Bijzonder Bestraft, bijzondere rechtspraak na de Tweede Wereldoorlog


Context, analyse en waardering van de bijzondere rechtspraak door de Kamer Groningen van het Bijzonder Gerechtshof Leeuwarden en van cassaties in Groningse zaken

Leiden, 20160607 -- Op 16 augustus 1944 maakte minister J.A.W. Burger bekend dat in Londen wetsbesluiten voor bijzondere rechtspleging waren uitgevaardigd om oorlogsgerelateerde misdrijven te berechten, de Besluit D61-D64. Voor deze berechting werden vijf Bijzondere Gerechtshoven opgericht, met bij aanvang 22 verschillende Kamers. Van de uitspraken in eerste aanleg kon, na toestemming, cassatie verzocht worden bij de Bijzondere Raad van Cassatie. Voor de berechting van collaborateurs werd in september 1944 het Tribunaalbesluit opgesteld, Besluit E101. De negentien Tribunalen telden 120 Kamers, waarin naast juristen ook leken zitting hadden.

Deze studie bevat de analyse van alle 595 zittingsdossiers van één Kamer van een Bijzonder Gerechtshof: de Kamer Groningen van het Bijzonder Gerechtshof Leeuwarden en de opvolgende Bijzondere Strafkamer van de rechtbank Groningen. Om deze bijzondere vorm van strafrecht te kunnen beoordelen wordt in deel I, De context, uitgebreid ingegaan op de besluiten die van invloed geweest zijn op de bijzondere rechtspleging, inclusief de in Londen opgestelde regels voor de berechting van Internationale oorlogsmisdaden. Ook zijn alle actoren beschreven, evenals de eigentijdse literatuur, de jurisprudentie en de kritiek op de bijzondere rechtspleging.

Uit de Analyse (Deel II) is gebleken dat de oorlogsgerelateerde misdrijven berecht in de Kamer Groningen lang niet allemaal gebaseerd waren op politieke overtuigingen, maar veelal begaan uit domheid, angst, hebzucht, verliefdheid, ruzie met ouders en drang naar avontuur.

De opgelegde straffen varieerden van 1 maand tot de doodstraf. Van alle kwalificaties gebruikt in de sententies zijn interpretatie, jurisprudentie en voorbeeldzaken opgenomen. Daarnaast zijn de interpretatie en uitleg van de opgelegde bijkomende straffen en de motiveringen voor strafverlaging of strafverhoging ten opzichte van de eis.

De Kamer Groningen heeft naast de berechting van oorlogsgerelateerde misdrijven ook 22 Duitsers berecht voor het plegen van internationale oorlogsmisdrijven. Een bijzondere categorie berechte personen werd gevormd door verzetsmensen die verdacht werden van het plegen van oorlogsgerelateerde misdrijven. Tegen de instructies van de regering in, zijn deze verdachten toch berecht in de Kamer Groningen.

In 269 zaken werd een verzoek om cassatie gehonoreerd. Vervolgens hebben 63 verdachten hun cassatie voor de behandeling van hun zaak ingetrokken, zodat uiteindelijk in 206 Groningse zaken cassatie is uitgesproken.

Al vanaf mei 1946 vonnisten de vijf Tribunaalkamers in Groningen ook ‘lichte strafzaken’. Deze Tribunaalkamers hebben ruim 3200 maatregelen opgelegd.

In het Besluit Politieke Delinquenten (F280) werd een derde vorm van beoordeling van zaken van politieke delinquenten uitgevaardigd: de (on)voorwaardelijke buitenvervolgingstelling. Hoeveel mensen in Groningen via deze route beoordeeld zijn maakte geen deel uit van dit onderzoek.

De Nederlandse regering heeft tijdens en na de oorlog grote invloed gehad op de bijzondere rechtspleging. Tijdens de oorlog, door het ontbreken van de Staten-Generaal en de Raad van State in Londen.

De grote invloed van de regeringen na de oorlog is gebleken uit de massale graties van straffen opgelegd aan ‘politieke delinquenten’; het niet laten executeren van de opgelegde doodvonnissen; het voortdurend wijzigen van de bijzondere rechtsplegingsbesluiten; het besluit om Nederlandse onderdanen niet vervolgd of berecht konden worden voor internationale oorlogsmisdaden.

Deze regeringsbemoeienis heeft grote gevolgen gehad voor de beoordeling van de bijzondere rechtspleging.

De Kamers van de Bijzondere Gerechtshoven en de Bijzondere Raad van Cassatie hadden, binnen de besluiten van de bijzondere rechtspleging en de invloed van de regering op de bijzondere rechtspleging, slechts een kleine ‘speelruimte’. De conclusie van mijn studie is dat de rechtspraak in de Kamer Groningen en in cassaties in Groningse zaken constant, proportioneel en rechtvaardig geweest is. 


Deel: ' Bijzonder Bestraft, bijzondere rechtspraak na de Tweede Wereldoorlog '




Lees ook