Ziekenhuizen hebben inhaalslag te maken op gebied van risicomanagement


UTRECHT, 20140225 -- ConQuaestor heeft een onderzoek uitgevoerd naar de volwassenheid van Integraal Risicomanagement (IRM) onder alle Nederlandse Ziekenhuizen. Hierbij is de gehele markt in kaart gebracht. Vanuit het onderzoek wordt duidelijk dat er een voorzichtige trend valt te ontdekken ten aanzien van verbeterde rapportage over risicomanagement. Echter, een meerderheid van ziekenhuizen bevindt zich nog in een laag volwassenheidsniveau. Teneinde verhoogde transparantie over de kwaliteit van zorg te bieden aan de cliënt, biedt ConQuaestor in het rapport ook diverse handvatten aan de ziekenhuizen over hoe zij IRM in de ziekenhuisorganisatie verder kunnen professionaliseren.

IRM wordt een steeds belangrijker element in de organisatie en het bestuur van ziekenhuizen. Het toenemende belang van de Zorgbrede Governancecode, de maatschappelijke ontwikkelingen en de huidige zorgmarkt roept de vraag op in hoeverre ziekenhuizen er in slagen om risico's beheersbaar te maken door risicomanagement te integreren in de dagelijkse bedrijfsvoering.

Door de jaarverslagen te analyseren waarop door de ziekenhuizen over IRM gerapporteerd wordt in de jaarverslagen 2010, 2011 en 2012, is een beeld gevormd van de volwassenheid van IRM en het daaraan ten grondslag liggende proces per ziekenhuis. Op een schaal van 5 volwassenheidfasen werd duidelijk dat een meerderheid van de ziekenhuizen zich bevindt in de volwassenheidsfasen 1 en 2. Opvallend is verder dat geen enkel ziekenhuis zich bevindt in volwassenheidsfase 5 en slechts 3% van het totaal in volwassenheidsfase 4.

Positieve trend

Toch laat het onderzoek wel een voorzichtige positieve trend zien. Een deel van de ziekenhuizen uit volwassenheidsfasen 1 en 2 uit 2010 en 2011 zijn doorgegroeid naar hogere volwassenheidsfasen in 2012. Dit wordt bijvoorbeeld duidelijk bij de ontwikkeling van het aantal ziekenhuizen dat in volwassenheidsfase 3 verkeerd (15% in 2010, 21% in 2011 en 25% in 2012).

Kijkend naar het onderscheid tussen de drie typen ziekenhuizen, dan blijkt dat academische ziekenhuizen net als de twee jaren daarvoor ook in 2012 het beste rapporteren over hun IRM beleid. Dit leidt tot hogere volwassenheidsfasen vergeleken met de algemene en categorale ziekenhuizen. De categorale ziekenhuizen rapporteren het minst over IRM. Wel laten de categorale ziekenhuizen de sterkste groei zien in de wijze waarop gerapporteerd wordt over IRM. Dit geeft aan dat IRM ook in deze subsector steeds meer een herkenbaar begrip wordt.

Stappen dienen nog gezet te worden

De Zorgbrede Governancecode blijft een punt van aandacht. Vooral het bestuurlijke aspect uit de code krijgt de aandacht van de Raden van Bestuur. De focus op inbedding van een governancestructuur voor risicomanagement in de ziekenhuizen is echter onvoldoende. De overgrote meerderheid (80%) van de ziekenhuizen beschrijft compliance niet of onvoldoende als onderdeel van het risicomanagementproces. Compliance is echter een essentieel onderdeel van IRM. De ziekenhuizen geven in hun jaarverslagen over 2010, 2011 en 2012 zelden een in-controlverklaring af in het kader van het risicomanagementbeleid. Daarmee kunnen zij dus niet aan hun stakeholders verkondigen dat zij de interne en externe risico’s beheersen.

Uit de uitkomsten valt af te leiden, dat de Nederlandse ziekenhuizen nog diverse stappen te zetten hebben op weg naar IRM. Daarbij kan gesteld worden dat de noodzakelijke transparantie op het gebied van de verantwoording van de risicobeheersing niet voldoende aanwezig is bij een ruime meerderheid van de onderzochte jaarverslagen.

Aanbevelingen

Alvorens risicomanagement integraal geïmplementeerd kan worden, worden ziekenhuizen aanbevolen eerst voor elke silo (lees: patiëntengroep, Resultaat Verantwoordelijke Eenheid of Specialisme) het IRM te optimaliseren. De volgende stap is om dezelfde assessments uit te voeren per keten, oftewel dwars door de silo’s heen. Daarmee ontstaat het beeld van de samenhang in de toepassing van IRM op de verschillende risicogebieden met betrekking tot de strategie, het zorgproces, de operationele bedrijfsvoering (inclusief IT) en wet- en regelgeving. Om centrale regie over het proces te hebben is het aanstellen van een risico management functionaris raadzaam. Een specifiek ingerichte functie voor het integraal managen van risico’s zal tot meer samenwerking leiden. Uiteindelijk zullen hiermee de kosten voor het managen van risico’s afnemen en de beheersmaatregelen zullen in effectiviteit toenemen.

Harmen Jansen, management consultant bij ConQuaestor zegt hierover: “Integraal Risicomanagement kan daadwerkelijk kansen bieden voor de gehele sector, wanneer dit stapsgewijs geïmplementeerd wordt bij ziekenhuizen. Door inzicht te verkrijgen in de risico’s en actief maatregelen te treffen kan gestuurd worden op zowel korte als lange termijn doelstellingen. Dit levert toegevoegde waarde op voor alle ziekenhuizen.”

Maarten van Leeuwen, management consultant bij ConQuaestor voegt hieraan toe: “in het rapport geven wij de ziekenhuizen handvatten van waaruit zij het risicomanagement verder kunnen ontwikkelen. De handvatten betreffen niet alleen instrumentele methodieken maar gaan ook dieper in op gedragsmatige aspecten die altijd aanwezig zijn in organisaties. Een gepaste risicomanagement cultuur loopt namelijk als rode draad door de risicobewuste organisatie.”

ConQuaestor beoogt met haar rapport de sector verder te helpen met het professionaliseren van het risicomanagement en daarmee de organisatie. De conclusies geven aan dat er nog voldoende werk aan de winkel is. Het gehele rapport waarin de onderzoeksopzet wordt beschreven en bevindingen zijn gekwantificeerd, is hier na te lezen: 

https://www.conquaestor.nl/onderzoek/onderzoek-de-volwassenheid-van-integraal-risicomanagement-bij-ziekenhuizen


Deel: ' Ziekenhuizen hebben inhaalslag te maken op gebied van risicomanagement '




Lees ook