Opmerkelijke groei vrijescholen in Midden en Zuid Nederland


Uden, 20121101 -- De vrijescholen aangesloten bij Stichting Pallas hebben dit jaar 5% meer leerlingen dan vorig jaar. De meeste van haar scholen zijn gevestigd in krimpregio’s. Daarom is de groei opmerkelijk. De belangrijkste succesfactoren zijn de eigenheid van het onderwijs en de recente resultaatsverbetering.

Stichting Pallas bestaat uit 14 vrijescholen voor primair onderwijs. De scholen zijn gevestigd in Midden en Zuid Nederland, van Maastricht tot Wageningen en van Helmond  tot Roosendaal. Op 1 oktober  2011 telde de stichting Pallas 2076 leerlingen, op 1 oktober 2012 staan er 2184 leerlingen ingeschreven.  

De groei van de scholen komt niet geheel onverwacht. Allert de Geus, bovenschools directeur: “De  verbeteringsslag die wij de afgelopen jaren maakten, heeft effect. Onze scholen voldoen aan de actuele kwaliteits- en resultaatseisen van de overheid.  Maar het gaat ons niet alleen om een mooi cijfer van de inspectie. Meer nog  hebben wij sterk ingezet op onze identiteit en visie. Wij leren kinderen bewust in het leven te staan en zelf betekenis en richting aan hun leven te geven. Wij merken dat dit een groeiende groep mensen aanspreekt. Steeds meer ouders beseffen dat de ontwikkeling van hun kinderen lijdt onder  prestatiedwang, te eenzijdige  onderwijsvernieuwing en uniformering van het onderwijs.  De wereld is in beweging. De zekerheid van ‘hoge cijfers betekent later een goede baan’ is verdwenen. Duurzaamheid is belangrijker dan groei. Al deze ontwikkelingen roepen vragen op over opvoeden en goed onderwijs. Ouders en kinderen ervaren  dat wij deze vragen niet uit de weg gaan maar eigentijdse antwoorden  vinden die wij vertalen in relevant onderwijs. “


Bijlage bij persbericht
 
Stichting Pallas: een introductie
 
Missie
De missie van Stichting Pallas is statutair vastgelegd in de doelstelling:
 
“De stichting heeft ten doel de instandhouding en de ontwikkeling van een of meer instellingen voor Vrije Schoolonderwijs, waar onderwijs wordt gegeven op basis van de pedagogische inzichten die voortkomen uit de antroposofie. Dit komt tot uitdrukking uit het navolgende citaat van Rudolf Steiner: “De vraag is niet, wat de mens moet kunnen weten om zich in de bestaande sociale orde te kunnen voegen, maar wel wat er in aanleg in de mens aanwezig is en in hem ontwikkeld kan worden. Pas dan kan de opgroeiende generatie de maatschappij steeds opnieuw met nieuwe krachten verrijken” (uit: Zur Dreigliederung des Sozialen Organismus; Gesammelte Aufsatze 1919-1921, Stuttgart 1962).
 
De scholen
Stichting Pallas verenigt 14 vrijescholen voor basisonderwijs in Zuid en Midden Nederland. De binnen Stichting Pallas werkende scholen zijn:
-          Bernard Lievegoedschool te Maastricht
-          Vrije School Heerlen
-          Talander te Sittard (nevenvestiging van Vrije School Heerlen)
-          Christophorus te Roermond
-          Rudolf Steiner Educare te Venlo
-          Vrije School Peelland te Helmond
-          Meander Vrije School te Nijmegen
-          De Zevenster te Uden
-          De Driestroom te ’s Hertogenbosch
-          De Zwaneridder te Wageningen
-          De Vuurvogel te  Ede
-          Johannesschool te Tiel
-          De Strijene te Oosterhout
-          Rudolf Steinerschool te Roosendaal
De Pallas-scholen  maken deel uit van de groep van ruim negentig vrijescholen in Nederland. De Nederlandse vrijescholen maken deel uit van een wereldwijde beweging van vrijescholen die zich laat inspireren door de menskundige inzichten van Rudolf Steiner. Alle scholen van Pallas voldoen aan de wettelijke criteria  en hebben het basisarrangement. De scholen committeren zich aan de kerndoelen basisonderwijs. Deze zijn voor de vrijescholen beschreven in de publicatie ‘Ik zie rond in de wereld ‘ (2006).
 
Onderwijskundig beleid
De scholen van Pallas hebben, onder de gemeenschappelijke noemer van het vrijeschoolonderwijs, een unieke en eigen identiteit. Binnen de centrale kaderstelling van de overheid willen de scholen eigen pedagogische uitgangspunten erkend en verwezenlijkt zien. Op hoofdlijnen is er binnen de scholen een aantal kenmerken te onderscheiden die een gemeenschappelijk kader vormen waarbinnen elke school zijn eigen keuzes maakt en het onderwijs een eigen inkleuring geeft. Het kader is opgebouwd uit drie elementen:
  1. De pedagogiek
  2. De vormgeving & inrichting van het onderwijs
  3. De vertrouwensbasis
 
  1. 1.       De pedagogiek
 
ontwikkelingsfasen
De leerstof dient in eerste instantie de doorgaande ontwikkeling van het kind, in handen, hart en hoofd. In de leerplannen wordt uitgegaan van drie ontwikkelingsfasen. Hierin groeien kinderen in drie perioden van zeven jaar naar de volwassenheid.
 
de drie ontwikkelingsfasen
De eerste zeven levensjaren van het kind kenmerken zich door het opdoen van ervaringen. Kleuters brengende de dag voornamelijk spelen en lerend door. De nabootsingkrachten worden gewekt en ingezet. De wil wordt aangesproken. Zo leggen kleuters, in een beschermde en veilige omgeving, een gezonde basis voor hun verdere ontwikkeling. Tussen het zevende en veertiende levensjaar wordt het gevoelsleven van het kind sterk aangesproken en ontwaakt daardoor in het kind. Ook de denkkracht komt tot ontwikkeling. Het kind beleeft dat de wereld mooi is. Het beeldend onderwijs biedt de leerlingen de mogelijkheid hun gevoel met de wereld te verbinden. In de periode na het veertiende jaar wordt vooral het denken verder aangesproken en ligt er een accent op begrip en inzicht.
 
geïntegreerd onderwijs
De scholen van Pallas bieden geïntegreerd onderwijs. Dat wil zeggen dat de innerlijke ontwikkeling van het kind zoveel mogelijk parallel loopt met de uiterlijke wereld waarin het kind leeft. Lesstof en verhalen die de leerling worden aangeboden, worden aan zijn ontwikkeling afgelezen. De leraren begeleiden leerlingen naar zelfstandigheid, tot mensen die volwaardig en creatief kunnen deelnemen aan de maatschappij.
 
Uitgangspunt voor de Pallas-scholen is dat kinderen een eigen plek hebben in het gezin en op de school. De school draagt mede bij aan de verbreding van hun interesse in de maatschappij en de wereld. De scholen kiezen voor stevig klassikaal onderwijs. Door alle niveaus zoveel mogelijk in de klas samen te laten opgroeien, ontstaat er een groot sociaal bewustzijn van de verschillende kwaliteiten die er in de mensen aanwezig zijn. De klas is als het ware een afspiegeling van de wereld om ons heen.
 
rol van de leraar
Bij Pallas doen leraren er toe. Zij hebben in een voorbeeldfunctie en volgen het kind in zijn ontwikkelingsfasen. In de eerste fase van hun ontwikkeling krijgen kinderen een omgeving aangeboden waar nagebootst kan worden in gewoontevorming, gedrag en bezigheden. De leraar is hierin vaak bewust en onbewust het middelpunt. Leraren in de tweede fase van de kindontwikkeling dragen de voorbeeldfunctie vooral uit in hun verhouding tot de wereld. Zij vertegenwoordigen voor de kinderen de maatschappij in vele facetten en leggen in hun onderwijs kunstzinnige accenten.
 
 2.       De vormgeving & inrichting van het onderwijs
 
kunstzinnig onderwijs
Pallas scholen bieden onderwijs waarin op kunstzinnige, beeldende wijze de vermogens, talenten en interesses van het kind worden gewekt. De aangeboden leerstof wordt waar mogelijk ook op een kunstzinnige wijze verwerkt. Om dit te realiseren leren de kinderen hoe zij de verschillende materialen en expressiemogelijkheden kunnen gebruiken. Daarom krijgen vakken als euritmie, muziek, tekenen, schilderen en toneel voor zover mogelijk een plaats in het curriculum van de scholen.
 
periodeonderwijs
De scholen werken met periodeonderwijs. Kenmerkend voor het periodeonderwijs is de aandacht voor een bepaald vak gedurende een aantal weken. Dit betreft zowel taal en rekenen als de zaakvakken. Het periodeonderwijs geeft de leerlingen vanaf groep 3 de gelegenheid zich gedurende een bepaald aantal weken in de eerste twee uren van de dag te verbinden met lesstof van een bepaalde onderwijsperiode. De lesstof wordt inhoudelijk verdiept en in een didactische veelzijdigheid aangeboden. Vaardigheden worden op andere momenten specifiek geoefend.
 
religieus onderwijs en wereldoriëntatie
De scholen sluiten aan op de religieuze dimensie in de ontwikkeling van het kind. Dagindeling en weekritme in het onderwijs van Pallas-scholen kennen een religieuze basis. In het programma wordt de natuur gevolgd in zijn jaarverloop, in spel en lied. De jaarfeesten worden gevierd. Daarmee wordt een respectvolle verbinding van kinderen met de natuur en het jaarverloop erkend, gevoed en ontwikkeld.
 
Worden de kinderen ouder, dan wordt het inzicht verdiept in de natuur, de medemens en zijn cultuur. Het onderwijs in aardrijkskunde en geschiedenis brengt de leerling in verbinding met de medemens, door de ruimte en door de tijd. Sterrenkunde, wiskunde, natuurkunde en scheikunde brengen beeld, verwondering, eerbied en ontzag voor mens, natuur en universum.
3.       De vertrouwensbasis
Leerlingen krijgen door bovenstaande uitgangspunten, vakken en handelwijzen de kans zich te verbinden met hun omgeving en hun tijd, zowel dichtbij als verder weg. Dichtbij in de zin van klasgenoten, ouders, leraren, gezin en school. Verder weg in maatschappij, wereld en wereldgeschiedenis. Zo ontstaat een vertrouwensbasis die leerlingen zicht geven op het feit dat een mens een plaats heeft in een zich ontwikkelend universum en dat zij deel uitmaken van een groter geheel.
  
Stichting Pallas


Deel: ' Opmerkelijke groei vrijescholen in Midden en Zuid Nederland '




Lees ook