Ruim de helft maakt zich er zelf weleens schuldig aan. Maar een op de drie leden vindt in het humanisme een bron om beter met situaties waarin wordt gestigmatiseerd om te gaan.

Hoe vaak krijgen mensen te maken met stigmatisering? Door wie? En wat kun je er tegen doen? Voor het themanummer over stigmatisering en medialogica van Humus, het het ledenblad van het Humanistisch Verbond, hield bureau Newcom een enquête onder het humanistisch leden panel. Bijna vijfhonderd leden deden mee aan het onderzoek, een respons van 55%. Negatieve beeldvorming kan mensen kapot maken, zo blijkt. Het themanummer ‘Tussen beeld en werkelijkheid’ verschijnt deze week.

Veertien procent van de ondervraagden heeft zelf veel tot regelmatig te maken gehad met stigmatisering, achtenveertig procent soms. Bij een derde van hen is uiterlijk de aanleiding, bij een vijfde geslacht of politieke voorkeur, gevolgd door ziekte, geloofsovertuiging of seksuele geaardheid.

Ruim de helft meent dat stigmatisering in media en maatschappij de laatste tien jaar is toegenomen. Op de vraag wie stigmatiseert noemt een op de drie de media. Marokkanen, moslims en niet-westerse allochtonen worden het meest genoemd als slachtoffer, gevolgd door homoseksuelen, ouderen en gehandicapten, maar ook ambtenaren, bankiers, linkse mensen, PVV-stemmers en Grieken.

In de eigen omgeving wordt met name door kennissen (55 procent) gestigmatiseerd op basis van etniciteit, gevolgd door geloofsovertuiging, uiterlijk, seksuele geaardheid, ziekte en politieke voorkeur. Collega’s, klasgenoten en buren maken zich even vaak schuldig als de media. De meeste mensen hebben er geen of niet al teveel last van, maar dertien procent van de respondenten geeft aan dat stigmatisering hun leven veel tot zeer veel heeft beïnvloed.

Het onderzoek biedt veel persoonlijke en aangrijpende verhalen. Leeftijdsdiscriminatie, homohaat, onbegrip voor ziekte, werkeloosheid en het ontvangen van een uitkering, overgewicht. De oordelen van anderen veroorzaken grote onzekerheid, angst, depressies en beperken de bewegingsvrijheid, sociaal en bijvoorbeeld in carrièrekansen.

Een vooroordeel vormen op basis van oppervlakkige indrukken is menselijk. Ruim de helft van de respondenten maakt zich er soms zelf schuldig aan, al leidt dat vaak tot schaamte en spijt. Het wordt als slecht en onrechtvaardig gezien. De leden durven zich ook te verzetten. Vijfentachtig procent laat weten er tegen in te gaan.

Ruim een op de drie deelnemende leden vindt expliciet dat hij of zij als humanist beter kan omgaan met situaties waarin gestigmatiseerd wordt. Op de vraag wat te doen tegen stigmatisering vinden leden dat we bij onszelf moeten beginnen: niet meteen oordelen, bruggen slaan, in dialoog gaan, problemen bespreekbaar maken en je bewust zijn wat stigmatisering met mensen doet. Zij vinden daarin steun bij het humanisme: “Je moet de waarden uitdiepen die stigmatisering verminderen. Dat zijn waarden die elementair zijn voor het humanisme.”

“Als je echt vindt dat we mensen als individu moeten benaderen”, zegt Boris van der Ham, voorzitter van het Humanistisch Verbond, “dan moet je jezelf beheersen in je reflexen om mensen weg te zetten als groep.”

www.humanistischverbond.nl


Deel: ' Humanisme helpt tegen stigmatisering '




Lees ook